In de ontgiftingskliniek Detox; ”Waarom wordt pech niet eerlijker verdeeld?'

Rechtvaardigheid bestaat niet, althans niet in de Detox. Een laagdrempelige ontwenningskliniek, waar verslaafden in korte tijd kunnen afkicken van alcohol, dope, medicijnen of gokken. Ontgiften is razend moeilijk. Zeker als de patiënt zelf het gevoel heeft dat hij zijn pilsje - als het moest - makkelijk kan laten staan. Misschien dat god kan helpen.

Maandagnacht: de Detox aan de Utrechtse Maliebaan is in rust. Zestien verslaafden, mannen en vrouwen, liggen in bed. Ze slapen. Alleen de nachtverpleegkundige is wakker. Of is dat schijn? Als ze haar nachtronde doet, treft ze woelende slapers aan, trillende en zwetende nieuwkomers, en de immer wijd open ogen van Wilma. Wilma kickt af van medicijnen. Sinds ze geen pillen meer krijgt, slaapt ze niet meer. Haar ogen smeken om instemming. Het is toch verschrikkelijk om almaar wakker te liggen? Het is immers onrechtvaardig? Ze weet nog niet dat haar kwellende wake wekenlang zal gaan duren, misschien wel maanden.

Een kamer verder slaapt Anton. Dertig jaar, verslaafd aan alcohol én pillen. Deze middag arriveerde hij, rillend maar vol goede moed. Een paar uur later was ie al ontredderd wegens gebrek aan z'n dagelijkse dosis. Z'n humeur werd er niet beter op: hij was verkleumd van de kou, de verwarming moest aan op z'n slaapkamer, het raam dicht. Nu ligt hij er samen met z'n kamergenoten te zweten. Hij steunt, is ziek. Snapt de zuster dat? En of ze het begrijpt. Ze hakt al vijftien jaar met hetzelfde bijltje. ””Ellendig hè,'' fluistert ze. Over een uur mag Anton even opstaan, een sigaret roken. Eén sigaret. Dat mag twee keer per nacht, niet vaker. Eén van de regels van de Detox, en die regels zijn heilig.

De Detox, oftewel het Detoxificatiecentrum: een statig pand aan een van de mooiste lanen van de Domstad. Men komt hier om te ”detoxificeren', te ontgiften. Dat wil zeggen: lichamelijk afkicken van alcohol, drugs, medicijnen, of gokverslaving. ”Klanten', zoals de bezoekers worden genoemd, komen er voor twee tot vier weken. In die tijd verschansen ze zich als een gevangene, ze mogen vrijwel geen contact met de buitenwereld hebben en kunnen alleen onder begeleiding de straat op. In principe zijn ze na die periode clean. Al is geen verslaafde op dat moment van z'n probleem af. Bij lange na niet. Daarom worden ze doorverwezen. Naar de AA (praatgroep voor ”Anonieme Alcoholisten'), het CAD (Consultatiebureau voor alcohol en drugs), de Riagg, et cetera. Soms vertrekt iemand voor langere tijd naar een psychiatrisch ziekenhuis, anderen verlaten de kliniek na een uur, of na een dag. Ontgoocheld, ontmoedigd, of gewoon boos. Want leuk is het niet in de Detox. Wie volhoudt, krijgt ingepeperd dat er een moeilijk jaar in het verschiet ligt. Want al sta je droog, je zult onherroepelijk weer zin in ”gebruiken' krijgen. Trek. Dorst. Drankjank, zoals coördinator Wim Rijnders het grimmig uitdrukt.

Koninklijk tussen kneuzen

Neem Anton, de nieuwkomer van vandaag. Twaalf jaar aan de drank, tussendoor korte droge periodes. Na aankomst werd hij, zoals gebruikelijk bij nieuwe klanten, onder de douche gezet. Z'n bagage werd doorzocht. After shave, eau de toilette, dropjes en pepermuntjes, alle mogelijke ”verleiders' worden door het personeel achter slot en grendel bewaard. Om mee te doen aan het ”programma' heb je namelijk niets nodig, behalve een bulkvoorraad tabak. Als surrogaat roken de meeste klanten zich ongans. Dwangmatig, en zonder onderbreking. Je moet toch iets?

Niet dat de verslaafden niet worden beziggehouden, trouwens. Ze worden door een klein legertje hulpverleners in een strak dagprogramma geperst. Bezig zijn, vooral met: niet drinken, geen dope gebruiken, niet gokken. Veel bewegen, sporten, zwemmen, vrijwilligerswerk. Bomen kappen in het bos. En natuurlijk: voorlichting over verslaving. Om half acht op, ochtendgymnastiek, corvee, ontbijt, programma, lunch, programma, eten, Journaal, programma, om half twaalf naar bed. Een dagritme dat de meesten niet gewend zijn - welke alcoholist staat om acht uur monter te strekken en te rekken om vervolgens fanatiek de plee te boenen?

