Meester Göbel roeit weer safe en snel

AMSTERDAM, 11 APRIL. “Zelfs op een koude winterdag is het beeld van de Sfiffhead makkelijk voor mij op te roepen.

Ik roei en ga steeds harder roeien. Dan vormt zich een mist om mij heen.” Frans Göbel, koning van de Amstel, denkt aan de wedstrijd van morgen. Hij kan dan voor de tiende keer de Skiffhead winnen. En dat is ongekend in de historie van de roeiklassieker. “De wereld dringt steeds minder tot je door. Het geluid wordt gedempt. De roes versterkt zichzelf. Je wilt alleen maar harder. In de wedstrijd is dit fenomeen zelfs sterker. De aanwezigheid van tegenstanders maakt je nog geconcentreerder.”

Het gaat goed met Göbel. De tweevoudige wereldkampioen in de lichte skiff maakt dit jaar de overstap naar het zwaargewicht roeien. “Er zit weer meer kracht en schwung in mijn halen. Vorig jaar was mijn roeien vluchtig en haastig. Nu kan ik weer versnellen op kracht, ook in laag tempo. Ik roei safer en absoluut sneller.” De oude meester is link genoeg om met zelfverzekerde taal tegenstanders zand in de ogen te strooien. Ook zij lezen immers de krant. Maar navraag leert dat de skiffeurs die Göbel de afgelopen weken zagen trainen onder de indruk zijn. Hij wordt wederom genoemd als lange-afstandskampioen van de Amstel.

Göbel verspeelde vorig jaar, met een vierde plaats op de WK in Wenen, zijn wereldtitel. “Het werd me te veel. Ik moest constant op mijn tenen lopen. Na een polsbreuk in de winter werd het een inhaalrace. Herstellen kan alleen bij voldoende tijd en rust. Ik ging er kapot aan, maar als wereldkampioen kun je nu eenmaal niet zomaar stoppen.”

De Olympische Spelen zijn Göbels volgende doel. De gewichtslimiet van 72,5 kilo, waarbinnen Göbel zijn grootste successen haalde, geldt daar niet. Hij weegt nu 77 kilo en wijdde zich de afgelopen maanden twee tot drie keer per week aan gewichttraining. “De strijd om op gewicht te blijven, werd vorig jaar een obsessie”, zegt hij, met duidelijk voller gezicht. “Als lichte roeier kon ik vaak met het veld spelen. Ik kon verdedigend varen. In de zware klasse zal ik moeten vechten, prikken en treiteren. In Nederland kijken zware roeiers niet neer op mij. Ik heb dikwijls genoeg van ze gewonnen. Ook internationaal zijn er goede zware roeiers die onder bepaalde omstandigheden bang voor me zijn. Op de Goodwill Games en in bij voorbeeld Essen heb ik ze al eens wat laten zien.”

Met de giganten van het internationale roeien maakte Göbel ook al eens kennis onder de douche, na een groot toernooi. Twee Oostduitse boordroeiers, van het zwaarste soort, zetten onder de sproeiers de schouders tegen elkaar. Göbel, toch 1.81 meter lang: “Ik kon gewoon onder ze staan!”. Verschil in lengte en gewicht imponeert Göbel niet. “Ik heb wel uitstraling. In de boot oog ik anders.”

De weg naar het Meer van Bagnolas, op twee uur rijden van Olympische stad Barcelona gelegen, zal niet gemakkelijk zijn voor Göbel. Zeker niet bij wind tegen op de kwalificatiewedstrijden in mei in Keulen en Essen. Wind mee of extreme omstandigheden kunnen de routinier wel in de kaart spelen. Met zijn verfijnde en vloeiende techniek kan hij een boot, zelfs voor het oog van de leek, zonder haperen over de golven laten glijden.

Het zijn diezelfde techniek en zijn uitstekende duurcapaciteiten die hem de afgelopen negen jaar in de Skiffhead bijna ongenaakbaar maakten. De gang van Ouderkerk naar Amsterdam kent vele bochten, moeilijk wedstrijdwater en constante wisselingen van windrichting. De skiffeur in zijn frêle bootje zal constant van techniek en tempo moeten wisselen voor optimale snelheid. Göbel, morgen om half vier als eeste startend in de tijdrace, zal dit jaar de wereldkampioenen in de dubbeltwee, Nico Rienks en Henk Jan Zwolle, als directe achtervolgers achter zich krijgen. Beide zwaargewichten zijn uitstekend in vorm. Göbel verwacht een nieuwe hoofdprijs mee te nemen. “Maar ik zal niet met veel voorsprong winnen. Het wordt een heel interessante wedstrijd.”