"Er moeten heel wat oud-voetballers rondlopen als invaliden'; Koppen kan leiden tot hersenletsel

ROTTERDAM, 11 APRIL. Veelvuldig koppen bij het voetbalspel vergroot de kans op blijvend hersenletsel aanzienlijk. Met als gevolg op latere leeftijd: Problemen met geheugen (dementie), aandacht, concentratie en snelheid van informatieverwerking. “Keeper De Goey van Feyenoord tegen Tottenham Hotspur en zijn clubgenoot John de Wolf die een elleboogstoot kreeg van Ajacied Van Loen waren allebei "zwaar groggy'. Maar ze speelden verder en stonden ook de volgende dag weer op het veld, terwijl één keer "zwaar groggy' al tot blijvende invaliditeit kan leiden”, onderbouwt de neuropsycholoog drs. Erik Metser zijn bovenstaande visie met twee voorbeelden uit de recente praktijk. “Een bokser mag in een vergelijkbare situatie zes weken zijn sport niet beoefenen.”

Metser ziet de eindeloze herhaling van de dreunen op het hoofd als het grootste risico dat de voetballers bedreigt. In die "stapeling' tellen ook de tikken mee die helemaal niet zo hard aankomen. “Het laat zich goed vergelijken met de reactie op een narcose”, zegt hij. “Na één keer merk je niets, na tien keer is er sprake van een gigantisch functieverlies.”

De neuropsycholoog presenteert volgende week woensdag zijn inzichten voor een gezelschap van sportgeneeskundigen en andere belanghebbenden in het St. Annaziekenhuis te Geldrop. “Dan breng ik een sneeuwbal in beweging”, veronderstelt hij. “Het is de hoogste tijd dat er onderzoek wordt opgezet in Nederland. Er moeten veel voormalige voetballers en ook andere sporters zijn die rondlopen als invaliden.”

Tot dit moment is er van onderzoek binnen Nederland naar de risico's van het koppen bij voetbal geen sprake. Bij de medische afdeling van de KNVB te Zeist zegt sportars H. Inklaar: “Ons zijn met name de onderzoekingen bekend van de Noor Tysvaer. Maar in hoeverre zijn die toepasbaar op de Nederlandse situatie? Hier wordt anders gevoetbald dan in Noorwegen. In ons land wordt meer langs de grond gespeeld. Er wordt bij ons wel gesproken over het toetsen van zijn onderzoek aan de Nederlandse situatie. Maar tot nog toe hebben ons nooit klachten bereikt van (oud-)voetballers.”

Leo Clijsen, directeur van een onderzoeksbureau op het terrein van de bewegingswetenschappen, noemt het zorgwekkend dat de voetbalbond zo achteloos omspringt met "verontrustende gegevens'. “Ondanks dat er veel literatuur is waarin beschadigingen als gevolg van een plotse klap staan beschreven, worden klachten over duizeligheid en misselijkheid vaak als niet belangrijk afgedaan”, zegt hij. “De effecten van die letsels tellen op. Simpel gezegd: hoe vaker een hoofdletsel, ook al is het een kleintje, hoe erger de gevolgen.”

Aan de hand van zijn literatuuronderzoek vindt Clijsen dat spelers met deze klachten moet worden verboden verder te voetballen. “Pas na gedegen onderzoek moet worden besloten of ze de volgende dag weer mogen voetballen”, zegt hij. “Spelers die vaak koppen moeten regelmatig worden gecontroleerd. In feite moet als grondhouding worden aangeleerd dat koppen alleen mag als het niet anders kan.”

Het is een benadering waarmee in de voetbalwereld niet wordt gescoord. Voormalig kopspecialist Dick Nanninga (43) rekent voor dat hij op sommige trainingen de bal wel na 150 voorzetten op het hoofd nam. “Ik had een betonnen kop”, kijkt hij trots terug.

“Als je tegen de trainer zei dat je liever niet kopte, kon je meteen vertrekken”, vult generatiegenoot Ruud Geels (45) aan. “Volgens mij moet je er zo vroeg mogelijk mee beginnen, vanaf mijn zevende jaar heb ik het goed gekund. Ik heb een tijd de landelijke jeugd van Telstar getraind en ergerde me dan geweldig als die schijtebakken hun kop introkken.” Naar zijn zeggen leverde het veelvuldig koppen hem indertijd af en toe een beurs voorhoofd op, maar dat was alle schade. Het weekblad Nieuwe Revu heeft hem ooit gevraagd ten behoeve van een artikel mee te werken aan een EEG (electro encefalo gram) onderzoek. “Maar dat heb ik geweigerd”, zegt Geels lachend. “Wie weet wat er dan boven water was gekomen.”

