Grilligheid van Janmaats partij kan nog verraderlijk zijn

Is de verkiezingswinst van ultrarechts in Vlaanderen, Frankrijk, Duitsland en Italië een voorbode van wat Nederland te wachten staat? De omstandigheden die de toeloop naar het Vlaams Blok, Front National, Republikeinen of Duitse Volks-Unie en de Italiaanse regionale Liga's hebben veroorzaakt, zijn - in minder sterke mate - ook in Nederland aanwezig.

Opiniepeilingen registreren een groei van de Centrumdemocraten naar circa twee procent. Dat zou de CD drie Kamerzetels opleveren, twee meer dan nu. Dat is niet het niveau van 10,9 procent voor de Republikeinen in de grote Duitse deelstaat Baden-Württemberg, van elf procent in Vlaanderen of van veertien procent in Frankrijk. Maar aanhangers van ultrarechts in Nederland geven zich niet graag bloot, zodat hun partijen in peilingen structureel te laag scoren.

Net als andere extreem-rechtse partijen in Europa vist de CD in een vijver van onbehagen: ergernis over de aanwezigheid van buitenlanders, angst voor een verlies van nationale identiteit, bezorgdheid over toenemende criminaliteit, onvrede met de afbraak van sociale voorzieningen, stagnerende economische groei, stijgende werkloosheid en inflatie, alsook onzekerheid over gevolgen van de Europese integratie. Dat onbehagen uit zich vooral in woede over de traditionele grote partijen.

De Nederlandse politiek heeft er de afgelopen jaren voor gekozen CD-leider Janmaat te negeren. Men prijst zich gelukkig dat hier een gepolijste leider van het type Dewinter van het Vlaams Blok of Le Pen in Frankrijk ontbreekt. En Janmaats medebestuurders in raden en Staten steken zelfs nog bleekjes bij hem af. Maar hoelang kan deze tactiek van negeren stand houden? Een blik over de grenzen boezemt toch schrik in. Langzaam maar zeker verharden andere politieke groeperingen hun standpunten over minderheden. Daaruit spreekt indirect hun angst voor een toeloop naar de CD. Neem de actie van VVD-leider Bolkestein voor een zekere verplichting tot integratie van etnische minderheden, staatssecretaris Kosto's verwoede pogingen om vier Vietnamezen naar hun land van herkomst terug te zenden en de uitspraak van de CDA'er Mateman over "horden Afrikanen' die de grens overkomen.

De situatie in de buurlanden is een signaal voor Nederland, maar door specifiek nationale omstandigheden niet rechtstreeks vergelijkbaar. In Frankrijk wonen alleen al anderhalf miljoen immigranten uit de Maghreb-landen, waardoor een vergelijking erg moeilijk is. Bovendien bestaat Le Pens partij al sinds 1972, waardoor ze inmiddels een gestructureerde organisatie met onder anderen hoge ambtenaren en notabelen heeft opgebouwd waarbij Janmaats gevolg van avonturiers in het niet valt.

In Duitsland is circa zestig procent van de bevolking bezorgd over de toekomst als gevolg van een enorme stroom asielzoekers (veertigduizend per maand, de prijs van economisch succes), gigantische uitgaven voor de "nieuwe deelstaten' en voor de rest van het voormalig Oostblok, alsmede een mogelijke teloorgang van de D-mark ten gerieve van de ecu. De Republikeinen van Franz Schönhuber maken daar behendig gebruik van, ofschoon zij geen stabiele partij-organisatie hebben. Uitgever en multimiljonair Gerhard Frey bestuurt zijn Duitse Volks-Unie als een ondernemer, maar zijn partijkader bestaat uit labiele types.

In België heeft het Vlaams Blok door een generaties lange strijd met de Franstaligen en politiek gestuntel van "Brussel' spontaan respons bij de Vlaamse bevolking gekregen. Met de 29-jarige leider Filip Dewinter speelt de Vlaams-nationalistische partij geraffineerd in op de angst voor ontworteling bij de "malkontenten' in de regio Antwerpen. De organisatie van de partij, opgericht in 1977, oogt redelijk solide, en krijgt nu verder vorm in een nieuwe Brusselse vestiging, met tientallen medewerkers en een eigen tv-studio.

De Italiaanse kiezers hebben traditioneel een sterkere relatie met fascistisch gedachtengoed, terwijl bij de Liga's in het noorden van het land de angst voor landgenoten uit het zuiden een bijna even grote rol speelt als de afkeer van buitenlanders.

In Oostenrijk ten slotte is de situatie in zoverre slecht vergelijkbaar, dat hier een gevestigde partij beschikbaar is voor uiterst rechtse kiezers, de door Jörg Haider geleide liberale FPÖ. Haider krijgt veel proteststemmen van mensen die zich afzetten tegen de "grote coalitie' van socialisten en christen-democraten.

