EG zadelt Macedonië op met onverdiende ellende

Terwijl in Bosnië de Serviërs na het verstrijken van de winter geheel volgens verwachting hun wrede en bloedige veroveringsoorlog hebben hervat, ligt in het uiterste zuiden van het vroegere Joegoslavië een republiek op sterven: Macedonië, een vergeten slachtoffer van Griekse kwaadheid en een EG-beleid dat - zoals steeds in deze Joegoslavische crisis - ook nu weer wordt gekenmerkt door onbegrip en gebrek aan daadkracht, inzicht en mededogen.

Een vergeten republiek. Kroatië en Slovenië hadden hun voorvechters in Europa toen het ging om internationale erkenning: Bonn en Wenen. Macedonië had die voorvechters niet. Integendeel: de Grieken zijn mordicus tegen de nieuwe staat en omdat het hemd nu eenmaal nader is dan de rok besloten vorige week de EG-ministers van buitenlandse zaken de erkenning van Macedonië nog maar even voor zich uit te schuiven.

De reactie in Skopje, de hoofdstad van Macedonië, was er één van “verbijstering en verontwaardiging”, zoals president Kiro Gligorov het uitdrukte. Verbijstering en verontwaardiging, omdat EG-deskundigen al in januari tot de conclusie waren gekomen dat Macedonië aan alle voorwaarden voor erkenning voldoet. Verbijstering en verontwaardiging ook omdat de EG-ministers wel Bosnië hadden erkend - zonder daarbij, gezien de opgelaaide burgeroorlog, te weten wàt voor Bosnië eigenlijk - maar Macedonië niet, terwijl uitgerekend Macedonië zich als enige republiek uit Joegoslavië heeft losgemaakt zonder dat er ook maar één schot is gelost. Verbijstering en verontwaardiging ten slotte omdat de EG-beslissing een resultaat is van Griekse druk en neerkomt op een vrijbrief voor de Grieken, hun economische boycot tegen Macedonië ongestoord voort te zetten.

Een recapitulatie van het voorafgaande, met weglating van de talloze veldslagen, bezettingen, veroveringen, volksverhuizingen, oorlogen en aanspraken en tegen-aanspraken die voor het huidige conflict over Macedonië niet relevant zijn: De streek Macedonië was ooit, vanaf de vierde eeuw voor onze jaartelling, een bloeiend rijk, het geboorteland van Alexander de Grote en Aristoteles en een bakermat van de Griekse beschaving, dat drie eeuwen standhield alvorens tegen de Romeinen ten onder te gaan. In later eeuwen, toen de regio toeviel aan de Byzantijnen en uiteindelijk aan de Turken, vestigden zich naast de oorspronkelijke Griekse bewoners van Macedonië ook Slaven, Albanezen en Turken in het gebied.

Na de ineenstorting van het Turkse rijk in de vorige en aan het begin van deze eeuw werd Macedonië - de streek Macedonië - opgedeeld. Het zuiden, 34.500 vierkante kilometer, kwam bij Griekenland. Van de rest kwam 25.700 vierkante kilometer bij de nieuwe staat die later Joegoslavië is gaan heten en de resterende 6400 vierkante kilometer in het noordoosten werden bij Bulgarije gevoegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Joegoslavië een federale republiek en werd het Joegoslavische deel van de regio Macedonië een deelrepubliek binnen die Joegoslavische federatie.

Ook toen al protesteerden de Grieken. Zij betoogden - en betogen - onder verwijzing naar het zeer verre, maar daarom niet minder heroïsche verleden, dat de naam Macedonië Grieks is en dat een republiek buiten de Griekse landsgrenzen nooit Macedonië kan heten. Alleen Grieken hebben het recht de naam Macedonië te voeren: Macedonië is de Griekse ziel, de Griekse identiteit.

De Griekse boosheid kwam in de decennia na 1945 tot uitdrukking in veel kwade protesten en flauwe pesterijen. Berucht is een incident in september 1978, toen in Thessaloniki (de hoofdstad van Grieks-Macedonië) een basketbalwedstrijd moest plaatsvinden tussen de plaatselijke club Aris en MZT uit Skopje, de hoofdstad van de Joegoslavische deelrepubliek Macedonië. De spelers stonden al op het veld en de vijfduizend toeschouwers zaten klaar toen de minister voor Noord-Griekenland de wedstrijd telefonisch alsnog verbood, omdat de "M' in de naam MZT Skopje voor "Macedonië' zou staan. Dat MZT stond voor Metalno Zavod Tito mocht niet baten: de wedstrijd ging niet door.

