Vrouwenstudies (4)

In de boekenbijlage van 28 maart presenteerde B. Bommeljé een "analyse' van het vakgebied vrouwenstudies. Aangezien het gaat om een jong en dynamisch wetenschapsgebied, dat bovendien verbonden is met een bepaalde maatschappelijke strijd, koos hij een interessant thema voor zijn artikel. Jammer genoeg is het resultaat van ronduit slechte kwaliteit, omdat Bommeljé aanwijsbaar onjuiste informatie geeft en tot zijn conclusie komt via een drogredenering.

Bommeljé is lui geweest en heeft zich beperkt tot wat bladeren in zes zeer uiteenlopende vrouwenstudiesboeken, om uiteindelijk de gewichtige conclusie te trekken dat vrouwenstudies verworden is tot een zwaar gesubsidieerde, sektarische bezigheid. Als Bommeljé de kranten de afgelopen jaren beter had gelezen en tijdens het schrijven van zijn vlijmscherpe analyse moeite had gedaan om enkele "feiten' te verifiëren, dan had hij de volgende missers kunnen voorkomen. Hij begint met te stellen dat vrouwenstudies spectaculair zijn gegroeid, terwijl de feministische beweging in Nederland op sterven na dood is. Bewijzen daarvoor ontbreken. Bommeljé voert aan dat niemand bijvoorbeeld weet ""of de Emancipatiecommissie überhaupt nog funktioneert''. Blijkbaar bedoelt hij hier de landelijke Emancipatiecommissie. Daar horen we inderdaad niks meer van. De reden daarvoor is dat de Emancipatiekommissie per 1 januari 1981 is opgeheven, omdat toen de wettelijke opvolgster daarvan, de Emancipatieraad, werd ingesteld. Vorig jaar bestond de Emancipatieraad 10 jaar en in de media werd uitgebreid aandacht besteed aan de talloze adviezen die de Raad het afgelopen decennium deed verschijnen.

Bommeljé schrijft verder: ""De aparte staatssecretaris voor emancipatiezaken is ook verleden tijd''. Onzin. Oók als hij bedoelt dat emancipatie slechts een onderdeel van het takenpakket van staatssecretaris Ter Veld vormt, want daarin verschilt het huidige staatssecretariaat niet van dat van haar voorgangsters, Kraaijeveld-Wouters, d'Ancona en Kappeyne van de Coppello.

Dat vrouwenstudies zo sterk gegroeid zijn, is volgens Bommeljé te danken aan de inmiddels zo ""veelvormig en wijdvertakte'' geldstromen voor feministisch onderzoek. Daarbij zou een ""van staatswege opgerichte (...) wetenschappelijke stichting voor de promotie van vrouwenemancipatieonderzoek'' een belangrijke rol spelen. Gaf ze niet samen met het Nederlands Genootschap voor Vrouwenstudies het boekje "Nieuwe geldpotten' uit? Die vermeende wetenschappelijke stichting was de STEO: een afkorting die stond voor Stimuleringsgroep Emancipatie-Onderzoek. Per 1 januari 1990 is dit adviesorgaan van de overheid opgeheven en het door haar beheerde stimuleringsgeld voor emancipatieonderzoek is overgeheveld naar NWO, de algemene Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. In het boekje is te lezen, dat de mogelijkheden om op een betaalde werkplek aan de universiteit emancipatie-onderzoek te doen heel klein zijn. Het bevat tips voor het aanboren van specifieke subsidies voor vrouwenstudies, maar vooral ook voor het openwrikken van bestaande geldpotjes. Geen plattegrond van het paradijs, zoals Bommeljé suggereert, maar een overlevingshandboek.

Bommeljé baseert zijn analyse van het vakgebied vrouwenstudies verder op zes boeken, waarvan hij zelf zegt dat ze slechts een deel van het totale palet van vrouwenstudies vormen. Maar, zo vult hij aan, ""door het jubileum-achtige karakter van enkele van deze boeken heeft de selectie een representatief karakter (...)''. Ja, representatief voor wat binnen een bepaald theoretisch perspectief aan discussies gevoerd is over vrouwenstudies. Dergelijke jubileumbundels maken echter een selectie uit het brede terrein van vrouwenstudies niet minder selectief.

