Amateurisme of pomo-politiek?

Op maandag accordeerde D66-voorzitter Ries Jansen de concept-tekst van het interview en hij voorzag geen problemen.

En dat terwijl de journalist van HP/De Tijd hem nog waarschuwde voor onverwachte effecten. In het interview, dat afgelopen week werd gepubliceerd, zegt Jansen onder andere dat PvdA-leider W.Kok “bij een volgende kabinetsformatie van mij [zou] mogen wegblijven”. “Het zou voor D66 straks bij de kabinetsformatie een stuk gemakkelijker zijn zaken te doen met een PvdA-delegatie zònder Wim Kok.” Geen punt, vond Jansen die zich oprecht ergert aan de “technocratische apparatsjiks” als Kok, die de sociale vernieuwing in de soep hebben laten lopen. En dat is een zaak waar Jansen in andere bestuurlijke functies, onder andere als burgemeester van Krimpen aan de IJssel, sterk bij betrokken is.

Eerlijkheid in de politiek! Op woensdagmorgen nam de Tweede Kamerfractie, Van Mierlo voorop, kennis van het interview. Onmiddellijk en op briefpapier van de Tweede-Kamerfractie ging er een persbericht uit: Jansen betreurde zijn uitlatingen. “Het is niet mijn mening dat Kok in een volgende coalitie beter afwezig kan zijn” aldus Jansen. Tegelijkertijd ontkent hij echter niet dat hij de woorden werkelijk heeft uitgesproken. Praten wil hij niet meer, alles gaat nu via de partijvoorlichter, tevens fractievoorlichter. “Ach”, vergoeilijkt deze, “we zeggen toch allemaal wel eens iets dat we niet zo bedoelen? Alleen bij politici wordt daarvan een probleem gemaakt, vandaar dus die persverklaring. Je moet er niet zo zwaar aan tillen.” Doelt men misschien op deze vrijmoedige omgang met eerlijkheid, als er gesproken wordt over D66 als postmoderne partij? Of is het toch gewoon politiek amateurisme? (HS)