Het gekreun is dinsdagochtend dan ook niet van de lucht. Zestien klanten druppelen aan het begin van een gure dag de tuin binnen om te gymnastieken. Verkreukeld zijn ze, onuitgeslapen en wrakkig. Alleen Karel en Malik, twee drugsverslaafde jongens van begin twintig jutten het stel op. Bijna clean zijn ze, na drie weken opname. Ze voelen zich koninklijk tussen deze kneuzen. Hun probleem is opgelost, vinden ze. Ze rennen rondjes en plagen een totaal versufte korsakov-patiënt die vergeten was waarom hij ook al weer naar de binnenplaats moest. ””Hé ome Sjaak, bij de les blijven!''

De les. Wat leert een mens in de Detox? Anders dan in veel hulpverleningscentra is de instelling in de Utrechtse Detox buitengewoon pragmatisch. Er is een acuut probleem, en daar moet de klant liefst snel van af. Dat probleem is drank of dope. Wat te doen? Welzijnsland biedt mogelijkheden te over. Bijna alle verslaafden willen naar de psychiater. Vanwege problemen. Want de problemen zijn de schuld, daarom zijn ze gaan gebruiken. Het is immers onrechtvaardig? Wat er in hun leven allemaal gebeurd is... elk normaal mens zou gaan zuipen.

Het mag waar zijn, helpen doet het niet. Therapeutische hulp voor een verslaafde heeft zo z'n beperkingen: de klant rent vaak rechtstreeks van de psychiater naar de kroeg. De regel ””als de sores maar weggetherapied wordt, houdt de verslaving vanzelf op'' klopt niet, zo meent men bij de Detox. Andersom wil het nog weleens lukken: droog en clean een nieuw leven opbouwen. Les één in de Detox is dan ook: geef toe dat je verslaafd bent.

Ghettoblaster

Woensdagmiddag. Wilma zit in de huiskamer. Een streng vertrek met als enige frivoliteiten een handig verborgen televisie en een Radio 3 brullende ghettoblaster. Vijftien lege, rechte stoelen, de zestiende bezet door een uitgeput lijf dat smacht naar pillen en wacht tot de tijd verstrijkt. Ze is alleen. Zoals ze al dagen in de pauzes alleen is. Want haar lotgenoten roken, en zij niet. In een belendend, veel krapper vertrek staan zestien eendere strenge stoelen opgesteld onder een zacht snorrend afzuigsysteem. De rookkamer. Na de lunch is de groep er zwijgend heengelopen. Gulzig zuigen de Detoxklanten aan hun tabak. Ze hebben een half uur, dat betekent zeker drie sigaretten. Twee hulpverleners bespreken de middaginvulling. Sommige klanten gaan fitnessen, andere naar de praatgroep.

Wilma spijbelt. Dat is verboden, maar haar afwezigheid ontglipt aan de aandacht. Praatgroep, bah, ze is te moe om te praten en ze heeft geen zin. Wéér heeft ze die eindeloos lange nacht doorwaakt. Vanochtend had de groepswerker een poging gedaan om haar te troosten: ze ziet er gezien de omstandigheden immers nog best goed uit? Wilma was ontploft. Hoezo goed? Iedereen zou eens goed moeten voelen hoe goed zij zich voelt. Bah. Ze had gehuild. En de hulpverlener uitgescholden. De deur extra hard dichtgeslagen en tegen niemand meer iets gezegd.

Ze is zevenenveertig en al veertig jaar verslaafd aan medicijnen. Op haar zevende misbruikt, er kwamen pillen aan te pas om de paniek te onderdrukken. Sedertdien slikt ze dagelijks valium, seresta en librium. De laatste jaren in driedubbele doses, want Wilma was wel zo slim om verschillende particuliere psychiaters te bezoeken en zo een flinke voorraad op te bouwen. Ook op een half ons valium per dag bleef Wilma onrustig.

