Sport en doping

OP HET hoogtepunt van zijn carrière beantwoordde de succesvolle Belgische wielrenner Eddy Merckx de vraag of hij misschien doping gebruikte steevast met de opmerking dat hij zich medisch goed liet verzorgen. De wielerinsider beschouwde het als een eufemisme voor dopinggebruik, de buitenstaander begreep er uit dat Merckx wel eens naar de dokter ging om een pilletje.

Heel wat Nederlandse topsporters van deze tijd zouden zich nog altijd van zo'n antwoord kunnen bedienen. Hun speelveld ligt in het grensgebied van gebruik van farmaceutische middelen voor het heil van het lichaam en gebruik daarvan tot verhoging van de prestatie.

Het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) stelde de sportbonden deze week dan ook een gewetensvraag. Of het niet beter zou zijn de controle op het gebruik van verboden stimulerende middelen te centraliseren via dat NeCeDo. Voor betrekkelijk geringe kosten zou het dan structureel en deugdelijk gebeuren.

Tot nu toe was de belangstelling bij de bonden voor zoiets niet groot. Door weinig te controleren kwam er weinig aan het licht, hetgeen leidde tot de vaststelling dat er in Nederland weinig doping wordt gebruikt, waardoor er geen noodzaak was het onderzoek ernaar te intensiveren.

De wens van het NeCeDo is echter niet vrij van risico's. De sportwereld kan straks weleens met een opsporingsbeleid worden geconfronteerd zoals in Duitsland, waar de ijver om de fijnmazigheid van het systeem te bewijzen zo groot is dat de elementaire rechten van sporters er onlangs nog ondergeschikt aan werden gemaakt en reputaties voorgoed zijn beschadigd.

DE NEDERLANDSE overheid heeft het nooit zo begrepen gehad op een dergelijk optreden. De sportwereld blijft ondertussen hypocriet: de beoefenaar wordt bij het streven naar een topprestatie bijna gedwongen een trainingsprogramma te volgen dat een enorme aanslag op zijn fysieke gesteldheid betekent. De toelatingseisen voor grote toernooien zijn soms excessief hoog en onder druk van de commercie worden onmenselijk zware wedstrijdprogramma's opgesteld, maar tegelijkertijd wordt de banvloek uitgesproken over het gebruik van medicamenten die de lichamelijke gevolgen daarvan kunnen compenseren of de sporter in staat stellen gemakkelijker en met een verminderd risico de ongezonde topsport te beoefenen. Wie kiest voor een carrière als topsporter doet dat in betrekkelijke vrijheid, wie er voor kiest farmaceutische hulpmiddelen te nemen kan dat ook in vrijheid doen. Vooral nu het aantal politieke systemen dat sport als propagandamiddel hanteert zo drastisch is teruggelopen. Het fair play ligt sportbestuurders in de mond bestorven, maar pas als dopingreglementen aanzienlijk zijn versoepeld, zullen minder sportmensen gedwongen zijn hun toevlucht te nemen tot cryptische omschrijvingen van de manier waarop zij zich “medisch laten verzorgen”. De eerlijkheid in de sport zou er op slag mee toenemen.