De Vergulde Bedelstaf

Deskundigen kunnen de dingen altijd zo knap zeggen. “Het beeld van het gesubsidieerde mime-bestand in het tweede kunstenplan is in zekere zin strijdig met de doelstelling van het vooradvies meerjarige subsidies te concentreren bij een beperkt aantal instellingen en via het projectenbudget ruimte te laten voor doorstroming.”

Deze adembenemende zin staat in het recente Advies van de Raad voor de Kunst over het Kunstenplan 1993-1996. Achter het woord "vooradvies' wordt de toon wat warmer en blijkt er toch een centje beschikbaar te komen voor "doorstroming'. Kunstenaars moeten nu eenmaal doorstromen. Met projecten. Ze kunnen niet zomaar doorstromen. Dat zou een chaos worden.

Zo gaat dat. Vrije kunst mag iedereen maken voor de gek die er wat voor geeft. Maar wie subsidie nodig heeft moet zich een weg banen door een procedure. De gelukkigen krijgen een positief advies en geld voor vier jaar, en vermelding in het Kunstenplan.

Buitenstaanders liggen niet wakker van dat Plan. Zij horen hoogstens dat het Limburgs Symphonie Orkest weg moet, dat Opera Forum in gevaar is en dat politici uit Maastricht en Enschede en Arnhem zeggen: De regio neemt het niet. De grote fracties in de Tweede Kamer schijnen het daar al mee eens te zijn.

Zo gaan die dingen in Nederland: ze gaan meestal niet door. Ook al wil Raad op een amper gelijk blijvende begroting wat geld vrijmaken voor nieuwe kunst, die het aanbod ook buiten de randstad gevarieerder kan maken. Dat is te ingewikkeld voor het nieuws, en niet bruikbaar voor de pavlov-politiek in de regio - een zelfgekozen belediging van gemeenten die dichter bij Berlijn en Parijs liggen dan Amsterdam.

De minister wil meer nadruk op "cultuurdeelname'. Niet alleen een orkest in Maastricht, maar ook in de bus met dat Rotterdams Philharmonisch om voor een publiek dat twee keer zo groot is als het orkest te concerteren in zalen met de akoestiek van een afwaskeuken. Voor een prijs die makkelijk een luchtgeveerde touringcar met zalm en champagne van Zundert naar De Doelen kan laten rijden.

Alles is bespreekbaar, en kwaliteit staat in ons vaandel, maar ze mogen in Eindhoven nooit merken dat het Amsterdam niet is. Debatten en adviezen over de subsidiëring van schone kunsten kennen meer vaste patronen: zij hebben van oudsher een ondertoon van tevredenheid. "Wij snoeien de tuin regelmatig en zo groeit en bloeit alles voorspoedig zonder bemoeienis van de politiek'.

Hoewel, een tikkkeltje dirigistisch komt de minister van cultuur soms toch nog uit de hoek: “De orkest-capaciteit in het oosten wordt tot 120 musici gereduceerd.” In het drieëndertigste vierjarenplan wordt de produktie van halfgeleiders voor de landbouwregistratie-industrie in Estland opgevoerd tot 120 roebel-equivalent.

Eigenlijk kan het niet, deze meet- en regeltechniek in de kunst. Ook al is de bureaucratie bij de subsidiëring van vervangers voor zieke leerkrachten in het onderwijs erger. Vierjarenplannen voor creativiteit, briljante vondsten op bestelling. Waar zijn we in de kunst mee bezig? Wie houdt wie voor de gek?

Zolang er geld genoeg is, en podiumkunstenaars het geluk hebben dat inspiratie én harmonieuze samenwerking tegelijkertijd beschikbaar zijn, heeft niemand er echt last van. De ambtenaren krijgen een vrijkaartje en de subsidie-kraan maakt een prettig ruisend geluid.

Maar de geur uit de zwanehals wordt bedenkelijk als de politiek zuinig wordt. Dan moet de kunstwereld publicitaire listen verzinnen. Zeker als niet alleen het Rijk, maar ook Gemeenten in de problemen komen. Den Haag, waar de ambtenarij onder toeziend oog van de hele gemeenteraad een kwart miljard heeft zoek gemaakt, is het meest dramatische voorbeeld van het ogenblik.

Daar merken gezelschappen als het Nationaal Toneel opeens dat zij in de lucht hangen, dat op het stadhuis losjes wordt gespeeld met bezuinigings-varianten waarbij opheffing tot de opties behoort. In dezelfde gemeente die vier jaar geleden vroeg om een spannend, nieuw toneelgezelschap met nationale allure - nadat de Comedie mét haar publiek was ingedommeld. Dan beseft de theater-maker de realiteit van het artistiek leven aan de subsidie-naald.

Misschien komt uit deze harteloze machtsuitoefening nog iets goeds voort: het Nationaal Toneel en de Koninklijke Schouwburg in Den Haag onderzoeken of zij er wederzijds baat kunnen hebben bij een fusie. De winst zou kunnen zitten in een efficiëntere inzet van faciliteiten, mensen en programma's. Besparingen zijn meegenomen, als is verbetering van het toneelaanbod de opzet.

Maar ook dat soort nieuwe energie neemt niet weg dat gesubsidieerde zalen en gezelschappen leunen op een vergulde bedelstaf. Omdat wij geen vorsten en vazallen meer hebben, komt het geld van Jan en Alleman, via de blauwe ophaal-enveloppe. En daar begint het gedonder dat Democratie heet.

Geld verdelen volgens regels en controleerbare besluitvorming zijn beter dan vriendjespolitiek. Maar democratie en kunst zijn geen natuurlijke vrienden. Iedere kunstenaar moet autoritair zijn in zijn werk. Gerard-Jan Rijnders van de Toneelgroep Amsterdam heeft gelijk als hij lak heeft aan het vragenformulier voor het nationaal Kunstenplan. Hans Croiset van het Nationaal Toneel versprak zich dezer dagen, en riep op het toneel in Bouwmeester Solness van Ibsen zijn secretaresse, in plaats van mevrouw Solness. Een begenadigd acteur en toneelleider voelt zich ge-cast in de bijrol van lobbyist. Dat is de prijs die wij betalen voor democratische subsidiëring van de kunst, waar het vergrootglas veel sterker is dan bij de onvergelijkelijk veel grotere staatssteun voor de landbouw.

De Tweede Kamer heeft zelf gevraagd om de "kunstplan-systematiek', zoals dat soepeltjes heet. Dat is best te begrijpen. Democratie drijft op het afleggen van verantwoording. Bij kunst is dat alleen bijna onmogelijk. Moedige politici en deskundige adviseurs kunnen een tijdje zeggen: “Ja, het is uw geld. Nee, u vindt niks aan de composities van die Schnittke, en het zit lang niet altijd vol, maar uw kleinkinderen zullen Botho Strauss vast heel vermakelijk vinden. U weet hoe het met Van Gogh is afgelopen.” Maar dan komt onvermijdelijk de grauwsluier van de Begrijpelijkheid.

Wie niet kan of wil dansen naar het pijpen van de Kunsten Plan-Parade moet zijn geniale ideeën toetsen aan de opkomst van een publiek dat wil betalen, voor film, plaat en aan de zaal. Afgezien van de humeurige suikeroom die Sponsor heet, is grof succes het enige alternatief voor netjes bedelen.