Vijf dagen geleden werd ze binnengebracht in de Detox. Een crisisopname. Meteen de eerste roezige dag zat ze op het spreekuur van de Detoxarts. Of ie haar alsjeblieft pillen wilde voorschrijven... Geen sprake van. De arts had geschokt geconstateerd dat Wilma zich levenslang ””behoorlijk vergiftigd'' heeft. Ze vertelt haar verhaal langzaam. Ze wil best graag afkicken ja, maar aan de andere kant sterft ze van angst. Begrijpt dan niemand dat ze nog nooit geleefd heeft? Ze weet helemaal niet wie, wat en hoe ze is. Ze weet niet hoe gevoel voelt. In haar verdoofde toestand was zij tenminste een persoon. Moeder van twee opgroeiende kinderen, echtgenote van een werkend huisvader. Gisteren wilde ze vluchten, naar huis. ””Maar ze hebben geschooid dat ik zou blijven.''

Drie dagen geen pillen, en ze begint onmiddellijk het personeel uit te schelden. Ze is prikkelbaar en jankerig, agressief en onaardig. Is dat de echte Wilma? ””Zo wil ik niet zijn,'' zegt ze somber. ””Stel je voor dat ik van mezelf zo rottig ben.''

Hopnderd pillen

Afkicken van medicijnen is volgens Detoxcoördinator Wim Rijnders psychologisch zo ongeveer het moeilijkste dat er is. De klant moet immers een wonderlijke ””emotionele klik'' maken. Het pilletje dat ooit ter genezing door een dokter is voorgeschreven, blijkt opeens uitsluitend slecht voor je te zijn. Dokters doen zoiets toch niet? Maar helaas: dokters doen dat wel. En op grote schaal. Eén op de zes Nederlanders, en één op de vier vrouwen tussen de veertig en de zestig slikt tranquillizers. En een kwart van de weduwnaren en weduwes, alsook een kwart van de WAO'ers is aan de pillen. Nederland telt (laag geschat) zo'n honderdduizend ernstig medicijnverslaafden. Lang niet allemaal lichten ze zoals Wilma de boel op door meerdere artsen te bezoeken.

Rijnders: ””Veel medicijnverslaafde klanten komen hier als ze van arts wisselen. Meestal zijn het jonge artsen die oudere collega's opvolgen en verbijsterd een uit de hand gelopen gebruik constateren. Ze beginnen er niet aan om honderd pillen per week voor te schrijven.'

Honderd stuks: de Detoxklant krijgt, zodra het lichaam dat aankan, geen enkel pilletje meer. Een abstinentie die net zo hardvochtig is als de afkick van harddrugs. Cold turkey. Geen gedonder met langdurige en zachtaardige afbouwprogramma's. Alleen heel zwaar verslaafde mensen krijgen de eerste dagen een klein beetje methadon.

Goed beschouwd hebben alcoholisten het het makkelijkst. Flink rillen, flink ziek, hooguit een epileptische aanval - maar ach, zo erg was je er eigenlijk ook niet aan toe. Je werkte immers nog? Je las toch nog de krant? Je was toch nog in staat tot een tamelijk zinnig gesprek met normale mensen? De rookkamer in de Detox gonst van het gepoch. ””Ik ben alleen maar een paar weekjes in de ziektewet.'' ””Ik heb altijd mijn hypotheek betaald.'' ””Nee, mijn buurman, eigenlijk zou die hier moeten zitten...''

””Fout!'', vindt Rijnders. Elke week komt hij op donderdagochtend met zijn onafscheidelijke flipover de nieuwkomers toespreken. Twee uur lang draait hij een bevlogen verhaal af. De kern: mevrouw, meneer, u bent verslaafd. Verslaafden hebben één ding gemeen, namelijk de opvatting dat ”die en die' nog veel erger verslaafd is. Dat het dus met jou wel losloopt.

Rijnders is een hartstochtelijk welzijnswerker. Daags tevoren had hij opgemerkt dat het een ””raar wonder is'' dat hij ””zelf niet in de afkick zit''. Het had maar weinig gescheeld. Hij heeft een alcoholverleden en weet daarom zo goed hoe het werkt. Op je tandvlees functioneren, thuiskomen, diep zuchten en fors innemen, vervolgens afgepeigerd wakker worden met ””dooie katten in je mond'' en je serieus afvragen: dat gerommel in m'n kop - is dat nou gewoon? Nee dus. Maar het duurt even voor het doordringt. Drankbestrijders beweren dat ons land 1,2 miljoen alcoholverslaafden telt. De horeca rept van tweehonderdduizend, de Detox houdt het - met de overheid - op zeshonderdduizend. Als je alleen degenen telt die zelf vinden dat ze verslaafd zijn, zou je vermoedelijk de duizend nog niet halen.

