Droogte is een zware klap voor heel zuidelijk Afrika; "De overheid doet veel, maar de staat kan geen water maken.'

Het leven in grote delen van zuidelijk Afrika wordt ontwricht door langdurige droogte. De maïsproduktie, hoofdvoedsel in dit deel van het continent, is ingestort. Eerste deel van een tweeluik over droogte in Afrika.

NIJLSTROOM, 11 APRIL. In de verte staan drie grote silo's. Leeg. Daar haalden vader en twee zonen Van der Walt veertig jaar lang hun veevoer. Ze wachten nu al drie weken op de trein uit Durban met import-maïs.

De boeren in Noord-Transvaal zijn wel wat gewend. Ze zijn van een hard en conservatief slag, dat de natuur van Afrika kent en zich aanpast. Maar deze droogte hebben ze nooit meegemaakt. Al dertien jaar is er weinig of geen regen gevallen in deze streek. Dit jaar is rampzalig, met een kwart tot een derde van de normale regenval. Het kan de golfstroom El Niño zijn, of de ozonlaag, of een straf van God omdat Zuid-Afrika afwijkt van het rechte pad. Maar, zegt een boerenleider, dan had Hij toch ook een vloed kunnen sturen?

De droogte is non-raciaal. Acht- tot tienduizend blanke boeren hangt volgens de Zuidafrikaanse landbouwunie SALU faillisement boven het hoofd. Tienduizenden zwarte landarbeiders zijn met hun lot verbonden. De Van der Walts houden hun honderd arbeiders geforceerd aan het werk met het bouwen van omheiningen of het ontbossen van grond. Ze verdienen tussen de 250 rand (160 gulden) en 750 rand per maand plus een zak maïsmeel. “Wij zullen er geen één ontslaan”, zegt Johan van der Walt. “We hebben veel in ze geïnvesteerd door ze cursussen te geven. Ze wonen hier al jaren. Als de regen valt, kunnen ze meteen weer aan het werk.”

De regen valt niet. Heel Zuidelijk Afrika - het grootste deel van Zuid-Afrika, het zuiden van Namibië, Botswana, Swaziland, Lesotho, Zimbabwe em Mozambique - is in de greep van wat de ergste droogteperiode van de eeuw dreigt te worden. In het Kruger National Park verlaten toeristen volgens berichten de ergst getroffen delen wegens de stank van dode dieren. De maïsproduktie, hoofdvoedsel in dit deel van het continent, is ingestort. Trucks met maïs uit Zuidafrikaanse voorraadschuren rijden in colonne naar Zimbabwe.

Hulporganisaties melden dat veel boeren hun rechteloze landarbeiders ontslaan en van de boerderij verwijderen. Zo komt een nieuwe trek naar de steden op gang. Ze bouwen een hut van stalen platen en voegen zich bij de naar schatting negen miljoen 'plakkers' in de krottenkampen bij de townships. Het is één van de argumenten van de boerenlobby in het pleidooi voor meer noodhulp uit Pretoria: lege boerderijen vergroten de ellende in het land. De organisatie Operation Hunger meldde deze week dat ten minste twee miljoen zwarten vanwege de droogte ernstige honger lijden.

Droogte was er wel vaker, herinnert vader Hannes van der Walt zich. Hij boert al veertig jaar bij Settlers, in de buurt van Nijlstroom, en maakte de grote droogte van begin jaren zestig mee, en die van '79. Dit seizoen viel er 402 mm regen op zijn 2500 hectare land, terwijl 620 mm het gemiddelde is. Maar de gevolgen zijn nu erger, wegens de economische malaise in Zuid-Afrika: de hoge inflatie van zestien procent en de rente, die boeren dwingt te lenen tegen percentages tussen 20 en 27 procent.