Wie na zo'n inzet nog verder leest, is benieuwd hoe de auteur na zo'n valse start uiteindelijk de stelling bereikt dat vrouwenstudies niet méér is dan een vorm van sektarisme, bedreven door een gesloten circuit van universitaire dames, die zich verlustigen aan het postmodernisme? Allereerst door in de wetenschap algemeen voorkomende fenomenen in het geval van vrouwenstudies als indicatoren voor sektarisme op te vatten. ""Veel netwerk-referenties in de noten-apparaten'': heel gebruikelijk in een tijdschrift dat een platform is voor een specifieke theoretische discussie. "Personele dubbelfuncties': niet vreemd als men ter bemensing van een adviesorgaan ter zake deskundigen zoekt.

Een fundamenteler verwijt kan Bommeljé gemaakt worden met betrekking tot de reikwijdte van zijn conclusie. Een uitspraak doen over vrouwenstudies in Nederland, zonder gewag te maken van de talloze empirische studies die door vrouwenstudiesonderzoeksters zijn verricht, is niet anders dan kwade trouw. Toets bij een universiteitsbibliotheek de trefwoorden "vrouwen en arbeid' in, of "vrouwen en onderwijs', "allochtone vrouwen', "vrouwen en zorg' en vele titels rollen aan je ogen voorbij. Bij onze afdeling emancipatieonderzoek/vrouwenstudies aan de Erasmusuniversiteit deden we bijvoorbeeld onderzoek naar de mogelijkheden voor vrouwen om uit de bijstand en aan het werk te komen, naar een "haalbaar en betaalbaar' overheidsbeleid ter vereenvoudiging van de combinatie van werken en zorgen, naar de arbeidspositie van oudere vrouwen, naar werving en selectie van politievrouwen voor de Rotterdamse politie. Van dergelijk empirisch emancipatieonderzoek wordt vooral verslag gedaan in algemene wetenschappelijke tijdschriften zoals het "Tijdschrift voor Sociale Wetenschappen', het "Sociaal Maandblad Arbeid', "Mens en Maatschappij', "Psychologie en Maatschappij', "Beleid en Maatschappij', "Jeugd en Samenleving'. Voor het verwijt van ""wetenschappelijke inteelt'' ontbreekt dan ook elke grond.

Kortom: er is binnen vrouwenstudies een indrukwekkende hoeveelheid beleidsrelevant (opdracht-)onderzoek verricht, waarvan de resultaten van belang zijn voor ""gewone vrouwen''. Daaraan en aan het feit dat dergelijke studies ter analyse en verklaring van de maatschappelijke positie van vrouwen buiten kringen van vrouwenstudies nog nauwelijks ondernomen worden, ontlenen vrouwenstudies hun bestaansrecht.

Naschrift Bastiaan Bommeljé

Het is jammer dat Hanne Groenendijk niet ingaat op de vraag hoe het komt dat na meer dan tien jaar vergaderen en de ""talloze adviezen'' van de Emancipatieraad Nederland nog altijd achterop loopt in Europa wat betreft arbeidsparticipatie en gelijkberechtiging van vrouwen; het is ook jammer dat zij niet vermeld dat de overheid de afgelopen jaren 8 miljoen gulden extra heeft uitgetrokken voor Vrouwenstudies, en dat die niet naar "beleidsrelevant onderzoek' gingen, maar naar de Universiteit van Amsterdam waar ze verdampten in theoretisch "gender-onderzoek' (binnen Vrouwenstudies wordt onomwonden gesproken van ""de verdwenen miljoenen''); het is eveneens jammer dat zij de besproken boekwerken niet heeft geraadpleegd, want dan had zij gezien dat zowat alle punten die zij in haar brief bestrijdt in deze Vrouwenstudies-publikaties zelf aan de orde worden gesteld.