DE ZAAK VAN DE SCHRIJVER DIE OP ZIJN GEESTESKIND WILDE LIJKEN

The Real World of Sherlock Holmes. The True Crimes Investigated by Arthur Conan Doyle door Peter Costello 235 blz., geïll., Robinson Publishing 1991, f 60,10 ISBN 1 85487 099 8

Laat ik het maar meteen bekennen: Sherlock Holmes mag arrogant, ijdel, neurotisch en zelfgenoegzaam zijn, en een vrouwenhater bovendien - hij is in mijn ogen onweerstaanbaar. Vanwege zijn grijze cellen. Niet om zijn brave inborst, want als een onbaatzuchtig redder van zwakken en verdrukten, heb ik hem nooit beschouwd. Daarvoor gaat het hem te zeer (en openhartig genoeg) om de triomf van het eigen gelijk en om het plezier in zijn deductieve methode. Daarvoor ook schept hij teveel vreugde in het vernederen van zijn beste vriend en immer bereidwillige steun en toeverlaat dokter Watson.

Toegegeven: er zijn verhalen waarin Holmes een misleide maagd te hulp snelt wier leven en misschien zelfs eer op het spel staan, maar de voornaamste inzet van zijn inspanningen is toch de overwinning van zijn rationele logica op de elders heersende domheid, van zijn systematiek op de chaotische werkwijze van klunzige politie-inspecteurs, van zijn observaties en experimenten op hun obscuur traditionalisme en, vanzelfsprekend, van het door hemzelf verpersoonlijkte goed op het eeuwige kwaad. Bovendien vormt het detectivewerk een prettige onderbreking van een getourmenteerd bestaan dat in vioolspel en morfinegebruik alleen onvoldoende verlichting vond.

Holmes als behulpzame medestander der zwakken en bestrijder van de, vooral racistische, vooringenomenheid van het Engelse justitiële apparaat, is wèl het beeld dat auteur Peter Costello creëert in zijn boek The Real World of Sherlock Holmes. Hij doet dat met het doel de verwantschap te tonen tussen Holmes en zijn geestelijke vader, Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930). In het verleden werd het vaak voor de handliggender gevonden Conan Doyle te vergelijken met Watson, die immers de huischroniqueur was van onze held. Toen Conan Doyle in 1886 zijn eerste Holmesverhaal schreef, had hij zich bovendien zojuist als arts gevestigd in het Zuid-Engelse plaatsje Southsea. Hij ging net als Watson ten tijde van de Boerenoorlog naar Zuid-Afrika, en trad in het huwelijk, een stap die hij ook Watson liet zetten - zeer tegen de zin trouwens van de eenzame excentriekeling Holmes die van emotionele bindingen noch van vrouwen iets moet hebben. En zelfs uiterlijk moet Conan Doyle op zijn Watson hebben geleken.

PLEZIER

Costello betoogt echter (niet helemaal als eerste trouwens) dat naast de brave burger Watson een tweede ziel in des schrijvers borst school: die van de slimme speurder Holmes. Dat inzicht baseert hij op een aantal biografische gegevens. Zo is er de getuigenis van Conan Doyles zoon, die ooit beschreef hoe zijn vader er plezier in schiep om in openbare gelegenheden, net als Holmes, de achtergronden van zijn medeburgers af te leiden uit allerlei details in hun uiterlijke verschijning. Er is de opwinding die Conan Doyle als vijftienjarige gevoeld zou hebben bij zijn bezoek aan Madame Tussauds Chamber of Horrors, om de hoek overigens van Holmes' adres 221b Baker Street. Er zijn de drugs waarmee de schrijver experimenteerde en zijn enorme criminologische bibliotheek, waardoor hij zijn geesteskind opmerkingen in de mond kon leggen als ""You will find a parallel case in Riga in 1854'.

En niet in de laatste plaats is er Conan Doyles onaangename ervaring toen hij als jong arts ten gevolge van anonieme brieven de politie aan zijn broek kreeg voor een onderzoek naar het plotse overlijden, bij hem thuis, van een jongeman. Door puur toeval kon worden duidelijk gemaakt aan welke ziekte de patiënt had geleden, maar Conan Doyle ondervond destijds aan den lijve hoe snel willekeurige omstandigheden er in het licht van een politie-onderzoek verdacht uit gaan zien en hoe makkelijk een onschuldige onder verdenking kan komen te staan.

Het is vooral die ervaring waarop Costello de stelling baseert, dat Holmes in feite het alter ego was was zijn schepper. En niet zonder grond, zoals naar voren komt uit de voor liefhebbers lezenswaardige zaken waarmee Conan Doyle zich daadwerkelijk blijkt te hebben bemoeid. Costello beschrijft die zaken zoals Watson dat zou doen: in elk hoofdstuk een gedetailleerde case onder een fraaie titel.

Conan Doyles carrière als amateur-speurder begon overigens pas nadat het hem uiteindelijk was gelukt zijn geesteskind uit de weg te ruimen. Hij had daarvoor als bekend aan één poging niet genoeg: Holmes viel in het decembernummer van 1893 van Strand Magazine samen met zijn aartsvijand professor Moriarty in een Zwitsers ravijn, maar Conan Doyle zag zich door de publieke protesten gedwongen een wonderbaarlijke wederopstanding te creëren; hij kwam pas voorgoed van Holmes af toen deze zich in 1903 terugtrok als bijenhouder in de lieflijke South Downs. Nadien verschenen er nog wel verhalen (tot in 1927 zelfs), maar die waren gebaseerd op oud materiaal.

