JEUGDBELEID

Met de beste bedoelingen. Tijdsbeeld van jeugd, beleid en samenleving door Rudie Kagie 159 blz., Hameland Pers 1992, f 49,50 ISBN 90 70812 03 7

Kan een journalist een goed boek schrijven wanneer dat gebeurt in opdracht van een ministerie? Wanneer alle nota's ter sprake moeten komen, het beleid niet mag worden afgekraakt en de minister het woord vooraf schrijft?

Rudie Kagie heeft het geprobeerd en het is hem niet gelukt. Met de beste bedoelingen. Tijdsbeeld van jeugd, beleid en samenleving is een op verzoek van het ministerie van WVC geschreven werk. In feite is het nog onverteerbaarder dan officiële beleidsstukken. Die horen beleid aan de man te brengen - een journalist niet.

In zijn nieuwe hoedanigheid schrijft Kagie dat minister d'Ancona op een congres van verontruste speeltuinverenigingen ""twee verheugende mededelingen in petto' had, die ""beide met applaus werden begroet'. Door de 1990-maatregel (die vrouwen van jonge werklozen verplicht te kiezen tussen kinderen krijgen en werken) ""worden vrouwen van harte aangemoedigd deel te nemen aan het arbeidsproces'. Het geld voor kinderopvang vormt ""een gigantisch bedrag in een tijd, waarin de financiële positie van de Staat der Nederlanden op ander gebied juist dwingt tot het doorvoeren van bezuinigen'.

Met de beste bedoelingen. Tijdsbeeld van jeugd, beleid en samenleving geeft een overzicht van alle terreinen die het jeugdbeleid beslaat: allochtone jongeren, rechtspraak, hulpverlening, jeugd- en jongerenwerk, arbeid, meisjesbeleid, kinderopvang, huisvesting en onderwijs. Dat vraagt een grote kennis van zaken van de auteur. In dit geval is die kennis ingebracht door een "adviescommissie'. Ook voor de "documentatie' had het ministerie iemand ter beschikking gesteld.

WVC wil met het boek laten zien welke inspanningen de overheid zich sinds het midden van de jaren tachtig op het gebied van het jeugdbeleid heeft getroost. Behalve tot uitspraken als die van hierboven, leidt zo'n opdracht onherroepelijk ook tot het gebruik van jargon. Het enige voordeel dat de hechte samenwerking tussen auteur en ministerie had kunnen opleveren, ontbreekt: in plaats van een duidelijk overzicht geven de verschillende hoofdstukken de lezer het gevoel het zicht op de materie kwijt te raken. Alles aanstippen, is echt teveel van het goede.

Misschien is het allemaal niet zo erg bedoeld. Voor de verschillende onderwerpen zijn niet alleen de officiële stukken doorgenomen, maar zijn ook jongeren en deskundigen geïnterviewd (zoals de ""eminente' ex-PvdA-voorzitter André van der Louw en de ""fameuze' onderwijspsycholoog Sibe Soutendijk). Op veel plaatsen lijkt het erop dat Kagie via de interviews een tegenwicht heeft willen bieden aan constateringen als: ""Er is alle reden om het investeringsplan Jongeren bouwen voor jongeren geslaagd te noemen' - waarvan het boek wemelt.

In datzelfde hoofdstuk over arbeid vertelt Roel hoe hij als werkloze zat te vissen: ""Zomer of winter, dat maakte niet uit. Als het koud was trok ik er een dikke jas bij aan. Vanaf 's morgens vijf uur tot een uur of twaalf zat ik daar te vissen. Dan ging ik naar huis om te eten en 's middags ging ik maar weer vissen. Wat moest ik anders? (...) Het is zelfs wel gebeurd dat ik 's nachts zat te vissen. Dan kon ik om een uur of één, half twee nog steeds de slaap niet vatten en dan pakte ik m'n hengel maar weer.' Dankzij Jongeren bouwen voor jongeren heeft Roel weer ""een duidelijker doel'.