Göbel in ranke skiff voor tiende keer koning van Amstel

AMSTERDAM, 13 APRIL. In flinterdun hemd, de mouwen afgescheurd, verscheen Göbel gisteren aan de start. Onder hem zijn ranke skiff, daaronder de ruwe en veranderlijke rivier de Amstel. Achter hem zijn zware en lange opponent Nico Rienks en 214 andere skiffeurs. Harde wind.

Frans Göbel roeit door de doorstart en zet de klok in werking. Rienks wacht zo lang mogelijk, tot de kolken verdwijnen en start dan ook. Achter hem Henk Jan Zwolle, zijn ploeggenoot in de dubbeltwee, twintig seconden voor de jonge skiffeur Pepijn Aardewijn.

Göbel roeit beheerst, strak en snel. De bochten snijdt hij scherp in en worden op gevoel gerond. Dan roeit Göbel in rechte lijn naar de volgende van de dertien bochten. Rienks zoekt, kijkt om en ploetert. Na 2500 meter, op een derde deel van de totale afstand, hoort hij van de kant al het vonnis. Tien seconden achter.

Rienks vergeet dan de naam Göbel. Zonder bochten, zonder wind, acht kilometer over spiegelglad water, dan heeft hij een kans. Weer is Göbel de beste, denkt de Olympisch kampioen, normaal gewend om te winnen.

Drie keer eerder staakte Rienks halverwege de strijd. Onbesuisd gestart, moe, dan aanleggen maar. Nu put hij de inspiratie uit een voorstomende Zwolle, die wordt opgejaagd door Aardewijn, de vlieg van Willem III.

Krachtroeier Zwolle, met Rienks wereldkampioen in de dubbeltwee, vervloekte deze skiffhead al op voorhand. Hij wil rammen over twee kilometer, de officiële wedstrijdbaan, en niet op een bochtig parcours worden lastiggevallen door mindere goden, die makkelijker over de golven glijden.

De jonge, lichte Aardewijn droomde over deze skiffhead en het treiteren van een kolos als Zwolle. Na ruim vijf kilometer wordt de droom bijna werkelijkheid. De punt van zijn boot komt op gelijke hoogte met de zuigende achterplecht van Zwolle. De kampioen, beducht voor vernedering, sluit de bocht af. Aardewijn moet een haal overslaan om niet in aanvaring met een afgemeerde woonboot te komen. "Peppie' Aardewijn attaqueert Zwolle dan opnieuw. Voor de Berlage-brug gooit Zwolle de deur dan weer op slot.

Met een versnelling werkt hij als eerste de donkere tunnel in, met achterlating van het vuile water voor Aardewijn en met het vooruitzicht van een kleine kilometer wind tegen. Daarin roeit hij zich weer los, om te finishen in een langzamer tijd dan zijn kleine opponent. Voor hen is Göbel al in een winnende tijd gefinisht, voor de tiende keer op rij in de geschiedenis van de roeiklassieker. Vier boten achter de voorhoede roeit Ronald Florijn, in 1982 de laatste skiffhead-winnaar voor het tijdperk-Göbel, zich naar een tweede plaats in de eindrangschikking.

Een moeizame doorbraak kwam tot stand bij de vrouwen. Laurien Vermulst passeerde met een vierde skiffhead-overwinning Harriët van Ettekoven (drie keer) definitief. Na een sterke opening werd het roeien "technisch minder' en "zonder scherpte'. Zij sprak van “overleven” op de 7500 meter. Het bleek genoeg voor de snelste tijd, voor Pentenga en Van Ettekoven.