Waan van de dag regeert op effectenbeurs Tokio

TOKIO, 11 APRIL. Bijna geen leuker spelletje dan na een beursdag in Tokio voorspellingen te checken van beursanalisten. Tien tegen één dat die niet kloppen. Donderdag voorspelden ze dat buitenlandse beleggers vrijdag massaal zouden verkopen, maar gisteren bleek dat het buitenland massaal aandelen kocht. Bijna geen neerslachtiger beroep dan beursanalist, zelfs het weer wordt in Japan beter voorspeld.

Zoveel is zeker, de hypernerveuze beurs van Tokio wordt geregeerd door de waan van de dag. Donderdagmorgen steeg de Nikkei met zo'n 300 punten, rondom het middaguur stond die op alweer op min 31 en hingen de klerken op de beursvloer verveeld over hun schermen, wachtend op orders van de effectenhuizen. Het gerucht dat Boris Jeltsin was afgezet, deed de Nikkei plotseling 577 punten tuimelen. Gisteren was het bericht dat Amerika Japan zou hebben gevraagd zijn begroting met zes biljoen yen te verhogen om de economie aan te zwengelen goed voor 1252 punten winst.

“Dat de Nikkei de ene dag naar beneden holt en de andere dag omhoog spurt, heeft dezelfde reden: puur psychologie”, zegt beursmakelaar Fukuo Kawakubo van Nomura, 's werelds grootste effectenhuis. “Ik kan het echt niet anders uitleggen, want in 48 uur is aan de economie niets veranderd.”

In Tokio circuleren vele verklaringen voor de hyperventilerende beurs. De een noemt de beurs een weerspiegeling van de reële economie, van de slinkende economische groei en van de "voorraad-recessie' waarin Japan verkeert na een periode van overinvesteringen. Een ander meent dat de als een jojo op een neer gaande Nikkei de stuiptrekkingen weerspiegelt van de gebarsten bubble-economie.

Het lijkt erop dat de zwalkende beurs aan zijn lot is overgelaten. Hoe anders was dat in het verleden. Als toen de beurskoersen uit de hand dreigden te lopen, ontbood het ministerie van financiën de presidenten van de vier grote effectenhuizen, bij voorkeur aan de lunch, en gaf ze minzaam te verstaan in te grijpen. Waarna de kleine effectenhuizen en de beleggers wel volgden.

Die politiek was zeer succesvol, zegt Yoshio Suzuki, wijzend op de geringe gevolgen voor Tokio van de beurskrach op Wall Street in oktober 1987. Hij was in die tijd vice-gouverneur van de Bank van Japan en adviseert tegenwoordig Nomura. Maar nu is besloten de markt zijn gang te laten gaan. “Een zeer bittere ervaring, een zeer bittere tijd”, verzucht hij.

Volgens Suzuki staan de "Grote Vier' te popelen om te interveniëren, maar mogen ze niet. Beursschandalen hebben hun oligopolische macht aangetast en deregulering is nu het toverwoord. Hij is er op zichzelf geen tegenstander van - voorziet al in het derde kwartaal herstel - maar aan veel is te merken dat hij terugverlangt naar de goede oude tijd. Somber haalt hij een Japanse zegswijze aan: “Het wordt het donkerst als de schemering valt.”

Akio Mikuni, president van het gelijknamige onderzoeksinstituut dat bekend staat om zijn dissidente analyses, noemt het onzin dat de effectenhuizen nog kunnen interveniëren. Daartoe hebben ze de fondsen niet meer, zegt hij. Volgens hem is er heel iets anders aan de hand. Toen een paar jaar geleden op aandrang van Amerika werd besloten de rente op deposito's vrij te laten, tot dan toe kunstmatig laag gehouden omdat de Japanners toch wel spaarden, dachten de monetaire autoriteiten, Financiën voorop, hun invloed op de economie te behouden. “Wat een misrekening”, zegt Mikuni misprijzend. De rente ging omhoog, het rendement op aandelen bleef daarbij ver achter en de spaarders spaarden nog harder.

Nu wordt volgens hem de discontoverlaging door de Bank van Japan overschat. De centrale bank heeft maar een bescheiden invloed, op de korte rente. Meer invloed hadden de beursschandalen, die twijfelaars het laatste duwtje gaven, weg van de beurs, richting spaarbanken. De gedereguleerde rente is volgens Mikuni de echte reden van de koersval. Die heeft de autoriteiten de controle doen verliezen over de aandelenmarkt, hoezeer ze met publieke uitspraken ook het tegendeel suggereren. De winnaars van het beursdebâcle zijn de spaarders, stelt hij vast.

Als de beurs de spaarders terug wil lokken, zullen ondernemingen het dividend moeten verhogen om beleggen in aandelen aantrekkelijker te maken. Daarover heeft iedereen nu wel de mond vol, zegt hij, maar bijna niemand denkt na over de betekenis. “Want ga maar na, als bedrijven hun dividend verhogen, moeten ze meer winst maken en als ze meer winst moeten maken, moeten ze hun prijzen verhogen en dat betekent een breuk met hun jarenlang gevoerde tactiek: marktaandeel vergroten ten koste van hun winst.”

Mikuni verwacht dat ondernemingen geen keuze hebben en dat dit inderdaad zal gebeuren. “En dan is er nog een winnaar”, zegt hij, met een knipoog naar de correspondent, “dat is de concurrentie in het buitenland. Die spint alleen maar garen bij hogere prijzen van Japanse produkten.” Mikuni, lachend: “In feite is Japan bezig een echte markteconomie te worden”.