GEVECHT TEGEN SLEUR VAN 'T WINNEN

Voor de hockeysters van Amsterdam is winnen een doodnormale zaak. Elf keer veroverde de ploeg de Europa Cup en na de 9-0 overwinning op Oranje Zwart is ze voor de veertiende keer sinds 1970 landskampioen.

Keepster Jantien Katz van Oranje Zwart kreeg gistermiddag negen ballen om haar oren. Toch werd ze na de wedstrijd door haar coach Gerard van Ballegooij innig omhelsd. Hij was al lang blij dat de nederlaag niet in de dubbele cijfers was gelopen. Het is typerend voor de al jaren aanwezige krachtsverschillen in de vrouwenhoofdklasse. Op het moment dat de beker op het kunstgrasveld aan de kampioenen werd uitgereikt vroeg Van Ballegooij zich dan ook af of de Amsterdamse speelsters nog wel blij konden zijn met dit succes. “Dit kan toch niet echt leuk meer voor ze zijn?”

Heel leuk, reageerde Helen Lejeune-Van der Ben tijdens het feestje in het Wagenerstadion. De 27-jarige verdedigster zong en hoste volop mee met de rest van de ploeg. Toch is ze is al aan haar tiende seizoen bij Amsterdam bezig en in 1983 werd ze voor het eerst landskampioen. Volgens Van der Ben is het stellen van steeds hogere doelen de remedie tegen de sleur van het winnen. Minder doelpunten tegen en meer doelpunten voor dan voorgaande jaren, bijvoorbeeld. Niet voor niets stond er op de kampioenstruien van de dames de kreet "Grensverleggend'. “We proberen elke keer weer heel goed te spelen, mooie en veel doelpunten te maken”, legde trainer-coach Donald Drost uit.

Amsterdam hoopt deze competitie de honderd doelpunten te passeren. De ploeg moet er in de resterende drie duels nog vijftien maken. Amsterdam heeft zonder meer een sterke ploeg en het moet frusterend voor de betrokkenen zijn als het kampioenschap wordt gerelateerd aan de zwakte van de andere ploegen. Drost haalde het voetbalelftal van AC Milan als voorbeeld aan. “Die ploeg speelt in een competitie die door iedereen als de sterkste van de wereld wordt gezien. Toch staat Milan ook vijf, zes punten voor. Maar daar hoor je niemand over.” Drost, ex-international (negen interlands als spits), is een sportfanaat met een grote voorkeur voor Amerikaanse sporten. Voor elke wedstrijd hangt hij zijn teambespreking aan een historische sportgebeurtenis op.

Drost zegt het vrouwenhockey aan het einde van het seizoen vaarwel. Dat heeft volgens echter hem niets te maken met het niveau of de krachtsverschillen. Hij is gevraagd als trainer-coach van de mannen van Kampong, zijn oude club. “En die kans moet ik pakken.” Anders had hij zeker nog langer bij Amsterdam willen blijven. “Ik heb vooral als mens bij deze club twee gelukkige jaren meegemaakt. Het klikte gewoon.”

Lejeune-Van der Ben spreekt van “een bijzonder seizoen. Ik denk dat we de laatste jaren lang niet zo blij zijn geweest met een kampioenschap als nu.” De teamgeest is fantastisch, constateert ze. “En dan moet je het voor jezelf zo leuk mogelijk proberen te maken.” Dat kan via kleine, voor de buitenwereld onzichtbare dingen. Zo lopen alle speelsters van Amsterdam aan één voet met een gekleurde veter rond. Als bewijs van verbondenheid. “Ik heb er lak aan als er mensen zijn die zoiets kinderachtig vinden”, zegt Van der Ben. “Als het voor ons maar werkt. Buitenstaanders begrijpen vaak toch niet hoe wij de sport beleven.”

