Project leert huisarts en apotheker minder recepten te schrijven

UTRECHT, 11 APRIL. Elke huisarts in Nederland schrijft gemiddeld per dag zo'n zestig recepten uit. Daar is dagelijks in totaal vierhonderdduizend gulden mee gemoeid. Er zijn vierduizend geneesmiddelen op de Nederlandse markt, waarvan de individuele huisarts en specialist er ongeveer 200 gebruiken. Of het niet minder, beter en/of goedkoper kan, is de belangrijkste vraag bij het zogenoemde farmaco-therapie- overleg (FTO) tussen huisartsen en apothekers.

Op verscheidene plaatsen in het land overleggen huisartsen en apothekers al regelmatig over "rationeel' voorschrijven van medicijnen. Gisteren is in Utrecht het startsein gegeven voor een landelijk FTO-project van het ministerie van WVC en de organisaties van apothekers, huisartsen en ziekenfondsen.

Doel van dit project is om in heel Nederland plaatselijke FTO-groepen van de grond te krijgen. Samen moeten ze een standaardisering bij het voorschrijven en afleveren van medicijnen zien te bereiken. Daarnaast moet worden bevorderd dat de patiënt van zijn dokter en apotheker eenduidige informatie krijgt.

Een team van coördinatoren gaat ter plaatse het overleg tussen huisartsen en apothekers bevorderen en begeleiden. De ziekenfondsen kunnen op verzoek van de FTO-groepen zorgen voor gegevens die het mogelijk maken het "voorschrijfgedrag' van individuele huisartsen te vergelijken met landelijke en regionale cijfers.

Het is de bedoeling dat op den duur ook de specialisten in ziekenhuizen en particuliere verzekeraars bij het overleg worden betrokken. Dr. C.M. de Vos, directeur geneesmiddelenvoorziening van WVC, zei gisteren dat het grote en steeds ingewikkelder arsenaal van medicijnen overleg en samenwerking noodzakelijk maakt: “Een goede dokter doktert niet meer in z'n eentje.”

FTO maakt het volgens De Vos mogelijk één lijn te trekken tegenover de patiënt. Hij zei dat elke arts mensen in de spreekkamer krijgt die met een artikel uit dag- of weekblad in de hand of onder verwijzing naar een tv-programma een recept vragen of zelfs eisen voor een pas op de markt gekomen middel. “Dat de voordelen van zo'n nieuw middel soms heel twijfelachtig zijn, weet de man of vrouw in kwestie niet”, aldus De Vos. “Voor de arts is het in zo'n situatie een plezierig gevoel te weten dat collega's ook het been stijf houden.”