Zolang Joegoslavië bestond, waren de Grieken niet in staat veel te ondernemen tegen het ge- dan wel misbruik van de naam Macedonië door niet-Grieken. Dat veranderde toen Joegoslavië uiteen viel en de deelrepubliek Macedonië de onafhankelijkheid uitriep. De Grieken klommen prompt in de hoogste boom, sloten de grens met de nieuwe republiek en eisten een lange reeks garanties. Ze beschuldigden de Macedoniërs van aanspraken op Grieks-Macedonië, van plannen voor de vorming van een "Groot-Macedonië' en van een snode hereniging met de Macedonische minderheid over de grens, van het schenden van de rechten van etnische minderheden, enzovoorts.

Aan de geëiste garanties is inmiddels voldaan. De Macedoniërs hebben hun grondwet veranderd om elk misverstand over territoriale aanspraken uit te sluiten en halen de Witte Toren van Thessaloniki van de bankbiljetten waar ze hem dummerweise op hadden geplaatst. Slechts aan één Griekse eis weigeren ze te voldoen: ze weigeren de naam Republiek Macedonië te veranderen in Republiek Skopje. En dus zetten de Grieken hun verzet tegen de internationale erkenning van Macedonië (en de economische boycot van dat nieuwe land) voort.

Nu de Macedoniërs op één na al hun eisen hebben ingewilligd, is de houding van de Grieken niet bijster rationeel meer. Athene blijft roepen zich bedreigd te voelen door Macedonië. Maar Macedonië, de armste republiek van het vroegere Joegoslavië, heeft geen economische hulpbronnen en geen industrie. Wat het wel heeft is een reeks interne problemen, zoals een Albanese minderheid die haar kans schoon ziet en een eigen Republiek Ilirid heeft uitgeroepen, een stagnerende economie, een inflatie van 270 procent, een grote werkloosheid en een bevolking die het steeds harder te verduren krijgt.

De nieuwe republiek is een land waar zelfs geen benzine en geen melk meer te krijgen zijn. Het heeft geen leger (de eerste recruut wordt deze week opgeroepen) en als het een leger zal hebben, zal het nauwelijks in staat zijn de grenzen te bewaken, laat staan die te wijzigen. Een luchtmacht heeft het ook niet. Een Britse deskundige betoogde vorige week dan ook op de BBC-radio dat zelfs al zou Macedonië aanspraak maken op Grieks grondgebied - wat het uitentreuren heeft geroepen niet te doen - het de komende vijftig jaar in geen enkel opzicht een bedreiging kan vormen.

De Griekse vrees heeft tegen die achtergrond veel weg van de paniek die een olifant overvalt bij het nieuws dat er bij de buren een muis uit de kooi wordt gelaten. Met die paniek zetten de Grieken echter wel de EG onder druk - en helaas laat de EG zich ook onder druk zetten. Met als resultaat dat de Republiek Macedonië, ingeklemd tussen het vijandige Griekenland, het niet bijster rijke Bulgarije, het oorlogvoerende Servië (dat Macedonië ook boycot) en het straatarme Albanië, economisch geheel ontwricht raakt: de prijs die de twee miljoen Macedoniërs betalen voor de redeloze, uitsluitend door emoties ingegeven bezwaren van de Grieken en voor de Europese onverschilligheid.

Het Griekse verzet tegen de internationale erkenning van Macedonië is huichelachtig en het gemak waarmee de EG voor de Griekse druk blijft zwichten een zwaktebod, waarmee de EG haar eigen geloofwaardigheid ondergraaft. Op de drempel van de 21ste eeuw staat de EG toe hoe een van haar lidstaten, met argumenten die verwijzen naar de vierde eeuw voor Christus, de erkenning van een ander land, Macedonië, dwarsboomt. Daarmee draagt de EG bij tot de economische en politieke destabilisering van Macedonië, stimuleert zij Macedonische extremisten en zadelt ze twee miljoen Macedoniërs op met ellende die ze niet verdienen. De verbijstering en verontwaardiging van Kiro Gligorov zijn volkomen terecht.

Foto: Macedoniërs vieren feest in de straten van Skopje, afgelopen september, na de stemming over het uitroepen van een onafhankelijke staat. (Foto Reuter)