Gemeenten proberen aantal gokautomaten terug te dringen; Voor gokker is niets zo sterk als "de kast'

Steeds meer gemeenten proberen de uitwassen rond gokautomaten een halt toe te roepen. In Breda is met de horeca afgesproken dat honderd van de zeshonderd fruitautomaten worden verwijderd. Voor individuele gokkers zijn therapieën ontwikkeld.

ROTTERDAM, 11 APRIL. Gokverslaving dreigt op gemeentelijk niveau een groot probleem te worden, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Tussen de vijftien en vijfentwintig gemeenten hebben dit jaar een convenant afgesloten met exploitanten van kansspelautomaten. De Vereniging van Automatenhandelaren Nederland (VAN) is nog met ongeveer honderd gemeenten in onderhandeling over een convenant.

Exemplarisch voor het streven van de gemeenten is de aanpak in Breda, waar al rond de honderd van de zeshonderd fruitautomaten zijn weggehaald. De stad wil in de "natte' horeca (cafe's en restaurants), hooguit twee gokkasten. Bij sportkantines en buurthuizen zouden helemaal geen kansspelautomaten meer mogen, in de "droge' horeca (koffiehuizen en snackbars) wil men één fruit- en één "behendigheids'-automaat.

Gokverslaving kan uitmonden in crimineel gedrag. Onlangs werden in Gelderland negentien Nijmegenaren van 17 tot 21 jaar aangehouden, op verdenking van betrokkenheid bij ten minste 75 diefstallen, overvallen en inbraken te hebben gepleegd. Daarbij werd voor meer dan een ton buitgemaakt. Het geld hadden zij, zo verklaarden de jongens, voor hun gokverslaving.

Nijmegen telt ongeveer 750 “zware en overmatige fruiters”, aldus een woordvoerster van de gemeente. Nijmegen heeft geen convenant kunnen sluiten met uitbaters van gokautomaten, door de lage organisatiegraad van de horeca. In deze gemeente probeert men door aanpassing van het vergunningenstelsel de fruitautomaten terug te dringen.

“We hebben al de eerste ondernemers gekregen die van de "droge' horeca naar de "natte' willen om hun gokkasten te behouden”, aldus een voorlichtster van de gemeente. Een vervelende ontwikeling, vindt de VAN. “Horecabedrijven moeten niet van gokautomaten afhankelijk zijn”, aldus een woordvoerster. “Sommige horeca-ondernemers zijn niet te beroerd om kinderen van tien jaar op te tillen om ze een gulden in de automaat te laten stoppen”, zegt ze.

Bij gemeentelijke centra voor alcohol- en drugsverslaving en afdelingen van de reclassering wordt gepoogd de gokverslaafden te helpen. Schattingen van het aantal probleemgokkers variëren van 10.000 tot 20.000. Een ex-gokverslaafde is Erik, die volgens zijn moeder door zijn behandeling “veel rustiger is geworden - en veel eerlijker”. Om zijn speelschulden af te betalen ging ERik vroeger uit stelen. Hij werd betrapt, zijn eerste botsing met Justitie. De rechter toonde zich lankmoedig: hij kreeg een voorwaardelijke straf en verplichte behandeling voor zijn verslaving.

Een Bredase hulpverlener: “Het zijn eenzame figuren, heel gesloten en weinig communicatief. En als ze het niet al zijn, worden ze het wel.” Zeven uur aaneen achter een gokkast is geen uitzondering. “En dan hebben ze geen tijd voor anderen. Ze kunnen vaak alleen een relatie met een technisch apparaat aangaan.” Erik ging gokken omdat hij niet bij machte was over zijn problemen te praten, is zijn overtuiging na de groepstherapie. “Daar kwam ik er achter dat ik de dood van mijn vader nooit heb leren verwerken.” “Hij heeft z'n eigen nooit leren uiten”, zegt zijn moeder begripsvol. “Hij hing aan zijn vader, ze gingen altijd samen biljarten.”

De gokkast, zegt Erik, was een medicijn waarop hij teruggreep zodra zijn werk bij een verhuisbedrijf dat toeliet. “Je bagatelliseert je verslaving, maar niets is zo sterk als de kast”, zegt hij. Zijn ogen beginnen te stralen wanneer hij over de kick van het gokken spreekt. De hoop in één keer rijk te worden, de gedachte de machine te begrijpen en te kunnen beïnvloeden. “Je werd een soort magische eenheid met de kast.” Ofschoon hij zegt blij te zijn dat hij onder behandeling is, blijft het gokken trekken.

“Gokken is een roep om hulp”, aldus een hulpverlener. Door de groepsgesprekken heeft Erik ingezien dat andere mensen net zulke problemen hebben als hij. Thuis daarover praten is nog steeds moeilijk, maar dat komt wel. De reclasseringsambtenaar die over het gesprek waakt knikt goedkeurend. “Dat heb je goed gedaan”, zegt hij. Zijn schulden - ongeveer 20.000 gulden - wil Erik terugbetalen.

Nu werkt hij als nachtchauffeur bij een transportbedrijf, soms is hij pas om zes uur 's ochtends thuis. Dan doet hij een hazeslaapje om toch nog op tijd te zijn voor de groepstherapie van 12.00 uur. “Best wel zwaar”, zegt hij. 's Avonds gaat hij biljarten. Vier, vijf avonden in de week is hij soms weg denkt hijzelf. “Alleen, voor wedstrijden”, onderstreept hij. Het liefst zou hij net zo goed willen worden als zijn vader. Dat was een kanjer! “Ja”, zegt zijn moeder, “hij is er helemaal bezeten van.”