De massa

Van Ede tot Oosterbeek, rechts van het spoor, kun je door het bos, wazig in de ochtendzon, een geasfalteerd fietspad zien liggen. Dat pad namen wij al toen we nog op school zaten. Vijf mei 1960 denk ik, een bijzondere bevrijdingsdag.

Eerst kwamen we door Wolfheze, wat bij ons in Arnhem als synoniem werd gebruikt voor gekkenhuis. Daar zagen we inderdaad een stel van die mensen lopen. Eén van hen riep iets naar Sippie Glashouwer en Sippie riep iets terug. Zijn zwager, zei hij.

“Die zag er anders vrij normaal uit”, zei ik na een tijdje.

“Die is dan ook oppasser”, zei Sippie.

In Ede werd een grote militaire parade gehouden. Het moet nogal buitenaf zijn geweest, ik herinner me een brede betonbaan met niets dan hei eromheen. Tot besluit van het machtsvertoon zouden koningin en prins worden langsgereden. Ik was veertien. Ik had een hekel aan koningin en prins.

De auto naderde. Of misschien is het juister om te zeggen: een golf van geestdrift naderde, want van de auto was in de menigte weinig te zien. En in die golf werd ook ik meegezogen. Ik gooide me naar voren, zwaaide en juichte net als ieder ander. Begreep er naderhand niets van.

De massa is gevaarlijk, zei mijn vader vaak, in de massa is een mens zichzelf niet. Maar dan had hij het toch over de Duitsers?

Terug namen we een andere weg. We stopten bij een ijscoman. Ik geloof dat Jopie de Geest er ook bij was.