Een levensechte dierentuin

Een bruingevacht Murmeltier met een lengte van zo'n veertig centimeter staat vrolijk rechtop en kijkt de toeschouwer brutaal en olijk aan. Het beest viel, met 84 punten, dan ook de eerste prijs ten deel in de categorie "Kleine Zoogdieren' van het eerste Europees Kampioenschap Prepareren dat het afgelopen weekeinde in Leiden werd gehouden.

Tentoonstelling "Dood of levend?' Nationaal Natuurhistorisch Museum, Pesthuislaan 7, Leiden. t/m 26 april. ma-vr 10-17 uur. za en zo: 12-17 uur.

In het Leidse Pesthuis (de plek waar over een jaar of vijf het Nationaal Natuurhistorisch Museum zijn intrek zal nemen) zijn niet minder dan 325 inzendingen uit dertien landen bijeengebracht. Deze eindeloze stoet opgezette vogels, zoogdieren, vissen, reptielen en amfibieën, vervaardigd door de crème de la crème van de Europese preparateurenwereld, werd gisteren beoordeeld door een tienkoppige internationale jury en is de komende twee weken voor het publiek te zien. Bezoekers die zelf aanvechtingen krijgen om eens een dode kat of ander huisdier op te zetten, kunnen terecht bij standjes met materiaal en doe-het-zelf literatuur.

Het beoordelen van de inzendingen, waarvan er veel pas in de loop van zaterdag binnenkwamen, was volgens jurylid Marinus Hoogmoed, hoofd afdeling gewervelde dieren van het museum, een flink werk. De jury moest zich opsplitsen in drie groepjes teneinde alles op tijd klaar te krijgen. In alle tien de categorieën (grote en kleine zoogdieren, vissen, grote en kleine vogels, trofeeën, reptielen/amfibieën, groepen, fantasiemodellen en reconstructies, skeletten) werd niet alleen gelet op aspecten als techniek, vakmanschap en anatomie, maar ook op het kunstzinnige criterium "creativiteit'.

Het karakter en de sfeer van de inzendingen lopen sterk uiteen. Sommige dieren en diergroepen zijn opmerkelijk natuurlijk getroffen, andere lijken meer op uit de hand gelopen kerststukjes. Een enkele creatie hoort zelfs thuis in de categorie "kitsch'. Hoogmoed: “De jury is er in haar beoordeling vanuit gegaan dat de inzendingen de natuurlijke werkelijkheid zoveel mogelijk moeten benaderen. Dat betekent dat we niet alleen letten op technische afwerking en op een goede weergave van de anatomie, maar ook op een natuurlijke houding. Bij de afdeling vogels troffen we bijvoorbeeld enkele pleviertjes met een pootstand die onmogelijk kan kloppen, en zoiets kost meteen punten”.

De trotse Europese winnaar is de 30-jarige Deen Erling M⊘rch, een beroepstaxidermist van het Natuurhistorisch Museum in Aarhus. Hij zond niet minder dan tien creaties in, waarvan de helft in de prijzen viel. Zo kreeg M⊘rch de eerste prijzen in de categorie grote en kleine vogels (met respectievelijk een grote ijsduiker en een ijseend) en twee derde prijzen (reptielen, een levendbarende hagedis en kleine zoogdieren, twee poolvossen). Maar de hoofdprijs à ƒ 10.000 gulden kreeg hij voor zijn twee duttende kokmeeuwen op een steen, die zo lijken te zijn weggelopen uit een Verkadeboek van Jac. P. Thijsse. Ze ademen niet de burgerlijke truttigheid van veel andere ingezonden vogels, maar zien er omgeven door hun eigen excrementen buitengewoon levensecht uit.

Het Europees Kampioenschap is een initiatief van de in 1980 opgerichte Nederlandse Vereniging van Preparateurs (NVP), een organisatie die volgens haar secretaris P. Staffeleu in Europa een "voortrekkersrol' vervult. Doel van de NVP is, aldus Staffeleu, het verbreiden van kennis over de taxidermie (de kunst van het opzetten van dieren) en het verbeteren van het prepareerniveau. Sinds 1986 organiseert de circa 110 leden tellende vereniging Nederlandse Kampioenschappen, en sinds 1988 heeft ze samen met Europese zusterverenigingen een Europese Taxidermisten Federatie opgericht, waarbij op dit ogenblik 1350 preparateurs zijn aangesloten.

De NVP telt onder haar leden 59 zogeheten B1-vogelvergunninghouders. Adspirant-leden moeten zich binnen twee jaar laten balloteren, waarbij ze worden getoetst op de Vogelwet uit 1936, de Jachtwet, de Natuurbeschermingswet, de Wet Bedreigde en Uitheemse Diersoorten en (niet verplicht, maar wel gewenst) de Destructiewet, die aangeeft op welke wijze kadavers en organische resten moeten worden vernietigd.

De taxidermie deed haar intrede in het begin van de zestiende eeuw. Het ambacht was toen nog weinig verder gevorderd dan het prepareren van een huid en deze volstoppen met turf of hooi, met enkele kralen als ogen. Sindsdien is de techniek veel verfijnder geworden. Aan details als de inbedding van de ogen - zeer belangrijk voor het verkrijgen van een natuurgetrouw effect - wordt nu oneindig veel meer aandacht besteed.

Adspirant-preparateurs kunnen terecht bij een uitgebreide literatuur en er zijn glossy vakbladen. Voor de professionele zowel als de liefhebbersmarkt is er een uitgebreide handel in kunstgebitten en andere parafernalia van velerlei soorten dieren, terwijl van een groot aantal dieren ook kant-en-klare voorvormen van kunststof kunnen worden gekocht. Een "ogenstand' in het Pesthuis biedt keuze uit glazen ogen, geschikt voor vrijwel het hele Dierenrijk.

Alle aanwezigen zijn het erover eens dat de Europese taxidermie een grootse toekomst voor zich heeft, maar stellen zich bescheiden op als het gaat over de Verenigde Staten. Daar staat de preparateurskunst al sinds jaar en dag op een aanmerkelijk hoger peil. Gevraagd of hij zal meedingen naar de vierjaarlijkse Wereldkampioenschappen in Georgia volgende maand, zegt Europees kampioen M⊘rch dan ook: “Nee, daar hebben wij hier het niveau nog niet voor”.

Foto Philip Mechanicus: Het prepareerniveau is nog niet zo hoog als in Amerika