De spoorstaking van 1992

Ongeveer iedereen leed schade van de spoorwegstaking, met één uitzondering: de stakers zelf. Op het moment van schrijven wijst alles er op dat de NS aan het einde van de maand alle medewerkers het normale salaris voor april betalen, zonder iets af te trekken bij de stakers. Zo is het gebruik bij de overheid - gratis staken op kosten van de werkgever - en zo zal het ook wel gaan bij de NS.

Als die verwachting uitkomt, is dat het eerste wat er moet veranderen bij het staatsbedrijf. Een spoorstaking brengt aanzienlijke hinder voor de klanten van de NS, voor iedereen die nog langer in de file stond en voor allen die vorige week een jaarbeurs, vergadering of tentoonstelling organiseerden, en dan is toch wel het minste dat de stakers ook hun deel dragen van de kosten. Ze hebben niet gewerkt, waarvoor ontvangen ze salaris?

Na de conducteurs komen de verpleegsters, en na de verpleegsters is de beurt aan de ambtenaren. Zin in gratis staken? Als het mooi weer blijft, zou ik ook een paar dagen kunnen staken op kosten van de universiteit. Een onbehoorlijke motivatie voor een staking? Ja natuurlijk, en dat is een reden te meer om snel en definitief een einde te maken aan de praktijk bij overheid en gesubsidieerde sector om bij korte stakingen het salaris gewoon door te betalen. Als werknemers om ernstige redenen grijpen naar het wapen van de staking - een recht dat hen toekomt - mag het niet zo zijn dat men hun motieven op een eenvoudige manier in twijfel kan trekken door er op te wijzen dat de staking hen de eerste dagen toch niets kost.

Het doorbetalen van stakingsdagen is niet het enige mechanisme waardoor de overheid als werkgever in feite stakingen aanmoedigt. Ergerlijk is ook de gewoonte van de politici om in september in de Miljoenennota een duidelijk onrealistisch cijfer op te nemen voor de loonstijging van ambtenaren, verpleegsters en onderwijzend personeel. Bij de NS ging het niet in de eerste plaats om het salaris, maar bij de ambtenaren en de zogenaamde trendvolgers - verpleegsters, omroepen et cetera - verhoogt een te laag loonbod de kans op arbeidsonrust en stakingen. Het kabinet heeft vorig jaar een te laag cijfer genoemd, waarvan het nu de wrange vruchten gaat plukken; ik ben bang dat er dit jaar een herhaling komt in de Miljoenennota van september.

Zojuist voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) een inflatie van meer dan vier procent in 1993. Interessant is overigens dat De Nederlandsche Bank berekeningen publiceerde waaruit blijkt dat de inflatie in Nederland nog steeds ongeveer twee procent zou zijn wanneer de overheid niet zelf zo veel prijsopdrijvende maatregelen had genomen: huren, openbaar vervoer, medische verzorging. Dit kabinet brengt echter het financieringstekort van de overheid terug, niet door bezuinigingen maar door extra geld binnen te halen, liefst op manieren die niet meetellen in de officiële definitie van de collectieve lasten. Zo is de inflatie vooral dank zij het overheidsbeleid gestegen tot boven de vier procent. Toch zullen we nog meemaken dat minister De Vries gaat pleiten voor een loonstijging bij de overheid van drie of drieënhalf procent, waarbij dus alle ambtenaren er in koopkracht op achteruit gaan. De Vries weet ook wel dat een getal dat begint met het cijfer drie voor de loonstijging volgend jaar van de ambtenaren, meer lijkt op een gebed dan op een voorspelling, maar de verleiding is groot om in de Miljoenennota toch maar een te laag cijfer in te vullen.

