"Tegenwind maakt je alleen maar harder, alleen maar sterker'; Showdanseres wil ze worden, bewegen zit haar in het bloed; "Elvira heeft het vermogen om de techniek te vervolmaken'

Vlak voor het wereldkampioenschap turnen in Parijs heeft het Nederlands Olympisch Comité de Nijmeegse ELVIRA BECKS gisteren voor Barcelona aangewezen.Voor het eerst in zestien jaar haalt een Nederlandse turnster de Olympische Spelen. Een talent dat gedijt ondanks felle tegenwind.

Haar trainer Gert-Jan Nieuwstad zegt dat er twee soorten turnsters bestaan. Zij die het moeten hebben van fysiek geweld, van zware onderdelen die elkaar opvolgen als een slagregen. En zij die zich bewegen op vleugels van schoonheid en techniek. Zoals de Russin Boginskaja. Zoals Elvira Becks.

“Elvira heeft het vermogen om de techniek te vervolmaken”, zegt Nieuwstad met eerbied. “En die perfectionering ziet er ontzettend mooi uit. Haar oefeningen hebben een esthetische meerwaarde. Het is bijna kunst wat ze doet.”

Ze voelt zich in haar element zolang ze kan bewegen, verend, vloeiend, zelfs in haar logge trainingspak. Een meisje met grote, dwingende ogen die zich verkleinen als ze lachen, en dat doen ze vaak. Vijftien jaar oud, 40,5 kilo zwaar, 1 meter 54 lang. Een blonde kuif als een bevroren vloedgolf siert haar voorhoofd.

Stilzitten kan ze niet lang. Dan begint ze al snel heen en weer te schuiven op haar stoel. Maar verder durft ze elke uitdaging aan. Ze is voor niets en niemand bang. Tegenwind maakt je alleen maar harder, alleen maar sterker, houdt haar trainer haar voor. En zij zegt strijdlustig: “Precies.”

Dat komt dan goed uit want tegenwind is er genoeg in Nederland. Het Nationaal Turninstituut op Papendal ligt weer eens onder vuur, net zoals het beleid van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond. De nationale kampioene slaagt er daarbij niet in buiten schot te blijven.

Doe Papendal toch dicht, zeggen de tegenstanders van het instituut. Wat heeft het nationale centrum nou eigenlijk opgeleverd, behalve ruzies? Sinds de oprichting in de beginjaren zeventig is Nederland de aansluiting met de internationale top voorgoed kwijt geraakt. Tegelijkertijd ging de samenhang verloren tussen nationale selectie en clubs.

Sinds het aantrekken van Reinhard Tietz als bondscoach bij de vrouwen heeft Papendal zich helemaal van turnend Nederland vervreemd, zeggen de tegenstanders. De voormalige Oostduitser heeft geen gevoel voor de Nederlandse verhoudingen, de Nederlandse mentaliteit, luidt hun verwijt. Dat is volgens hen ook de reden voor de leegloop van het Nationale Turninstituut: turnsters die gedesillusioneerd stoppen of naar elders verdwijnen.

Tietz zelf vindt dat hij in Nederland nooit een eerlijke kans heeft gehad. Hij zegt dat de meeste Nederlandse clubtrainers te veel vasthouden aan eigen belang en geen idee hebben wat er bij echte topsport allemaal komt kijken. Turnsters die onder druk werden gezet om Papendal de rug toe te keren, zijn volgens hem geofferd op het altaar van de verziekte verhoudingen.

Dat is de schrale, verzuurde voedingsbodem waaruit Elvira Becks zich omhoog heeft moeten werken. Ze is er gekomen in weerwil van het nationale turnbeleid, niet dankzij topsportaanpak, erkennen Tietz en Nieuwstad. “Terwijl het Nederlandse damesturnen zich op een dieptepunt bevindt, reikt zij naar haar hoogtepunt”, zegt Nieuwstad. “Ze heeft het helemaal alleen moeten doen.”

Bij de wereldkampioenschappen vorig jaar in het Amerikaanse Indianapolis had ze nog steun van haar ploeggenoten. “Je kunt je dan aan elkaar optrekken. Je kunt elkaar opbeuren als het even niet gaat”, zegt Elvira. Als 27ste eindigde ze daar in de Verenigde Staten. Voor het eerst sinds 1985 drong er weer een Nederlands meisje tot de individuele finale van de beste 36 turnsters door.

Maar bij de wereldkampioenschappen die woensdag in Parijs beginnen, zal ze het in haar eentje moeten klaren. Net zoals in Barcelona. Hetzelfde gold ook al voor de internationale wedstrijden die ze eerder dit jaar heeft geturnd. Misschien maar goed dat ze de komende maanden zoveel in het buitenland zal verblijven, zegt Nieuw stad. Daar is ze onder niveaugenoten, onder gelijken. In Nederland wordt ze toch als exotica beschouwd.

