Inniger band nodig tussen bedrijfsleven en onderwijs

GRONINGEN, 11 APRIL. Onderwijs en arbeidsmarkt, en dan vooral bedrijfsleven, moeten inniger met elkaar omgaan. Maar ze mogen ook weer niet bij elkaar op schoot. Een goed gesprek en een open keuken - misschien zou het daar maar bij moeten blijven.

Het donderdag gehouden Nationaal Economie Debat kende zo tal van nuanceringen. Dus geen verplichting om meer stagiaires op te nemen, maar wel leerlingen trainen in hun toekomstige werkkring om opgewassen te zijn tegen stress-situaties. Dus wel levenslang gesubsidieerd onderwijs voor iedereen, maar geen prioriteit voor het toegankelijker maken van het onderwijs voor allochtonen - ook al zal de arbeidsmarkt straks een tekort kennen aan goed geschoold personeel.

Het voorstel om uitwisselingsprogramma's op te zetten voor personeel uit onderwijs en bedrijfsleven scoorde hoog. Vertegenwoordigers van de onderwijsvakbond ABOP, de Vereniging van hogescholen HBO-Raad, de Adviesraad voor het wetenschaps- en technologiebeleid AWT en de werkgevers in de metaal en in de elektrotechniek FME steunden deze aanbeveling unaniem.

Bij dit voorstel voegde zich aan het slot van het debat een aanbeveling uit de zaal: deeltijdwerk combineren met deeltijdstudie. Dat leidt tot een betere relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven en zo tot "revitalisering' van de economie, zo werd betoogd. In augustus beginnen veertien hogescholen met een variant daarop: afwisselend vier maanden werken en vier maanden onderwijs.

De nadruk die de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in het debat kreeg, betekent niet dat de aandacht daar voortdurend op gericht moet zijn - ook hier enige nuance. Zo was er een behoorlijk grote steun voor de aanbeveling om vooral aandacht te besteden aan de algemeen vormende taak van het onderwijs.

Top negen onderwijs en opleiding

- Er moeten uitwisselingsprogramma's komen voor het personeel van onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Op deze wijze groeit een betere verstandhouding tussen onderwijs en bedrijfsleven. Eén en ander kan leiden tot meer produktgericht denken in het onderwijs en meer opleidingsgericht denken in het bedrijfsleven. (Adviesraad W&T, ABOP, HBO-Raad, FME) -

- Om de beheersing van vreemde talen te verbeteren, wordt voorgesteld dat in alle geledingen van het onderwijs meer aandacht wordt besteed aan de spreek- en schrijfvaardigheid van de vreemde talen. (Adviesraad W&T, ABOP, FME)

- Onderwijsprogramma's moeten zo worden geformuleerd dat de basiselementen van vorming: kennis, vaardigheid en activiteit en emotie op evenwichtige wijze zijn verwerkt. Dit biedt studerenden de mogelijkheid zich zo breed mogelijk te ontwikkelen. (ABOP)

- Er moet een duidelijker onderscheid komen tussen het HBO en het WO. Dit kan worden bereikt door een strengere selectie van studenten en medewerkers in het wetenschappelijk onderwijs. De universiteiten moeten zich beperken tot hun kerntaken, dat wil zeggen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. (Adviesraad W&T, ABOP, HBO-Raad, FME)

- De rechtspositie van het onderwijzend personeel moet worden herzien. In het bijzonder de afvloeiingsregeling in het onderwijs moet niet langer op anciënniteit (Last In First Out), maar op kwaliteit worden gebaseerd. Tegelijkertijd moeten oudere docenten gemakkelijker het onderwijs kunnen verlaten. Men kan hierbij denken aan VUT-regelingen, maar ook aan een actief outplacementbeleid. Dit alles om de doorstroming onder het onderwijzend personeel te bevorderen. (FME)

- De toegang tot onderwijsinstellingen en andere educatieve voorzieningen en de deelname aan opleidingen mag niet aan leeftijdsgrenzen worden gebonden. (Adviesraad W&T)

- De toekomstige universitaire opleidingen kunnen gebaseerd blijven op een vierjarige eerste fase, mits aangevuld met een in hoofdzaak door de overheid te financieren gedifferentieerd stelsel van één tot vier jaren durende tweede fase-curricula die gericht zijn op: * opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker (vier jaar, eindigend met een promotie), en * beroepsopleidingen waarvoor een grondige wetenschappelijke scholing vereist is (voorbeelden: opleiding tot arts, apotheker, notaris, ingenieur gericht op ontwerpen en ontwikkelen van complexe systemen).

Toelating tot de tweede fase geschied na selectie. (Adviesraad W&T, HBO-Raad)

- De investeringen in het onderwijs - onmisbaar onderdeel van de sociaal-economische infrastructuur - door zowel overheid als bedrijfsleven zullen moeten worden opgevoerd, op straffe van welvaarts- en welzijnsverlies. Een deel van de overheidsreserveringen ("aardgasbatenpot') voor investeringen in de infrastructuur zal ten bate moeten komen van het onderwijs. (ABOP)

- In het Hoger Beroeps- en Wetenschappelijk onderwijs verdient de combinatie van studie en een part-time baan in de desbetreffende sector van de economie grotere toepassing. (HBO-Raad, FME) Kruis hier de volgens u meest geschikte voorstellen aan (maximaal vijf). Opsturen naar: SMO, POSTBUS 87859, 2508 DG DEN HAAG.