Immers, hoe lager dat cijfer, des te kleiner is automatisch het financieringstekort waar iedereen met Prinsjesdag naar kijkt. Eén procent lagere loonstijging voor de ambtenaren en trendvolgers scheelt meer dan een miljard op de Rijksbegroting, wat de ministers dus minder hoeven te bezuinigen bij het opstellen van de begroting. Voor minister De Vries is dat van levensbelang, want hij en zijn onvolprezen staatssecretaris Ter Veld zijn - in strijd met eerdere beloften - nog helemaal niet klaar met de wet die de uitvoering van de sociale zekerheid beter regelt, maar moeten intussen wel drie miljard bezuinigen op hun begroting voor volgend jaar.

Vandaar dat De Vries onlangs ergens in een weiland een toespraak hield en alle goeds in Nederland op het conto schreef van zogenaamde loonmatiging. Hoe lager de lonen, hoe meer we kunnen verkopen aan het buitenland, aldus De Vries in Middelstum. Jammer dat geen van de aanwezige CDA-leden hem vroeg waarom hij niet even welsprekend aandrong op winstmatiging door de ondernemers. Dat is een andere manier om de kosten te drukken, zodat we nog meer kunnen verkopen aan het buitenland. Alsof een overschot van twintig miljard gulden op de betalingen met het buitenland, stijgend naar zesentwintig miljard volgend jaar, nog niet voldoende is.

Terwijl De Vries en Ter Veld zo veel zouden kunnen doen om de Nederlandse arbeidsmarkt te verbeteren - namelijk betere wetten maken en er op toezien dat die ook serieus worden uitgevoerd - besteden zij het grootste deel van hun spreektijd aan het vreemde onderwerp "loonmatiging', hoewel er geen schijn van bewijs is dat pleidooien door ministers enig effect hebben op de uitkomst (zie de dissertatie van dr. Van Hulst die zelfs meent dat ministers een averechts effect kunnen hebben op de feitelijke loonstijging). De verklaring is - vrees ik - dat de ambtenaren op het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid onvoldoende geëquipeerd zijn om concurrentie en efficiency in te bouwen in de wetgeving voor sociale zekerheid en arbeidsbureaus. Alom bekende problemen zoals de primitieve opstelling van arbeidsbureaus tegenover de commerciële uitzendbureaus, of de verkwistende oorlog van de Detam en andere bedrijfsverenigingen tegen het GAK en de GMD, weten zij niet verstandig aan te pakken. Wat De Vries en Ter Veld zouden moeten doen, is de beambten van hun ministerie naar een intensieve cursus sturen over efficiency, concurrentie en controle. Dat binnen het ministerie geen zichtbare expertise bestaat op dat gebied valt te begrijpen gezien het verleden, maar dat de minister zo weinig doet om zijn ambtenaren te her-opvoeden is pover.

Zolang de kwaliteit ontbreekt om wetten en uitvoering te verbeteren, moeten De Vries en Ter Veld de drie miljard wel vinden door bezuinigingen, en dan is het veruit het makkelijkste om voortdurend aan te dringen op een zo laag mogelijk cijfer in de Miljoenennota voor de stijging van de lonen bij overheid, zorgsector en uitkeringen. Zo'n extreem laag cijfer in de Miljoenennota is slecht voor het land als geheel: meer ergernis, arbeidsonrust en mogelijk zelfs stakingen, maar toch aantrekkelijk vanuit het eigenbelang van de politici. Zo is de cirkel rond: eerst noemen ministers een te laag cijfer voor de loonstijging om de Miljoenennota sluitend te krijgen. Komen er dan inderdaad protesten tegen onacceptabel lage loonstijgingen, dan grijpen ze niet in wanneer gemeenten, NS of ziekenhuizen te slap zijn om salaris van stakers in te houden. Daarna houden de politici nog meer toespraken over loonmatiging en wekken ze de indruk dat hebzucht bij de vakbonden of kortzichtigheid van werkgevers de ware reden zijn van onze lage arbeidsparticipatie. Maar praatjes vullen geen gaatjes, nee, de gaten worden zelfs groter: iedere week dat De Vries en Ter Veld in gebreke blijven met het indienen van betere wetten kost ons land eentweeënvijftigste deel van drie miljard: zestig miljoen.