EG-Hof toch akkoord met zone voor vrijhandel

BRUSSEL, 13 APRIL. Met de vorming van het grootste handelsblok ter wereld kan weinig meer misgaan, nu het EG-Hof van Justitie zaterdag akkoord is gegaan met een concept-verdrag tussen de EG en de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). Daardoor kan per 1 januari 1993 tussen de twaalf EG-lidstaten en de zes EVA-landen vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen beginnen.

De zes EVA-landen verplichten zich bij het verdrag de EG-wetgeving op die terreinen over te nemen. Bij de vaststelling van nieuwe EG-wetten worden deze landen in een vroeg stadium gehoord. Zij mogen niet meebeslissen. Drie EVA-landen (Oostenrijk, Zweden en Finland) hebben het EG-lidmaatschap echter al aangevraagd. Aanvragen van Noorwegen en Zwitserland worden later dit jaar gewacht. Alleen EVA-lid IJsland heeft nog geen plannen.

De zogeheten "Europese Economische Ruimte' die door de nieuwe afspraak wordt gevormd omvat 380 miljoen consumenten. De EG en de EVA-landen zijn samen verantwoordelijk voor tweederde van de wereldhandel. Het verdrag moet nog wel voor 1 januari worden geratificeerd voordat het in werking kan treden. Vooral voor Zwitserland zou dit een probleem kunnen zijn.

Het EG-Hof in Luxemburg besliste dat de aangepaste tekst, die beide partijen na een eerdere afwijzing door het Hof vaststelden, nu wel door de beugel kon. Het Hof was het eerder niet eens met de gemengde EG-EVA rechtbank voor handelsgeschillen tussen beide partners, die in de oorspronkelijke tekst was voorzien. Het Hof meende dat zijn eigen vrijheid om recht te spreken op basis van EG-wetten zou worden beperkt als het tegelijk zou moeten deelnemen in een gemengde rechtbank met EVA-rechters, die ook EG-wetten toepast. Daardoor ontstaan er in de praktijk twee hoogste rechters voor de interpretatie van EG-recht. Dat is in strijd met het EG-verdrag, aldus het Hof.

EG en EVA-woordvoerders hebben de uitspraak van het Hof verwelkomd. De vorming van de Europese Economische Ruimte kan nu nog worden tegengehouden door het Europese parlement. Daar is onlangs een resolutie aangenomen waarin wordt gedreigd met verwerping van het verdrag als het “Europese instellingen, met name het Europese parlement, in hun wetgevende bevoegdheid verzwakt”.