Vrouw dient Beckett van repliek

Voorstelling: Comfortable or Not door Theater aan de Haven/Indivina. Tekst: Kester Freriks, Thomas Verbogt, Mieke Lelyveld, Gerbien Fricke. Regie: Kim Zeegers; muziek Joke Geraets; spel: Guusje van Tilborgh.

Voorstelling: Wachten op B. door Theater aan de Haven/de Bastaard. Tekst: Matthieu Verstegen, Johan Doesburg, Ton Theo Smit. Regie: Johan Doesburg; spel: Jack Wouterse, Ariane Schluter, Fred van de Schilde, Richard Kühne. Gezien: 9/4 Kunstpassage-Fluwelen Burgwal Den Haag. Nog te zien aldaar t/m 18/4.

“Kleine Beckettjes zijn het, allemaal. Noodzakelijk gevoelsarm. Liefdeloze, borende blik.” De vrouw heet Spijkerin en ze heeft het niet zo op het andere geslacht begrepen, vooral niet nu haar man of minnaar haar plotseling heeft verlaten. Ze mist hem, dat is waar, maar tegelijkertijd wil ze onafhankelijk zijn. Een vrouw moet zich niet door een man de wet laten voorschrijven, vindt ze: “Onze enige angst is dat een man ons zal bezitten. Dat zou ons einde betekenen. Waar is dan onze trots? Spijkerhard zeggen: Ik ben niet van u gediend.”

De vrouwen in het werk van Beckett moeten zich veel laten welgevallen: ze zakken weg in een hoop zand of ze zijn op het toneel niet meer dan een pratende mond. In de solovoorstelling Comfortable or Not, die nu te zien is gedurende het Beckett Festival in Den Haag, krijgen ze de gelegenheid te reageren op hun ondergeschoven positie bij Beckett. Ze doen dat strijdlustig en met ironie, zoals blijkt uit het commentaar van Spijkerin. Haar boutade, van de hand van Kester Freriks, vormt samen met nog drie andere monologen van Thomas Verbogt, Mieke Lelyveld en Gerbien Fricke, één lange alleenspraak die Guusje van Tilborgh voor haar rekening neemt.

De teksten, geschreven op verzoek van regisseur Kim Zeegers, zijn wisselend van lengte en toon maar worden zonder onderbreking gespeeld in dezelfde ruimte. Daardoor is in eerste instantie moeilijk te onderscheiden waar de ene tekst ophoudt en de andere begint, toch valt na verloop van tijd op dat er verhalende en meer poëtische teksten zijn. Zo heeft vooral de eerste monoloog van Gerbien Fricke veel weg van een gedicht met een staccato-achtig ritme van korte zinnen.

Guusje van Tilborgh stapt moeiteloos over van de ene rol in de andere. Haar aandeel bepaalt voor een groot deel de charme van de voorstelling. Met haar uitdagende presentatie en haar levendige stem weet ze ook tekstfragmenten die weinig beeldend zijn naar haar hand te zetten. Er is muziek en in de kelderachtige ruimte waar Van Tilborgh optreedt staat een auto die definitief tot stilstand is gekomen tegen een pilaar; er is een smeltend blok ijs dat ze met een bijl te lijf gaat en aan de zoldering hangen vuilnisbakken met klepperende deksels - dit alles zorgt voor een voorstelling met bevreemdende momenten en beckettiaans absurdisme. De teksten zijn niet allemaal even boeiend, maar het is hoe dan ook amusant dat een vrouw een keer de kans krijgt Beckett en zijn mannen van repliek te dienen.

De voorstelling die met Comfortable or Not één programma vormt en na de pauze wordt gespeeld heet Wachten op B. Deze door Johan Doesburg geregisseerde en samen met Matthieu Verstegen en Ton Theo Smit geschreven produktie is eveneens geïnspireerd door Beckett. In dit geval is hij zelf aanwezig en zit zwaar ziek, want hij is bijna dood, in een stoel terzijde van de speelvloer. Met zijn lappenpop Malone op schoot kijkt hij naar een paar geesteskinderen die op komen draven en naar zichzelf als jongeman. Af en toe interrumpeert hij de personages op het toneel met commentaar, of hij begint een conversatie met Malone (wiens gezicht erg op dat van Beckett lijkt), maar de meeste tijd kijkt hij zwijgend toe.

Twee karikaturen van Estragon en Vladimir - het beroemde duo uit Wachten op Godot - blijken langzamerhand genoeg van elkaars gezelschap te hebben, maar zonder slag of stoot gaan ze niet uit elkaar. Op een tamelijk komische manier wordt Becketts stuk door de twee geparodieerd. Hun spel wordt telkens onderbroken door ontmoetingen tussen de jonge Beckett en Lucia, de dochter van James Joyce. Zij houdt van hem, maar hij wijst haar af. De oude Beckett in de stoel zegt somber dat, als hij haar indertijd had gekust, hij nu misschien nog in leven zou zijn.

Wachten op B. is vooral leuk voor Beckett-fanaten. Wie minder thuis is in zijn werk zal de verwijzingen naar zijn werk, zijn personages en zijn persoonlijk leven in veel gevallen niet begrijpen. Zo is mij ontgaan wat de betekenis is van het object (een motor?) dat onder een zwart dekzeil op de vloer is neergezet, precies onder een lekkende leiding. Toch is ook voor degene die geen boodschap heeft aan de verborgen of minder verborgen toespelingen in het stuk, plezier te beleven aan de voorstelling - daar zorgen de acteurs voor.