Premier Major wijzigt vandaag zijn kabinet

LONDEN, 11 APRIL. De Conservatieve premier John Major, die donderdag voor zijn partij een vierde achtereenvolgende overwinning in de Britse verkiezingen binnensleepte, zal voorafgaand aan de eerste zitting van het nieuwe parlement, op 27 april, ook zijn kabinet opnieuw samenstellen.

De beslissing over ministeriële posten valt mogelijk al vandaag. De Conservatieven haalden 336 van de 651 zetels in het Lagerhuis binnen, een absolute meerderheid van 21 op het totaal van de andere partijen samen: 271 zetels voor Labour, 20 zetels voor de Liberale Democraten en 24 zetels voor nationalisten en partijen in Noord-Ierland.

Premier Major zei zich “diepgaand vereerd” te voelen door het mandaat dat hem is gegeven en herhaalde zijn belofte te zullen streven naar een klasseloze maatschappij en naar “een natie die zichzelf recht in de ogen kan kijken”.

Terwijl Labourleider Neil Kinnock, de diep teleurgestelde verliezer, in een verklaring liet weten dat hij zijn persoonlijke toekomst dit weekeind zal bespreken met adviseurs, bleek uit Conservatieve bron dat premier Major mogelijk vandaag al zijn ministers bekend maakt. Verwacht wordt dat Michael Heseltine, de man wiens gooi naar het leiderschap Mrs Thatcher verjaagde, gepromoveerd zal worden, mogelijk ten koste van de weinig charismatische minister Norman Lamont van financiën. Een vrijwel zekere, belangrijke kabinetspost voor partijvoorzitter en campagneleider Chris Patten kan niet doorgaan, omdat deze partijstrateeg in Bath zijn zetel verloor. De nieuwe regering-Major maakt op 6 mei haar regeringsprogramma bekend, één dag vóór gemeentelijke en regionale verkiezingen in Groot-Brittannië.

Meer nog dan de winst van de Conservatieven, nota bene met eenzelfde aandeel in de stemmen als in 1983 en in 1987 (43 procent), houdt het verlies van de Labour Partij en het uitblijven van een doorbraak van de Liberale Democraten de gemoederen in Groot-Brittannië bezig. Labour verbeterde zijn aandeel in de uitgebrachte stemmen (35) met 4 procent, de helft van de minimaal 8 die het gemiddeld nodig had om de Tories hun meerderheid af te pakken.

“Ik voel medelijden met het Britse volk”, zei Neil Kinnock, toen de uitslag onafwendbaar in het voordeel van de Tories ging uitvallen. “Zij verdienen beter dan ze in de nacht van 9 april 1992 gekregen hebben.”

De verkiezingsnederlaag van Labour leidde gisteren meteen al tot de oproep uit verschillende sectoren van de partij om hetzij terug te keren naar “ouderwets socialistische waarden” hetzij een alliantie aan te gaan met de Liberale Democraten. Drie grote vakbonden vroegen om een herbezinning op het politieke programma van Labour. David Hill, de grote campagnestrateeg achter de gooi van Kinnock naar het premierschap, gaf de schuld van het stuk lopen van Labours ambities vooral aan de “ongekend giftige anti-campagne” die de populaire kranten vlak voor 9 april tegen Labour hadden ingezet.

Paddy Ashdowns Liberale Democraten houden dapper vol dat hun blik altijd al op een verdere toekomst dan deze verkiezingen gericht was. Zij wijzen erop dat hun aandeel in de stemmen van een gepeilde 6 procent in de aanloop tot de verkiezingen is gestegen tot 18 procent. Dat is echter 5 procent minder dan de Alliantie van SDP en Liberalen in 1987 haalde.