Mogelijk is Abu Nidal 'ns langsgeweest

KHARTOUM, 11 APRIL. Al bijna routineus spreken de Soedanese autoriteiten de vele malen herhaalde Amerikaanse beschuldigingen tegen als zou Soedan onderdak verlenen aan internationale terroristen. Voor de Soedanese regering maken de aantijgingen onderdeel uit van een Westers komplot tegen de islamitische revolutie in Soedan.

“De beschuldigingen zijn absoluut onwaar”, reageert de onderminister van buitenlandse zaken Ali Osman Yassin. “Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid zijn we werkelijk onafhankelijk en het Westen ziet dat niet zitten. Soedan is een open land, Arabieren kunnen hier zonder visa binnen komen. Misschien kwam Abu Nidal hier een keertje langs, het zou me niets verbazen. Dit is een open land, hij kan hier langs komen.”

Een hoge Westerse diplomaat in Khartoum zegt beter te weten. “De terroristen verblijven hier enkele dagen in transit, we weten het zeker. Ze arriveren per vliegtuig in de nacht. Nee, ze hebben geen eigen opleidingskampen in Soedan, ze bereiden hun acties voor in huizen. En ze onderhouden contacten met de ambassades van Syrië, Irak, Iran en Libië.”

Volgens Amerikaanse beschuldigingen, eind vorig jaar geuit, opereren in Soedan de door Iran gefinancierde Hezbollah, de organisatie van Abu Nidal, de Islamitische Jihad voor de Bevrijding van Palestina, en andere groepen. Syrië, dat Libanon nu vast in zijn greep heeft en door het wegvallen van de Sovjet-Unie is gedwongen rekening te houden met Amerikaanse verlangens, wil groepen als die van Abu Nidal liever niet meer in Libanon hebben. Daarom verhuizen zij naar Soedan. Iran sloot in december een militair akkoord met het fundamentalistische regime van Soedan. De Iraanse ambassade in Khartoum wordt geleid door Majid Kamal, vroeger gestationeerd in Beiroet.

Hassan al Turabi, filosoof en ongekroonde koning achter het fundamentalistische Soedanese regime, maakt geen geheim van zijn sympathieën voor wat hij noemt de islamitische revolutie die zich voltrekt in Noord-Afrika. “Sinds Turabi's fundamentalisten hun machtspositie hebben gestabiliseerd, zijn ze de revolutie gaan exporteren. Er zijn hier zonder twijfel leden van Algerijnse en Tunesische fundamentalisten opgeleid”, zegt de diplomaat. Het netwerk van Turabi zou inmiddels wijd zijn verspreid. Behalve steun aan opstandige islamitische groepen in de Arabische wereld zouden geloofsgenoten in guerrillabewegingen worden geholpen in Ethiopië, Eritrea, Somaliland en Somalië.

De Soedanese fundamentalisten hebben een eigen militie opgericht, de Volksverdedigingsstrijdkrachten, het islamitische alternatief voor de reguliere Soedanese strijdkrachten. In deze militie oefenen islamitische strijders van allerlei nationaliteiten, onder anderen Iraanse revolutionaire gardisten, zo vertellen goed ingelichte Soedanezen. De fundamentalistische Palestijnse groep Hamas zou een kantoor bezitten in Khartoum. Tunesië en de Verenigde Arabische Emiraten trokken hebben hun ambassadeurs teruggetrokken uit Khartoum uit protest tegen de aanwezigheid van hun landgenoten in deze trainingskampen.

In de regio groeit de angst in regeringskringen over de mogelijk destabiliserende invloed van het fundamentalistische regime in Soedan. De Libische leider Gaddafi, tot vorig jaar Soedans beste bondgenoot, zou hebben geweigerd een contract te vernieuwen waaronder Libië onder voordelige voorwaarden olie leverde. Sinds het bezoek in december van president Hashemi Rafsanjani aan Khartoum levert Iran 100.000 ton olie per maand voor een periode van een jaar. Verder verstrekte Iran kredieten ter waarde van 35 miljoen dollar en wapens.

Westerse hulp aan Soedan is vrijwel opgedroogd. Alleen Nederland verstrekt nog ontwikkelingshulp (37 miljoen gulden), hoewel minder dan vroeger. Groot-Brittannië zette zijn hulp vorig jaar stop nadat drie Palestijnen die in 1988 in Khartoum zeven buitenlanders hadden opgeblazen, door een Soedanese rechter na een korte straf waren vrijgelaten. Amerika bracht zijn staf in de ontwikkelingssectie van de ambassade terug van vierhonderd in de jaren '80 naar acht. De Westerse landen geven alleen nog humanitaire noodhulp.

De harde houding die het Westen inneemt verontrust sommige binnenlandse opposanten. “De Amerikaanse beschuldiging van terrorisme werkt tegen Amerika”, analyseert een Soedanese hoogleraar, “want het versterkt onder de Arabieren het idee dat Amerika tegen de islamitische wereld is. Zo raken wij opposanten steeds meer geïsoleerd. En dan? Dan kunnen deze terroristen tegen ons worden ingezet. Iedere dag wanneer ik mijn autosleuteltje omdraai schiet het door mijn hoofd: ik kan de lucht in vliegen.”