Waarin van de weeromstuit de Enzensberger-samba ...

Waarin van de weeromstuit de Enzensberger-samba opklinkt

"Grote goden,'' schoot het door mijn ziel, terwijl ik besefte dat ik het zelf was (en helemaal niet Enzensberger), die mij door de etalageruit van de Bijenkorf aankeek, ""het wordt tijd voor een verre vakantie!''

Maar, waarnaartoedanwel? ""Nee, nee, nee...,'' stamelde ik half luid, ik was al te diep in het Enzensberger-labyrint verstrikt geraakt. Afstel van het interview met de Grote Duitse Denker zou gelijk staan aan vaandelvlucht, desertie, hoogverraad en leiden tot pensioenbreuk bovendien! Wat meer was: het enige alternatief scheen een lucratieve voorlichterspositie bij een willekeurig ministerie. Maar daar zaten alle andere oud-collega's al. Goed gedacht, Daan, dacht ik, maar hoe ...

Hola, wat was dat nu? Instinctief dook ik weg achter een ordeloze kluwen kansarme verslaafden. Daar liep Ferdy Viscaal! De nieuwe uitgever van Boek in Beeld, die hedenochtend met stelligheid had medegedeeld dat de lezers van ons periodiek blijkens onderzoek in het geheel geen boeken lazen, stapte nu met een boodschappentas vol olijke lectuur welgemoed uit lustshop La Bamba, een nering waarvan de uitgestalde waren moeiteloos pasten in zijn eigen artistieke pretenties.

Terwijl ik geroutineerd een pijnlijk vis-à-vis ontweek, rees bij mij het vermoeden dat het tijd was voor contemplatie. Doelbewust wendde ik mijn schreden naar mijn particuliere overpeinzingsruimte, het revitaliseringsoord voor mijn wiebelend equilibrium, de stiltekamer voor mijn geplaagd gemoed.

Het was weer druk in de Railroad Bar. Met een zucht van opluchting dook ik op de enige vrije kruk bij de toog. Hier was ik veilig, hier voelde ik mij altijd weer een klein beetje op verre vakantie.

""Dag Daan,'' swingde de barkeeper geroutineerd, ""het gewone receptje dan maar?'' Hij was een oude vakgenoot, deze Feike Nuninga, wiens maatschappijkritische reportages hem ooit hadden geleerd dat hij eigenlijk thuishoorde onder het gewone volk. En dat was ook zo.

""Just what the doctor ordered, Feike,'' mompelde ik, terwijl ik probeerde mijn gedachten te ordenen. Het eerste punt op mijn imaginaire agenda was de prangende vraag: alles goed en wel, maar: wat is wijsheid? Terstond werd het mistig in mijn hoofd. Zou ik open kaart spelen tegenover de collega's van Boek in Beeld? Zouden ze sympathiseren met het verlies van de interviewbandjes waarop het kostelijk gedachtengoed van Enzensberger (over Europa enzo)? Zouden zij een uitweg weten voor de dolende journalist wiens gesprek met zo een Grote Duitse Denker vervlogen was door een onvoorzien falen van de techniek?

Vast niet.

""Tuuut, tuut,'' riep Feike Nuninga enthousiast terwijl hij het treintje met mijn Cocktail Casablanca in beweging zette. Dit was de Railroad Bar! Dit was gezelligheid! ""Here's looking at you, kid,'' knipoogde ik naar hem. En na een fikse teug dacht ik: niet zeuren, Daan! Het is tijd om je te vermannen. Welke journalistieke wet schreef überhaupt voor dat je een geïnterviewde ook daadwerkelijk gesproken moet hebben? Een journalist kan toch zélf ook wel denken? Een journalist is immers een geëquipeerde generalist die geen maatschappelijke zee te hoog gaat! Had ik niet onlangs na een vijf minuten chaotisch tête à tête met veertig andere reporters in de transitruimte van Schiphol een prachtige cover-story over Vaclav Havel geschreven? Heel professioneel ook dat die fotograaf ons samen had gekiekt toen ik in het gedrang pardoes tegen de Grote Tsjechische Theatermaker was opgebotst! En bovendien: was het mij indertijd ook niet gelukt 3000 woorden te wijden aan een exclusieve ontmoeting met Vladimir Nabokov in Genève die na vier minuten lelijk werd verstoord toen zijn trein alsnog op tijd vertrok?

Nou dan: zo ging het toch altijd! Journalistiek was immers de kunst van het weglaten? Namelijk van de onthutsende werkelijkheid! Twintig jaar in het vak hadden mij toch zeker genoeg eelt op de ziel opgeleverd?

""Staat het sein op groen, Daan?'' vroeg Feike terwijl hij waarschuwend wees naar mijn halflege glas. ""Doe maar een Timboektoe Teaser!'' riep ik vastberaden. Hè, ik voelde me al een stuk beter. Ik had mijzelf herpakt en wel op het nippertje. Soepel deinde ik mee op de Caraïbische klankcollage die nu al elf jaar de geanimeerde enscenering van de Railroad Bar bepaalde. Zachtjes neuriede ik voor mij uit: ""Hmmmmmm, hmmmm, young and bright and beautiful, mmm, mmm, mmmm, the girl from Ipanema, ehhh, dit is de Enzensberger-samba, de Enzensberger-saahaambaahaa...''

Prompt viel mijn oog op een blondine van onbestemde leeftijd aan de overkant van de toog. Zij was iets te gebronst om van geheel onbesproken levenswandel te zijn. Haar jurk was gespannen als een hoge E-snaar en na mijn beschaafd-vriendelijke blikken bekeek ze me alsof ik iets was dat onder haar schoenen zat. ""Zet eens wat op de rails voor de dame aan de overkant, Feike,'' zei ik tot mijn oud-collega terwijl een gevoel door mijn middenrif trok dat ik een decennium of wat eerder als hoop op een diep intermenselijk gesprek zou hebben bestempeld.

""Tuuut, tuut,'' zei Feike en geroutineerd stuurde hij een Waikiki Winker in haar richting (zij zat aan perron 2). Dit was de Railroad Bar! Dit was beter dan thuis!

Grote goden, wat was dat nu? Een harige hand schoot over de rails en zette gedecideerd de wissel om. De Waikiki Winker verdween roemloos naar Perron 6. Wie was die proleet! Wat dacht hij wel!

De man staarde mij aan met een blik alsof hij alweer een kritisch artikel over zijn sociaal-democratische vrinden buiten de kolommen van zijn periodiek had weten te houden. En dat was ook zo! Alle Jezus, dacht ik, het is Joop van Mourik, de robuuste laatste man van Vrij Nederland. Zijn letterknechten stuurden met grote regelmaat door hem afgeschoten kopij naar Boek in Beeld met de vraag of die dan alstublieft hun pennevruchten wilde afdrukken. Dat wilden wij best, ware het niet dat wij wisten dat Joop van Mourik in dezen niet te passeren was zonder het verhoogd risico op lichamelijk letsel. Levendig herinnerde ik mij nog hoe hij in de literaire uitspanning De Engelbewaarder zijn personeel met volle bierflessen had afgerost.

Donnerwetter, dacht ik, maar dan is die vrouw.....ehh...niet de girl from Ipanema! Joop van Mourik leek iets te gaan zeggen in mijn richting. En dat was meer dan ik verdiende. Het was, kortom, tijd om op te stappen. En wel direkt. ""Feike,'' fluisterde ik, ""zet je alles even op mijn rekening? Ik moest maar eens aan het werk. Eerlijk zweet stinkt niet, weet je, en dat geldt zeker voor mijn Enzensberger-interview.''

(Wordt vervolgd)