"Zelfcoup' kan oppositie in Peru van pas komen; Huidige situatie is niet ongunstig voor ex-president Garciá

LIMA, 11 APRIL. Met een presidentieel besluit, tanks en stokslagen werd de Peruaanse politieke oppositie deze week in het nauw gedreven. De ontbinding van het parlement, de detenties en het onder huisarrest plaatsen van politici heeft vooral de grootste en best georganiseerde partij in het land getroffen: de APRA van oud-president Alan Garcia Pérez.

Tegelijk met de televisietoespraak zondagavond waarin president Alberto Fujimori de opschorting van de grondwet en de sluiting van het Congres aankondigde, rolden tanks naar de woningen van prominente APRA-politici. Enkelen werden gearresteerd, sommigen doken onder of zijn verdwenen zonder dat iemand schijnt te weten waar zij zijn gebleven. Dat geldt met name voor Garcia.

Uit de door Fujimori afgekondigde maatregelen blijkt, dat de president vooral in de APRA het grootste politieke struikelblok voor zijn beleid zag. Met de ontbinding van de rechterlijke macht probeert Fujimori de greep te doorbreken die de nu oppositionele APRA nog steeds op dit onderdeel van de staat heeft. De dertien rechters van de 23 leden van het Hooggerechtshof die donderdag door Fujimori werden ontslagen zijn radicale APRA-leden, dan wel destijds in hun functie benoemd door president Garciá en hem dus volgens de ongeschreven wetten van de politiek loyaliteit verschuldigd. Hetzelfde geldt voor tientallen openbare aanklagers, voor leden van de Rekenkamer en ambtenaren bij andere publieke instellingen. “De oppositie trachtte de regering langzaam te wurgen”, zei Fujimori woensdagavond in een verwijzing naar de "sabotage-acties' van de Apristas binnen het staatsapparaat.

Verschillende hoge overheidsfunctionarissen met APRA-connecties of met anders gekleurde oppositionele sympathieën hebben inmiddels hun ontslag ingediend of gekregen. Onder hen is het hoofd van het Openbaar Ministerie, Pedro Méndez Jurado. Maar ook bijvoorbeeld de Peruaanse ambassadeur in Venezuela, Alan Wagner, minister van buitenlandse zaken ten tijde van het presidentschap van Garciá (1985-1990).

Onduidelijk is hoeveel oppositionele politici nog gevangen zitten. Minister van buitenlandse zaken Augusto Blacker Miller zei dinsdagmiddag op een persconferentie weliswaar dat alle politieke gevangenen “binnen twee weken” zullen vrijkomen, maar desgevraagd kon hij niet vertellen wie er precies in hechtenis zijn genomen en waar zij verblijven. Volgens een lijstje dat gisteren werd gepubliceerd in het dagblad Expreso zouden nog zeven politici gevangen zitten, onder wie Abel Salinas en Augustin Mantilla, beiden minister van binnenlandse zaken ten tijde van Garcia. De lijst vervolgt met drie Mileense politici met huisarrest - onder wie de beide voorzitters van het Congres - en drie in de provincies. Twee leiders van de radicale onderwijsvakbond Sutep zitten vast, evenals zes zogenoemde "democratische advocaten'. De laatsten verdedigen vooral gevangen genomen leden van de terreurbeweging Sendero Luminoso ("Lichtend Pad'). Alle gearresteerde journalisten zijn inmiddels vrijgelaten.

De meeste belangstelling gaat evenwel uit naar het lot van oud-president Garcia. Is hij ondergedoken, zoals de regering beweert, of is hij verdwenen, zoals zijn partijgenoten zeggen? Woensdag verscheen er ineens een mysterieuze cassetteband bij het (buitenlandse) persbureau EFE waarop de stem van Garcia zou zijn te horen. De boodschap luidde dat de oud-president niet in detentie verkeerde, maar was ondergedoken en vanuit zijn schuilplaats de oppositie van de democratische partijen zou aanvoeren. Garcia's echtgenote en verschillende van zijn Aprista-kameraden beweren dat het om een vervalsing gaat.

Hoe dan ook, de huidige situatie is niet ongunstig voor Garciá, voor zover zijn verdwijning niet door het leger is gearrangeerd. De invloedrijke politieke commentator Manuel D'Ornellas schreef gisteren dat de acties van Fujimori en het leger niet alleen de fundamentele rechten van de mens schenden, “maar ook een beweging in werking zetten die de herrijzenis van de APRA-partij en Alan Garcia” betekenen. “In Peru, zo stelde D'Ornellas, “is het een norm waarop geen uitzondering wordt gemaakt”, dat de vervolgde politicus de (hernieuwde) sympathie van de massa's krijgt.

De populariteit van Garcia en diens APRA was de afgelopen anderhalf jaar tot het nulpunt gedaald, na het voor Peru bijna fatale presidentschap van de man die eens door de Socialistische Internationale werd gezien als het glansrijke voorbeeld van een jonge, dynamisch en moedige leider van een Derde-Wereldland. Herinneringen aan de corruptie, inefficiëntie en hyperinflatie die het regime-Garciá kenmerkten, liggen hier nog vers in het geheugen. Onder Garcia werd bovendien de strijd tegen Sendero Luminoso vooral ten koste van onschuldigen gevoerd. Maar die herinneringen zouden weleens snel plaats kunnen maken voor het beeld zoals D'Ornellas dat schetst. Garcia's kansen op een tweede presidentschap, vanaf 1995, zijn deze week aanzienlijk gestegen.