Goois accent

Wie, in de woorden van Rijnders, ””ondergepist en ondergekotst op Hoog Catharijne vermiezert'', is verslaafd. Zonder twijfel. Al is dat nou juist een beeld dat de realiteit verduistert. De huiskamer van de Detox biedt een verbluffend ander aanzicht. Nette pantalons en dure spijkerbroeken, modieuze overhemden, een enkel Goois accent, gemiddelde banen, verzorgde kapsels en een fris ogende jongeman die zich in literatuur verdiept. Geflankeerd door een paar verslaafden met hygiëne- en huisvestingsproblemen, dat wel.

Vrijdag, einde van de middag. ””Ik red het wel weer,'' zegt Anita (34) na vier dagen onwillig gebibber en gedrentel in de kliniek. Ze is een voorbeeld van ”vrouwelijk gedrag' in de Detox. Verslaafde vrouwen laten zich niet zo snel - en zeker niet lang - opnemen en verzorgen. Minder vrouwen dan mannen vragen hulp. Als ze komen, zijn ze er meestal ernstiger aan toe. Arts en groepswerkers zijn ervan overtuigd dat Anita het niet gaat redden: ze had zich bijna kapot gedronken. Haar lever verdraagt geen druppel meer, luidt de diagnose. ””Weet ik,'' grijnst ze. ””Zo verslaafd was ik nou ook weer niet. Ik laat dat pilsje heus wel staan. Dahag.''

Peinzend, en trekkend aan een enorme sigaar: Aarnout. Afkomstig uit de randstad, achtenveertig jaar, van beroep uitvaartverzorger. Zwaar aan de drank. ””Mijn collega's drinken ook. 's Middags op het werk al. Veel doodmeldingen komen 's nachts. Dan ga je op familiebezoek, en daarna aan de zwier.'' Een kleine, onberispelijk geklede man met een kunstig gekamde lok, inmiddels twee weken in de Detox. De beroepsrouwer treurt om zijn scheiding: zijn vrouw heeft 'm definitief het huis uitgegooid. Honderden malen had hij beterschap beloofd, op het laatst was ze het zat. Vooral nadat ze zijn trucendoos ontdekte: flessen jenever, verstopt in zijn kaplaarzen in de schuur. Het was middernacht, drie weken geleden, toen ze de deur voor altijd achter hem dichtsloeg. Hij ging na een uurtje terug. Wat moest hij anders? Maar ze riep de politie. Twee man sterk, aan wie Aarnout onder invloed ””een loeier'' verkocht. Dat kwam 'm ook nog op handboeien te staan. Maar hij is een hele nette man, uit een keurige straat. Twee dochters op het VWO. Daarom wil ie zo graag naar z'n vrouw terug, vanwege die meiden. Het zijn zulke kiene grieten.

Hij staat kwiek op om de tafel te dekken voor de zestien opgewarmde prefab-maaltijden. Diepvriesandijvie en karbonades: het vrijdagavonddiner. Aarnout heeft corvee. Samen met Gerard, een ernstig kijkende man van midden veertig die permanent moppert dat hij vrouwenwerk moet doen. Wilma, nog steeds hangend over haar stoel, gniffelt naar een heroïneverlaafd jong meisje dat het niet komisch vindt. Waarom zou je pret hebben? Omdat je moeilijk de hele dag kunt mokken, meent Malik. Hij is drieëntwintig, en met succes van ””basen en chinezen'' afgekickt. Hij gaat z'n best doen om ””nu ook op te houden met dealen.'' Morgen vertrekt hij.

Zweetvoeten

Het verloop in de Detox is groot, ongeveer de helft van de klanten ondergaat een geslaagde afkick. Wat daarna gebeurt is tot dusver niet geregistreerd. Af en toe krijgt Rijnders een kerstkaartje van iemand die nu ”gelukkig' is. Over het succes op termijn is hij niet optimistisch: ””De Detox is heel laagdrempelig, en biedt opvang aan mensen die elders al niet meer terecht kunnen vanwege hun instabiliteit of de ernst van hun verslaving.''

Na het weekend arriveren tien nieuwelingen. Onder wie de allertreurigste aller klanten: Gerrit. Voor de zesde maal vrijwillig in de Detox opgenomen, scheldend op alles. Op de regels, op het feit dat ie om half twaalf naar bed wordt gedirigeerd, op de kroegbazen en autohandelaren in Utrecht, op vrienden die geen vrienden blijken te zijn, op zijn ontucht plegende pleegvader en vooral op zijn voeten. Want Gerrit heeft ””een probleempje'', zo meldt hij de dienstdoende groepswerkster midden in de nacht. Hij heeft zweetvoeten. En maar twee paar sokken. De nachtwacht zucht. Ze kent Gerrit. Een dwingeland. Die nu, maandagnacht, on-mid-del-lijk sokken moet. Ze stuurt hem naar bed.