Na 1903 dus poogde Conan Doyle de fameuze Holmes-methoden in het echt toe te passen. Soms met succes. Zo wist hij in "het geval Edalji' een heropening van de zaak en een gedeeltelijke rehabilitatie te verkrijgen. Edalji was de veelbelovende zoon van een uit India afkomstige geestelijke, die tegen alle materiële sporen in, louter op grond van een poison pen, door een bevooroordeelde justitie tot een zeer lange gevangenisstraf werd veroordeeld voor het gruwelijk verminken van dieren.

DOODSTRAF

"The Case of Oscar Slater', waarmee Conan Doyle zich maar liefst zestien jaar lang bezig hield, had een nog spectaculairder ontknoping. Ene Slater was veroordeeld voor de moord op een oude vrouw; zijn doodstraf was al op grond van publieke protesten omgezet in levenslang, maar na vele jaren opsluiting kwam hij vrij door toedoen van Conan Doyles publikaties omtrent de ontoereikendheid van de bewijsvoering. De spannende kwestie van de roof van de Ierse kroonjuwelen werd officieel nooit opgelost, maar uit dit boek blijkt dat Conan Doyle de schuldige kende, doch dat sterke vermoedens omtrent ""unnameable vices' in de hoogste kringen verhinderden dat de slachtoffering van de verantwoordelijke maar onschuldige ambtenaar werd rechtgezet.

Een bevredigender afloop had het "Mystery at Moat House Farm'. In maart 1903 was een man gearresteerd die valse cheques inde op naam van zijn voormalige vriendin. Die vriendin was al jaren verdwenen en achter de arrestatie ging dan ook niet alleen de beschuldiging van fraude maar tevens het vermoeden van iets ernstigers schuil. De buurt gonsde van de geruchten, want waar was de voormalige vriendin, die allang een opvolgster had? Ze was, vier jaar eerder, vertrokken, naar het station gebracht door haar ex, en sindsdien nooit meer gezien. Zijn woonstede, Moat House Farm (hofstede met gracht rondom), was, evenals de schuren en bijgebouwen, door de politie van top tot teen doorzocht, maar helaas, een lijk was nergens gevonden.

En zo kwamen journalisten bij Conan Doyle terecht, die hun na enig peinzen vroeg ""What about the moat?' Costello doet zijn best om van Conan Doyle het evenbeeld van zijn hoofdpersoon te maken en in dit geval terecht, want de politie had, menend dat de oude gracht te miniem was om iets in te verbergen, nagelaten daar te zoeken. Vanuit zijn leunstoel, pijp in de hand, loste Conan Doyle het probleem op: na haar laars kwam de dame boven water, en haar liefje aan de galg.

Een interessante uitkomst overigens, want Conan Doyle was een verklaard tegenstander van de doodstraf, juist omdat in veel zaken nooit een sluitend bewijs kon worden geleverd. Hij probeerde diverse malen executies te voorkomen. Zelfs over de zaak van Sacco en Vanzetti maakte hij zijn mening kenbaar: ""Het is onmogelijk de feiten te lezen zonder zich te realiseren dat de twee Italianen niet werden geëxecuteerd als moordenaars maar als anarchisten.'

KLEPTOMANIE

Costello heeft dus zeker argumenten voor zijn identificatie van de hoofdpersoon met de schrijver: Conan Doyle hield zich met speurwerk bezig en er werd door hoog en laag een beroep op hem gedaan. Dat de faam van Holmes op hem afstraalde, blijkt behalve uit zijn verheffing in de adelstand ook uit de promptheid waarmee een Amerikaanse die wegens een reeks diefstallen tot dwangarbeid was veroordeeld, direct op vrije voeten werd gesteld nadat Conan Doyle de minister van binnenlandse zaken een briefje had gestuurd, waarin hij uitlegde dat dit toch typisch een geval was van kleptomanie veroorzaakt door premenstruele spanningen.

Maar in het algemeen had Conan Doyle met zijn deducties bepaald minder succes dan Holmes. Dat is ook precies wat dit boek voor de detectiveliefhebber wat onbevredigend maakt. Wie verwend is met de prachtig afgeronde zaken die Watson publikabel achtte, raakt licht teleurgesteld bij het echte leven dat zoveel minder complete opheldering en gerechtigheid te bieden heeft. Costello heeft mij er met dit boek eigenlijk vooral van overtuigd dat Conan Doyle een sociabeler persoon moet zijn geweest dan Holmes zelf.

Wat Costello's these geen goed doet (en hij verdonkeremaant dat enigszins) is Conan Doyles latere bekering tot het spiritisme. Toen zijn collega Agatha Christie midden jaren twintig op duistere wijze verdween, liet hij haar door een helderziende opsporen. Het spreekt vanzelf dat Sherlock Holmes zo'n idee met gehoon zou hebben beloond.

The Real World of Sherlock Holmes is, de combinatie van titel en ondertitel zegt het al, verwarrend lezen: het is de tamelijk moeizaam geconstrueerde biografie van de biograaf van een fictionele beroemdheid. Sherlock Holmes is zozeer gaan leven, compleet met een geschiedenis, een adres, een uiterlijk en een karakter, dat het moeilijk te verstouwen is dat er ook nog een auteur bestaat die het allemaal verzonnen heeft en nog in praktijk bracht ook. Dat je ervan in de war raakt, is niet zozeer een compliment aan het adres van Costello, hoewel die zo'n verwarring natuurlijk maar al te graag bewerkstelligt, maar aan de onovertroffen schrijfkunst van Sir Arthur Conan Doyle. Zijn lucide stijl was zo meeslepend dat er zowel bij hemzelf als bij Holmes jarenlang een stroom van verzoeken om hulp arriveerde. Diverse van de door Costello beschreven gevallen waren het gevolg van zo'n verzoek. En tot op de dag van vandaag wordt er op 221b Baker Street post bezorgd voor de onsterfelijke Mr. Sherlock Holmes.