Godemiché

In het artikel over de etymologie van de dildo (NRC Handelsblad, 3 april 1992) betoogt Hans van Straten dat warm water of melk door de dildo ingebracht “'t waar natuurgestreel” verschafte.

Het is mogelijk dat er in het begin van de zeventiende eeuw instrumenten voorhanden waren waarmee een hoeveelheid vocht geëjaculeerd kon worden, maar het is aannemelijker dat de vloeistof werd gebruikt om de namaakroede op temperatuur te brengen. De godemiché kon van allerlei soorten materiaal vervaardigd zijn, maar menig gebruikster had een voorkeur voor die van Venetiaans glas, temeer omdat die kon worden gevuld met vloeistof, meestal water of, zoals Aretino al in 1536 beschrijft in I Ragionamenti, met urine. In het - anonieme - zeventiende eeuwse toneelstuk De doorluchtige daden van Jan Stront beschrijft een vrouw het voorwerp: “Het was van glas, en van buiten met welriekende oly gesmeert, het had de lengte van omtrent acht duimen breed, en de dikte van een tamelijk mans duim: van binnen was het hol, en van achteren met een schroef toegaande, welke schroef ik niet zo haast had los gedraaid, of daar storten warm water uit, 't welk was om dat het warme puisje voor de kauw (= kou) van 't glas niet zou verschrikken.”

Volgens J. Weverbergh (in zijn inleiding van Jij goudgepunte lans, een bloemlezing Franse priapeeën) werd het apparaat in Frankrijk in de wandeling ook wel "chapelet' of "paternoster' genoemd, naar de rozenkrans. Dat de term uitnodigde tot allerlei woordspelingen ligt voor de hand. In een kwatrijn van de zeventiende eeuwse dichter Théophile de Viau lezen we (in de vertaling van Ernst van Altena): Wanneer mijn lid in volle grootte zich als een muildierlid gaat stalen, betast mijn lief mijn beide kloten liever dan paternosterkralen.

Het woord vrouwentrooster zou een aanvaardbaar Nederlands synoniem kunnen zijn, maar dat komt in mijn idiolect en dat van diverse zegslieden enkel en alleen voor in de betekenis van komkommer.