JFK

JFK and Vietnam. Deception, Intrigue, and the Struggle for Power door John M. Newman 506 blz., geill., Warner Books 1992, f 53,10 ISBN 0 446 51678 3

In zijn film JFK presenteert Oliver Stone de theorie dat president John F. Kennedy op 22 november 1963 door een samenzwering om het leven is gebracht omdat hij van plan zou zijn geweest Amerika uit Vietnam terug te trekken. Deze theorie over de moord in Dallas staat haaks op de heersende visie van de geschiedschrijving over de Vietnam-oorlog. De Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam werd tijdens het presidentschap van Kennedy immers drastisch opgevoerd. Tot nu toe was er voor de bewering dat hij na zijn herverkiezing in 1964 Amerika uit Vietnam wilde terug trekken, geen enkel overtuigend bewijs. De militaire historicus, John Newman, heeft in zijn boek JFK and Vietnam een poging gewaagd dat bewijs te vinden en aan te tonen dat de vermoorde president inderdaad de Amerikaanse betrokkenheid wilde beëindigen.

Newman heeft zijn feiten goed op een rij. Gedetailleerd wordt beschreven hoe de jonge president steeds meer in het Vietnam-web verstrikt raakte. Er werd op Kennedy door zijn militaire adviseurs druk uitgeoefend in Vietnam actie tegen het oprukkend communisme te ondernemen. De president deed van alles om tijd te rekken, maar Zuid-Vietnam kwam steeds meer in de gevarenzone. Volgens Newman trok Kennedy in november 1961 de grens tot waar hij wil gaan: geen Amerikaanse gevechtstroepen naar Vietnam. Wel keurde de president toen een forse verhoging van het aantal Amerikaanse adviseurs goed, ondanks de waarschuwing van sommige adviseurs dat dit besluit later verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben.

Uitvoerig beschrijft Newman hoe het Pentagon vanaf eind 1961 een onjuist optimistisch beeld over de situatie in Zuid-Vietnam schetste. Kennedy kreeg dat langzamerhand in de gaten en zou omstreeks maart 1963 voor zichzelf besloten hebben alle Amerikanen uit Zuid-Vietnam terug te halen. Newman houdt het erop dat Kennedy alleen zijn minister van defensie, Robert McNamara, over zijn geheime plan inlichtte. De geesten werden rijp gemaakt voor een volledige Amerikaanse terugtrekking rond 1965. Een maand voor Dallas besloot Kennedy tot een terugtrekking van de eerste duizend adviseurs. Het ging echter fout omdat de Zuidvietnamese president Diem tijdens een staatsgreep om het leven wordt gebracht. Deze gebeurtenis veroorzaakte nog meer politieke instabiliteit in Zuid-Vietnam maar dat maakte Kennedy niet meer mee. Het boek eindigt met een korte beschrijving van de eerste Vietnam-besluiten van Kennedy's opvolger, president Johnson, die al gauw een opening zocht om toch Amerikaanse gevechtstroepen te sturen.

De poging van Newman om aan te tonen dat Oliver Stone in JFK, wat het motief van de moord betreft, wel eens gelijk zou kunnen hebben, is serieus maar daarom nog niet geslaagd. Voor de kern van zijn betoog presenteert hij een uiterst dubieuze bewijsvoering. Als enige bron voor het "onwrikbare' besluit van Kennedy om Amerika hoe dan ook na 1964 uit Vietnam terug te trekken, haalt Newman de voormalige Pentagon-analist Daniel Ellsberg aan. Deze zou het weer van een medewerker van McNamara hebben gehoord.

Ellsberg is degene die uit gewetenswroeging in 1971 de geheime Pentagon-papers via de New York Times liet uitlekken. McNamara heeft het geheime plan zelf echter nooit bevestigd. Kennedy's enige en echte vertrouweling, zijn broer Robert, heeft er ook nooit over gerept.

John F. Kennedy voerde een beleid van pappen en nat houden om zowel links als rechts te vriend te houden. Zijn herverkiezing achtte hij belangrijker dan het uitzetten van een duidelijke koers ten aanzien van Vietnam. Zelfs Newman wijst op de mogelijkheid dat aan Kennedy's ingewikkelde schaakspel, niet veel meer dan politiek eigenbelang ten grondslag lag. De riskante beslissing op grote schaal gevechtstroepen te sturen schoof hij zoveel mogelijk voor zich uit.

Ondanks dit interessante boek van Newman blijft het harde oordeel van kracht dat de journalist David Halberstam jaren geleden over JFK velde. Kennedy, die ooit met het schrijven van het boek "Profiles in Courage' een Pullitzer-prijs won, blonk in zijn Vietnam-beleid uit door een opvallend gebrek aan moed. Hij durfde Vietnam niet als een belangrijk politiek probleem onder ogen te zien en verder te kijken dat de horizon van de Amerikaanse verkiezingen in 1964. En dat, terwijl hij als president buitengewoon hoog scoorde in de opiniepeilingen en zich dus wel wat risico had kunnen veroorloven. Wat hij na 1964 gedaan zou hebben, blijft de vraag, maar het is niet erg waarschijnlijk dat hij zijn eigen fouten had kunnen herstellen.