Het inzetten van de gewassen kostte de Van der Walts dit seizoen 400.000 rand (260.000 gulden). De opbrengst zal nul zijn. Met de salarissen en de kosten van het inkopen van veevoer schat Van der Walt dat het verlies over dit seizoen tot een miljoen rand (650.000 gulden) zal oplopen. Het vergt vier tot vijf goede jaren om dat goed te maken. Leeuwkuil is een van de sterkere boerderijen in Noord-Transvaal omdat Van der Walt zich op tijd heeft aangepast aan de droogte, met verschillende gewassen en dieren. “Het varken is de stabiliserende factor op mijn boerderij. Boeren die alleen zaaien, hebben het heel moeilijk.”

Manie Nieuwoudt, hoofdbestuurder van de Noord-Transvaalse Landbouwcoöperatie, noemt de situatie dramatisch, ook in de zwarte gebieden als Venda. De dammen in de regio staan leeg en de besproeiingsmogelijkheden zijn uitgeput. “De droogte is langer en dieper dan je in een normale cyclus zou verwachten. Al tien jaar is de gemiddelde graanoogst hier dertig procent van de normale, en de hoeveelheid vee de helft. Veel boeren zijn financieel totaal geruïneerd.” De Coöperatie sloot de laatste vier maanden twee maïsfabrieken, een veevoederfabriek en een katoenfabriek. “Het werk voor zwarte landarbeiders wordt vernietigd. Het is nu puur overleven”, aldus Nieuwoudt.

Volgens de landbouworganisatie SALU, waarbij 40.000 van de 65.000 blanke commerciële boeren zijn aangesloten, zullen de inkomsten van de landbouw it jaar mogelijk met twintig procent dalen van 20 miljard rand (13 miljard gulden) naar 16 miljard. De produktie van maïs loopt terug van 7,8 miljoen ton naar 2,1 miljoen ton. Zuid-Afrika is aangewezen op invoer van maïs uit de Verenigde Staten en Argentinië. De steun van één miljard rand, die de regering heeft uitgetrokken voor de boeren, schiet volgens SALU tekort.

Het opvallende aan deze droogte is voor Koos du Toit, hoofdeconoom bij SALU, dat zij over het hele land is verspreid, waar zij in andere jaren beperkt bleef tot regio's. De huidige droogte teistert de Noord- en Oostkaap, de Karoo, de Oranje Vrijstaat en de Transvaal. De fruitboeren in de Zuidkaap hebben nergens last van en de situatie in Natal is “redelijk normaal”.

De gezamenlijk schuldenlast van boeren bij coöperaties, handelsbanken en staatsfondsen bedraagt inmiddels 17 miljard rand (11 miljard gulden) en kan dit jaar volgens De Toit stijgen naar 20 miljard. De boeren komen in een uitzichtloze positie terecht van lenen, mislukte oogsten, niet kunnen aflossen en opnieuw lenen tegen hogere kosten.

De boeren zijn in Zuid-Afrika jarenlang verwend. Ze vormden een belangrijke politieke machtsbasis voor de Nationale Partij en de Konservatieve Partij. Jarenlang konden ze zeer goedkoop geld lenen om hun vaak enorme bedrijven aan de gang te houden. Daarnaast hadden ze het voordeel van uiterst goedkope arbeidskrachten. Een zwarte landarbeider verdient volgens Du Toit gemiddeld tussen 1700 en 2000 rand (1300 gulden) per jaar. Toen de financiële begunstiging in de jaren tachtig wegviel, raakten velen in de problemen.

Du Toit: “Als arbeid duurder was geweest, hadden de boeren eerder hun financieel bestuur verbeterd. We hebben sommige van de beste boeren van de wereld, maar het scholingspeil van velen is laag. Veel boeren hebben zich niet kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden. Ze hebben te lang vastgehouden aan de graanproduktie. Er is een neiging tot overspecialisatie. Dat is uiterst riskant. Als het niet regent, heb je geen oogst”.

De overheid doet volgens Manie Niewoudt al veel om de boeren te helpen, “maar de staat kan geen water maken”. Er zijn hulpfondsen, voedingsprojecten, vervoersubsidies en subsidies op produktieschulden. Meer hulp kunnen de boeren gebruiken, maar hun lot bestaat vooral uit aanpassen en wachten. “De droogte kruipt. Je verzuipt niet direct, maar de droogte maakt je langzamerhand dood. De droogte put je geest uit.”