Hij aarzelt, een bange uitdrukking in z'n ogen. Die avond trokken zestien mannen en vrouwen hun schoenen uit om ”ontspanningsles' te krijgen, maar Gerrit zag er aan het einde van de sessie zichtbaar gespannen uit. ””Ik geneer me,'' jammert Gerrit tegen de nachtwacht. ””Ik had het gevoel dat iedereen me rook.'' Z'n probleem is sociale acceptatie. Hij hoort er nooit bij - daarom drinkt hij. Niet zo veel natuurlijk, maar toch. Daardoor is z'n studie ook mislukt. En z'n carrière in de politiek. Hij mag graag praten over het kabinet, als hij afgekickt is, wil hij 't liefst naar de Tweede Kamer. Of zoiets. Dat het tot dusver allemaal zozeer mislukt is in z'n leven, dat is toch oneerlijk?

Gerrit heeft gelijk. Maar wie heeft ooit gezegd dat er iemand boven ons hoofd eerlijk zit te zijn? God? Voor en na elke maaltijd vraagt de groepswerker een momentje stilte. Niemand bidt. Tezelfdertijd, tijdens de lunch, wordt beneden in het kantoor heftig vergaderd. Casuïstiek. Vraag: waar moet Annette heen, de heroïneverslaafde prostituée? Als ze clean en wel verhuist naar haar spuitende vriend, is ze volgende week terug bij af. Naar De Hoop?, oppert Els Noorlander. Ze is als psychiater verbonden aan de Detox en concludeert uit haar schriftelijke test en enkele gesprekken dat Annette ””typisch borderline'' is. De Hoop, een psychiatrische instelling, is dan wel christelijk - en Annette niet - maar ””een beetje religie zou zalig zijn. Geloof biedt voor dit soort mensen nogal eens uitkomst.''

Lucifer in de roomsaus

De goede god is ook ver van Wilma, die nu al bijna twee weken wacht op nachtrust. Ze heeft prikogen. Aarnout is opgewekt: zijn vrouw wil 'm terug indien hij zich afdoende laat behandelen. Echt, echt: voor de laatste keer.

Volgens Rijnders heeft zo'n negentig procent van z'n klanten te maken gehad met seksueel misbruik. Niet alleen vrouwen maar ook onvermoed veel mannen. Victor (31) klaagt dat hij altijd de wind tegen heeft gehad: misbruikt, een liefdeloze tehuisjeugd, z'n eerste geliefde verongelukt, en als ie uit eten gaat, zit er zelfs in het duurste restaurant een lucifer in de roomsaus. Pech. Vrouwen moeten hem niet, hij behielp zich jarenlang met betaalde liefde. Hij gokte dwangmatig, bracht soms 40.000 gulden naar het casino. Gelokt door seks en dope die ”ze' hem achter de schermen van de voormalige Golden-Tenfilialen aanboden. Nu wordt hij achtervolgd door schuldeisers, al verdiende hij best goed.

Een energieke, slimme jongen, deze Victor. Maar als hij een filmpje uitzocht, dan was die altijd nét door de bioscoop afgelast. En als hij een muurtje schilderde, spoelde er zomaar een scheut synthetische verf in z'n oog. ””Waarom wordt pech niet eerlijker verdeeld?''

Ochtendprogramma op woensdagmorgen: een uitstapje naar het Utrechtse Spoorwegmuseum. Onder begeleiding, en bij terugkomst ”blazen'. Heel even wordt de dwingende Detoxwereld met haar eigen regels en wetten vervangen door een ander universum. De straat. De lucht. Bomen met knoppen. Verkeer. Winkels. Het zal van korte duur zijn: over twee uur wordt buiten weer verruild voor de binnenmuren van de rookkamer.

Het museum ligt op een steenworp afstand van de Detox in het voormalige Maliebaanstation. Er stopt geen trein meer, al dendert elke nacht de beruchte giftrein over het spoor. Een groepje Detox-klanten, de meesten tussen de dertig en veertig, slentert langs de antieke treinstellen. Sfeervol schroot, opgelegd en fraai opgewreven. De verslaafden kunnen zich spiegelen in de treinraampjes: ze ogen niet anders dan toeristen met een gids. Wellicht is dat ook de gedachte van de versufte suppoost op het dode perron. Victor leest een informatiebordje. Locomotief 1910. ””Leefde ik maar in die tijd. Dan was het misschien anders gelopen.''