Voorstel De Vries ligt beter bij PvdA dan bij CDA

DEN HAAG, 11 APRIL. De achtste PvdA-minister in het kabinet wordt hij door sommigen wel genoemd: CDA-minister van sociale zaken Bert de Vries.

Opnieuw doet hij deze typering alle eer aan. Het voorstel dat De Vries deze week in het kabinet heeft gedaan om de inkomensgevolgen van de ontkoppeling volgend jaar te beperken, zal bij de PvdA vast beter vallen dan bij zijn eigen partij. Een nivellerende belastingmaatregel, waardoor de minima toch nog enigszins gelijk oplopen met de overige inkomens, is bij het CDA niet populair na de protesten van de achterban begin dit jaar over stijgende lasten. "Eens maar nooit weer', oordeelde het CDA toen het kabinet vorig jaar op instigatie van De Vries besloot de inflatiecorrectie voor dit jaar te schrappen. Daarom gooit De Vries het nu over een andere boeg maar met exact hetzelfde effect. Want de manier waarop hij aan de belastingvrije sommen wil gaan sleutelen, komt materieel op precies hetzelfde neer als het schrappen van de inflatiecorrectie. Het heet alleen anders.

Het kabinet is begonnen aan de besprekingen over de begroting voor 1993. Een van de knelpunten daarbij is een overschrijding in de uitgaven voor sociale zekerheid van 1,8 miljard gulden. De Vries heeft van minister van financiën Kok te horen gekregen dat hij dit probleem zelf moet oplossen. De eenvoudigste manier is om de koppeling tussen uitkeringen en lonen los te laten, want ieder procent dat de uitkeringen achter blijven, levert de sociale zekerheid 900 miljoen gulden op.

Voor ontkoppeling is ook een objectieve reden aan te voeren: de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheid legt vast dat boven een bepaalde verhouding tussen werkenden en niet-werkenden de koppeling van de baan is. Door de economische stagnatie wordt deze verhouding van maximaal 86 niet-actieven op 100 werkenden volgend jaar opnieuw overschreden.

Ontkoppeling betekent dat mensen met een uitkering er in koopkracht op achteruit gaan. Om hun besteedbaar inkomen toch op peil te houden, zoekt de Vries naar compenserende maatregelen. Dat kan door verschuivingen in de lastendruk ten gunste van de laagste inkomens. De Vries wil die betalen door de belastingvrije som bij de inkomstenbelasting niet langer te verrekenen tegen het hoogste tarief waarin een belastingplichtige valt. De Vries heeft voorgesteld de belastingvrije som in mindering te brengen op het inkomen dat in de laagste schijf van de inkomenstenbelasting valt. Op deze manier betalen de midden- en hogere inkomens de lastenverlichting voor de minima.

Het betekent dat ten behoeve van de koopkracht van de minima de collectieve lasten voor de midden- en hogere inkomens zouden stijgen. Bovendien zou het plan leiden tot aanpassingen van de belastingschijven aan de onderkant, waardoor het draagvlak voor de belasting- en premieheffing kleiner wordt.

Volgens economische deskundigen zal hogere lastendruk, zoals ook dit jaar al het geval is, leiden tot hogere looneisen. Hierdoor neemt de inflatie toe en stijgen de arbeidskosten, wat ongunstige gevolgen heeft de werkgelegenheid. De gedachte waarmee het kabinet speelt, om de btw volgend jaar met één procent te verlagen ter beperking van de prijsstijgingen, zou op deze manier via de achterdeur ongedaan gemaakt worden.

Het grootste bezwaar tegen het voorstel van De Vries is dat belastingen en premies nog meer dan nu al het geval is, een instrument worden voor inkomenspolitiek. Dit leidt volgens economische deskundigen in een periode van verwaarloosbare groei tot een herverdeling van de inkomens ten gunste van niet-werkenden, waardoor de Nederlandse economie structureel verzwakt.