Bravo-geroep tijdens Koopmans Matthäus

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door het Amsterdam Baroque Ensemble, Koor en Orkest van de Nederlandse Bachvereniging en Sacramentskoor Breda o.l.v. Ton Koopman m.m.v. Guy de Mey, Christoph Prégardien, Barbara Schlick, Kai Wessel, Klaus Mertens en Peter Kooij. Gehoord: 12/4 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herhalingen: 13/4 Utrecht; 15/4 Amsterdam; 16, 17, 18/4 Naarden (alle uitverkocht).

“Bravo!” De kreet van bewondering uit het publiek doorkliefde gisteravond in Utrecht tijdens de Matthäus Passion van de Nederlandse Bachvereniging de gespannen stilte na de aria Erbarme dich. Er ontstond zelfs een half applaus voor de countertenor Kai Wessel, die de aria van Bach zo mooi had gezongen met begeleiding van Andrew Manze. De violist had zijn partij staande gespeeld, ook al een opmerkelijk en opzichtig verschijnsel in een Matthäus Passion.

De publieke lof tussendoor was voor ons land nieuw, volgens kenners van de ruim een eeuw oude Nederlandse Matthäus-traditie. Het is nog niet zo lang geleden dat applaus na afloop van een Bach-passie in zwang raakte. Eerder had het publiek, toen dat vooral nog bestond uit een schare gelovigen, de kerk altijd verlaten in de drukkende stilte na het slotkoor Wir setzen uns mit Tränen nieder. Maar zeker buiten concertzalen in de Randstad wordt het slotapplaus door velen om begrijpelijke redenen nog altijd als heiligschennis beschouwd. Dirigent Nikolaus Harnoncourt bleek er bij de met publiek enthousiasme begroete passie-uitvoeringen van het Concertgebouworkest op Palmzondag ook altijd moeite mee te hebben. En Frans Brüggen hoedde zich er afgelopen vrijdagavond voor na het eerste deel van de Johannes Passion bij het Concertgebouworkest, ook in Utrecht, een applaus te laten ontstaan.

Dirigent Ton Koopman, die gisteravond de publieke instemming voor de pauze al met enige graagte over zich afriep, heeft er minder moeite mee. “Ja, het is misschien niet erg passend. Maar zeker in een concertzaal moet het toch kunnen, juist na iets verdrietigs. Het "bravo' hier in Utrecht verraste mij wel. Maar verleden week maandag, toen we de Matthäus Passion uitvoerden in het Palais Garnier, de oude Parijse Opéra, waren er ovaties na twee aria's. En na afloop was er zelfs geen seconde stilte voordat de zaal uitbarstte.”

Het kost geen moeite om de Matthaüs Passion, de uitvoerigste cantate ooit geschreven, te karakteriseren als een kerkopera, de barokke voleinding van het middeleeuwse mysteriespel. En de Matthäus van de Nederlandse Bachvereniging volgens Ton Koopman is in de loop der jaren niet alleen uitgegroeid tot een auditief theater van een grote uitbeeldende kracht maar ook tot een vertoning die onderhoudend is en telkens weer verrast.

Zo ontdekt Koopman steeds opnieuw andere details. Hij belicht die op een deels authentieke manier - zó helder gespeeld dat de dramatische chromatiek van Bach als vanzelf optimaal indringend klinkt. Slotakkoorden van het continuo na recitatieven kunnen bij hem even puntig klinken als bij Rossini. En de steeds sterker geworden detaillering in tempi, dynamiek en frasering van de begeleiding en de variatie in de expressie van de koralen maakt zijn Matthäus Passion, zeker wat betreft het aandeel van orkest en koor, tot een bijna volmaakt wonder. Dezer dagen zet hij deze Matthäus ook voor Erato op cd.

Maar ook als improviserend continuospeler op het orgel brengt Koopman een heel persoonlijke toets aan. Juist op heel aangrijpende momenten, als het den greifet van de Evangelist, kan hij een verbazingwekkend vrolijk versierend riedeltje laten horen. Met die relativering maakt Koopman duidelijk dat het hier, ondanks alles, volgens hem toch om kunst gaat en niet om de uitbeelding van puur realisme. Hij buit het grootst mogelijke effect van het Sind Blitze, sind Donner niet maximaal uit. En ook evangelist Guy de Mey, met zijn altijd zangerige toon, houdt de expressie beperkt bij frases als und schlugen ihn mit Fäusten en und weinete bitterlich.

Prachtige prestaties leverden andere solisten: Kai Wessel, de fraai in het klankbeeld passende en evenwichtig getimbreerde countertenor, de bas Klaus Mertens, die ook excelleerde in de kleine partijen en sopraan Barbara Schlick die met haar Aus Liebe zorgde een etherisch hoogtepunt.

Volgend jaar dirigeert Koopman de Matthäus Passion opnieuw bij het Concertgebouworkest, waar hij verleden jaar plotseling inviel voor Harnoncourt. Het zal spannend worden om te horen waar de verschillen optreden en waar de overeenkomsten: de constante in de variabele Koopman.