Voor de kampioenswedstrijd hadden de Amsterdamse speelsters per officiële brief hun ouders en vaste supporters uitgenodigd. Eigenhandig hadden ze een vak op de tribune met slingers versierd. Vooraf was er koffie voor de genodigden, in de rust een consumptie naar keuze en na afloop champagne en een ingelijste foto van het kampioenselftal. Van der Ben: “Verleden jaar zijn we op een rot manier kampioen geworden. We wonnen toen met moeite van Bloemendaal en waren na afloop zo'n beetje de enigen op het hele complex die aan het feestvieren waren. Nu lijkt het tenminste op een echt kampioenschap.”

Van der Ben geeft toe liever via een spannende ontknoping kampioen te worden dan, zoals nu het geval was, met een grote voorsprong op de concurrentie. In de afgelopen tien jaar kwam het geregeld voor dat de tweekamp tussen Amsterdam en HGC op de laatste speeldag werd beslist. In dit seizoen kon HGC, mede door langdurige blessures van de internationals Lisanne Lejeune en Noor Holsboer, Amsterdam bij lange na niet bijbenen. Bij Amsterdam spraken ze hun verbazing uit over de skivakantie die de selectie van HGC tijdens het seizoen hield. Een paar dagen na terugkomst werd er van Oranje Zwart, de nummer twaalf in de hoofdklasse, verloren. Drost noemde het “een blamage”. Het verschil tussen Amsterdam en HGC bedraagt na negentien wedstrijden acht punten.

Volgend seizoen kunnen de verhoudingen in de top van het vrouwenhockey in Nederland wel weer heel anders liggen. Bij Amsterdam hebben zes speelsters aangekondigd te stoppen. En Lejeune-Van der Ben heeft zich wegens haar verhuizing naar Den Haag als lid aangemeld bij HGC. Ze beslist echter pas na de Olympische Spelen of ze op het hoogste niveau wil blijven spelen. In dat geval zullen de twee beste strafcornerschutters van Nederland in één ploeg spelen, Helen van der Ben en haar schoonzus Lisanne Lejeune. “Maar dat is voor Amsterdam geen reden tot paniek”, vindt Drost. “Mieketine Wouters heeft ook een dijk van een corner.”

Sinds de begin jaren tachtig strijden Amsterdam en HGC samen om de landstitel. De rest volgt meestal op grote afstand. HDM en met name het door ex-bondscoach Gijs van Heumen geleide MOP geven al jaren blijk van hun ambities, maar slagen er steeds niet in de echte top te bereiken. Hilversum deed wel een paar seizoenen in de top mee. Eén keer, met Rob Bianchi op de bank, werd het kampioenschap op een paar doelpunten na gemist. Hilversum is inmiddels alweer naar de onderste regionen gezakt. Ex-international Ric Volkers, een voormalig ploeggenoot van Donald Drost bij Kampong, houdt het bij die club alweer na een jaar voor gezien als trainer-coach. Hij heeft grote moeite met de instelling van een deel van de ploeg.

Collega Van Ballegooij van Oranje Zwart herkent de klacht van Volkers. Hij zegt er echter mee te hebben leren leven. “Ik blijf zelf in ieder geval op zaterdagavond altijd thuis. Ik zit met mijn hoofd dan al bij de wedstrijd.” Op de vraag over hoe veel speelsters Van Ballegooij in zijn selectie kan beschikken antwoordt hij met een veelbetekende lach “acht”. In het duel tegen Amsterdam stonden er in ieder geval elf op het kunstgras en zaten er zelfs nog twee op de reservebank. Van Ballegooij heeft ook geen oplossing voorhanden om het krachtsverschil in de vrouwenhoofdklasse te verkleinen. “Maar het zou al helpen als de toppers van de andere clubs niet steeds naar Amsterdam en HGC zouden gaan.” Dergelijke transfers zijn jaarlijks aan de orde. Ongelijk hebben die speelsters natuurlijk niet. Bij de grote clubs zijn de mogelijkheden beduidend groter.