Als een zonderlinge die ook nog wordt voorgetrokken. Want waarom moesten Wyke Karten en Monique Slootmaker, twee turnsters die Papendal hebben verruild voor Oude Pekela, op de toestellen 9,70 tot 9,80 scoren om zich te kwalificeren voor Parijs? En waarom hoefde het meisje Becks "maar' 9,5 te turnen? De critici die wisten wel het antwoord: om de hegemonie van het Nationale Turninstituut te beschermen, om te voorkomen dat de kroonprinses van Papendal van haar troon gestoten werd.

Nieuwstad zegt dat die kritiek niet terecht is. Elvira's voorbereiding voor de Olympische Spelen stelt nou eenmaal andere eisen dan plaatsing voor een individueel WK. Daarbij kan er geen twijfel over bestaan dat ze in Nederland nog altijd ver boven iedereen uitsteekt. Maar hij heeft zich de verwijten wel degelijk aangetrokken. Daarom komt Elvira volgende week in Parijs alleen uit op onderdelen, waarin ze zich kan plaatsen voor de halve finale. Welke dat zijn wordt pas kort tevoren bepaald op basis van haar fysieke gesteldheid. “Tegenover die andere turnsters is het niet te verkopen als ze 9,1 haalt in een wedstrijd”, vindt Nieuwstad. “Dat is een kwestie van fatsoen.”

Zelf doet ze in Parijs het liefst aan alle onderdelen mee. Zelf zegt ze geen last te hebben van de chicanes rond Papendal en de kwalificatie. “Ik ga gewoon mijn eigen gang.” Maar als ze even naar het krachthonk is, zegt Nieuwstad dat ze het er soms toch knap moeilijk mee heeft. Het is dat ze weet wat ze wil. Het is dat ze zich niet zo makkelijk in een hoek laat drukken.

Eigenschappen die een topturnster nodig heeft. “Want het is eten of gegeten worden”, weet Nieuwstad. Dat bleek onlangs ook weer eens bij het internationale toernooi in Moskou, waar Elvira twaalfde werd. Bij het uitproberen van de toestellen hadden andere meisjes haar willen verdringen. Dus had ze zich subtiel van haar frêle elleboog bediend. “Die Rusinnen denken dat ze alles mogen. Ik wil toch ook aan de beurt komen.” Zo liet ze zien dat er met haar niet valt te spotten. Zo veroverde ze ook de evenwichtsbalk.

“Als turnster moet je heel goed weten waarmee je bezig bent. Anders bereik je niets”, zegt Elvira. Haar trainer voegt daar nog aan toe dat je “bikkelhard moet zijn, voor jezelf en misschien ook voor anderen”. Je moet ook een “one track mind” hebben, meent Nieuwstad. Je moet je kunnen richten op een ver verwijderd doel, en je daar door niets in de wereld vanaf laten brengen. “Je moet een beetje bezeten zijn.”

Bezeten genoeg om dertig uur per week te trainen, om naar een aangepaste school te gaan, om te leven voor het turnen. En dat jaren achter elkaar. Voor een hevige bloei die voor turnsters o zo kortstondig is.

Elvira Becks hoopt dat ze in Barcelona eindelijk eens wind mee heeft. Dat ze in Barcelona “de kroon op haar werk kan zetten”, zoals Gert-Jan Nieuwstad plechtstatig omschrijft. Want daar heeft ze het toch allemaal voor gedaan, om te mogen meedoen aan de Olympische Spelen. “Dat is gewoon het hoogste. Ontzettend gaaf daar bij te zijn.”

Met haar 27ste plaats bij het laatste WK had ze zich al kandidaat gesteld voor Barcelona. Met haar puntentotaal van 38,35 in Moskou heeft ze vormbehoud getoond. En dat terwijl haar optreden in de Russische hoofdstad allerminst perfect was. Bij de brug stootte ze al meteen met haar tenen tegen de lage legger. Op de evenwichtsbalk had ze gehaperd. Ook haar nieuwe vrije oefening was nog niet stabiel. “Het kan dus nog beter”, had ze geweten. Zo vroeg in het seizoen al zo hoog scoren met een oud programma, dat was volgens Nieuwstad heel bemoedigend geweest.

Eerder dit jaar was Becks bij internationale wedstrijden in het Amerikaanse Orlando nog de mist in gegaan. Ze had niet alleen een nieuwe vrije oefening gedaan, die ze pas begin februari had ingestuurd. Ze had ook nieuwe afsprongen van balk en brug geprobeerd. En aan het eind van de oefeningen was ze steeds te moe geweest. Daarom ligt in haar training voorlopig de nadruk op conditie. Daarom herhaalt ze de nieuwe oefeningen, opnieuw en opnieuw. Zodat ze straks ook in wedstrijden als vanzelf zullen gaan.

Tot na Barcelona hoeft ze niet meer naar school toe, de drie havo-scholiere. Hoeft ze niet meer om zes uur haar bed uit. Lekker rustig, vindt ze zelf. Kan ze zich volledig op het turnen concentreren. Is ze ook niet meer zo moe.

En daarna? Ze ziet wel. Showdanseres wil ze worden. Bewegen zit haar in het bloed.