Volgens neuropsycholoog Metser had zo'n EEG waarschijnlijk niets verontrustends opgeleverd. “Beschadigingen bij licht hersenletsel zijn nauwelijks op te sporen met neurologische methoden”, zegt hij. Naast het EEG zijn die methoden: een CT (computer tomografie iscan, waarmee röntgenologisch bloedingen, tumoren en weefselverval worden opgespoord) en sinds 1980 de nuclear magnetic respons, een nog nauwkeurigere methode.

In samenwerking met de voorzitter van de medische bokscommissie te New York, de neuroloog B.D. Jordan, onderzocht Metser 42 Amerikaanse beroepsboksers. “Allemaal zeiden ze: "ik ben okee'. Ook neurologisch leek er niets aan de hand, maar bij de neuropsychologische tests weken hun resultaten ten aanzien van geheugen, aandacht, concentratie en snelheid van informatieverwerking dramatisch negatief af van de normscores.”

Metser adviseert van sporters zoals voetballers een neuropsychologisch profiel te maken en ze daarna te controleren met een frequentie van één maal in de drie tot zes maanden, afhankelijk van het risico dat ze lopen. Als bij de controles blijkt dat de kwaliteit van de hierboven genoemde functies terugloopt, zou een rustperiode verplicht moeten worden gesteld. “In het boksen kan je dat dwingend voorschrijven”, aldus Metser die lid is van de medische commissie van de Europese boksbond. “Die maatregel is ook wenselijk in het voetbal. Als een voetballer aan het dementeren slaat, loopt ook de kwaliteit van zijn spel aanzienlijk terug. Via de beschreven controlemethode, gaat hij dus langer mee en op een hoger niveau.”

Neurologen van buiten de sportwereld hebben nauwelijks oog voor de gesignaleerde problematiek. W.A.N. Koetsier, neuroloog in het ziekenhuis Gooi-Noord, noemt de hele koptechniek "niet erg hersenbelastend'. En zijn collega H.L. Hamburger in het Slotervaart ziekenhuis te Amsterdam spreekt de verwachting uit dat een goede techniek de voetballers beschermt. “Mensen kunnen ontzettend veel hebben, zeker na specifieke training”, aldus Hamburger. “Er zijn ook mensen in het circus die kunnen hangen aan hun gebit waarmee ze zich vastbijten aan een touwtje.”

Het eerder genoemde onderzoek van de Noor Alf T. Tysvaer, verbonden aan de afdeling neurochirurgie van het nationale ziekenhuis te Oslo, spreekt een andere taal. Bij 81 procent van een groep voormalige voetballers tussen de 35 en 64 jaar constateerden de onderzoekers via de neuropsychologische weg hersenletsels.

“Tysvaer heeft bij voetballers afwijkingen gevonden die ernstiger zijn dan ik aantref bij boksers”, zegt Helga Jansen, een van de neurologen in de medische commissie van de boksbond. “Boksers weten dat je hersenletsel kunt oplopen. Dat risico kies je bewust als je die sport gaat beoefenen. Maar iemand die gaat voetballen heeft die keuze niet gemaakt.” Zij heeft bij de medische afdeling van de KNVB aangedrongen op bestudering van de risico's.

“Mensen benutten hun hersencapaciteit vaak maar zeer ten dele”, zegt neuropsycholoog Metser. “Vele mensen zeggen, net als die 42 boksers in New York, dat ze geen klachten hebben, maar als je ze gaat testen, barsten ze van de klachten. Ze spreken hun geheugen alleen aan bij het boodschappen doen. Dan merk je niet zo gauw dat je hersenfuncties verminderen en als je het merkt is het al te laat.”

De opmerking dat hij natuurlijk wel zit te praten als belanghebbende bij uitvoerige onderzoeken die regelmatig worden herhaald, treft hem onaangenaam. “Natuurlijk ben ik er bij gebaat. Maar dat was Edison ook en aan hem hebben we wel de gloeilamp te danken.”