Grote coalities leiden, zo blijkt in de buurlanden, tot verlies van profiel van de deelnemende partijen, en tot afbrokkeling ten gunste van kleine rechtse en linkse groeperingen. In Nederland, waar eveneens een "grote coalitie' regeert, zijn ook dergelijke bewegingen van kiezers waar te nemen, zij het dat een grotere toeloop naar Centrumdemocraten en Groen Links ogenschijnlijk wordt tegengegaan door de aanwezigheid van D66, zolang die partij niet in de regering zit.

Een adequate bestrijdingstactiek van extreem-rechts ontbreekt vooralsnog. Ervaringen van tegenstanders in Duitsland en Oostenrijk tonen aan dat de groei van dergelijke partijen het best beperkt kan worden door acties die op de rand van racisme balanceren bij voortduring af te keuren. Een taak die is weggelegd voor de strafrechter of prominente personen zoals vooraanstaande kunstenaars. De potentiële kiezers blijken namelijk vooral mensen te zijn, die doorgaans geen eigen beslissingen nemen, maar opinionleaders volgen.

Duitse ervaringen wijzen uit dat het niet verstandig is het bestaansrecht van partijen zèlf aan te vechten. De reactie daarop van ultrarechtse leiders dat de tegenstanders "bang' zijn, slaat aan. Het overnemen van rechtsradicale slogans, verpakt in nettere bewoordingen, werkt als een boemerang, zoals zondag in Baden-Württemberg bleek. Uit angst voor stemmenverlies richtte de CDU haar campagne op beperking van immigratie. Veel kiezers doorgrondden dit opportunisme, terwijl anderen meenden dat dergelijke denkbeelden nu blijkbaar geaccepteerd waren waardoor ze nog sneller overliepen naar de Republikeinen.

Al deze tactieken blijven bovendien lapmiddelen zolang werkloosheid, inflatie, woningnood, hoge huren en criminaliteit niet worden aangepakt; dan blijft men de onvrede afwentelen op immigranten. Gebeurt dat niet dan winnen de rechtsradicalen, zoals de Duitse politicoloog prof. Werner Kaltefleiter meent, nog meer terrein en “komt er een moment dat ze in regeringscoalities moeten worden opgenomen”. Zijn advies: invoering van een meerderheidskiesrecht naar Brits voorbeeld. “Radicale partijen komen dan niet meer aan bod.”

Niet alle aanwijzingen leiden noodzakelijkerwijs naar een verdere winst van ultrarechts in Europa. De radicale partijen moeten nog bewijzen dat hun groei de interne spanningen niet verhevigt en dat ze de partijdiscipline kunnen bewaren, in tegenstelling tot vele partijen die hen sinds de oorlog zijn voorgegaan. Meer dan een halve eeuw na de grote successen in de jaren dertig hebben ultrarechtse organisaties de partijtwist tot kunst verheven, vooral door de tegenstand van buitenaf en onder druk van de eis tot behoedzaamheid, om kiezers niet af te schrikken met herinneringen aan het nazisme.

Het vijandige klimaat waarop extreem-rechtse partijen in Nederland stuiten, heeft hun opkomst al sinds 1945 beperkt. Janmaat, twaalf jaar actief nu als politicus, kent dat klimaat als geen ander. Hij heeft de macht in de CD naar zich toe getrokken en wil zich fatsoenlijk profileren, maar is er door zijn grilligheid nog steeds niet in geslaagd een stabiele organisatie op te bouwen; de CD heeft ook voornamelijk aanhang in het westen en midden van het land.

Dat is een geruststellend maar ook verraderlijk gegeven. De Leidse cultureel antropoloog dr. J. van Donselaar wijst erop dat ultrarechtse partijen in Nederland bij "voorspelde groei' altijd in de gevarenzone komen. “Dan is er strijd wie er op de zetels komt. In die zin zijn het net bijen: zodra ze gestoken hebben, gaan ze dood.” Van Donselaar, auteur van een standaardwerk over uiterst rechts in Nederland, is echter bezorgd over een eventuele overstap, vergelijkbaar met afgelopen zondag in Duitsland, van PvdA-kiezers uit de oude wijken naar de CD. “Niemand kan er gerust op zijn dat Janmaat er maar twee zetels bij krijgt.”

De volgende Kamerverkiezingen staan op de agenda voor mei 1994. De andere partijen twijfelen nog tussen de CD negeren òf bestrijden. Ze hebben nog twee jaar om te voorkomen dat geïrriteerde kiezers Janmaat in de Kamer van een groep secondanten voorzien.

Foto: Demonstratie (januari 1992) tegen Le Pen en racisme op de Place de la Bastille in Parijs. (foto Peter Hilz)