DE DIEPE WEERZIN VAN BLANKEN TEGEN ZWARTEN

Two Nations. Black and White, Separate, Hostile, Unequal door Andrew Hacker 257 blz., Charles Scribner's Sons 1991, f 59,40 ISBN 0 684 19148 2

Ondanks de verworvenheden van de burgerrechtenbeweging uit de jaren zestig, Lyndon Johnsons oorlogverklaring aan de armoede, en recenter de positieve discriminatie programma's zit er maar weinig schot in de emancipatie der zwarten. Amerika heeft in haar geschiedenis voortdurend nieuwe immigrantengroepen opgenomen, die onderaan de hiërarchie begonnen en na verloop van tijd doordrongen tot de - blanke - culturele hoofdstroom. Maar de zwarten als minderheid zijn altijd onderaan blijven hangen, ook al bestaat er een zwarte middenklasse die zich nauwelijks van haar blanke tegenhanger onderscheidt, en ook al zijn er individuen die het in maatschappelijk opzicht heel ver gebracht hebben.

In zijn boek Two Nations. Black and White, Separate, Hostile, Unequal geeft Andrew Hacker een inventarisatie van de lasten die zwarten met zich meetorsen. Het zijn moedeloos makende statistieken. Voor zover de lezer daar niet van onder de indruk raakt, zorgt de pessimistische toon van de schrijver er wel voor. Nu al wordt het boek vergeleken met het het baanbrekende onderzoek van de Zweedse socioloog Gunnar Myrdal, die in zijn An American Dilemma zo'n vijftig jaar geleden de rassenverhoudingen in de VS in kaart bracht.

Uit Hackers werk blijkt dat thans bijna de helft van de zwarte kinderen leeft onder de armoedegrens, tegenover 16 % van de blanke kinderen. Bijna 60 % van de zwarte huishoudens met kinderen onder de 18 heeft alleen een moeder (bij de blanken maken de eenoudergezinnen 20 % van het totaal uit). 20 % van alle zwarte mannen brengt een deel van zijn leven in de gevangenis door. De werkloosheid is onder zwarte mannen twee keer zo hoog als onder blanke mannen.

Het is maar de vraag of er vergeleken met vijfentwintig jaar geleden wel sprake is van enige vooruitgang. Pogingen om tot meer integratie van blank en zwart te komen moeten eigenlijk als mislukt beschouwd worden. Hacker, een blanke professor in de politieke wetenschappen, wijt dit in de eerste plaats aan een diepgewortelde weerzin van blanken tegenover zwarten. Daar bovenop komt een lading schuldgevoel over het onrecht zwarten aangedaan in de afgelopen paar honderd jaar. En ten slotte een sterke wrevel over het hele rassenprobleem, ""omdat zij, de blanken, zich niet persoonlijk verantwoordelijk voelen voor het slavernijverleden en ook niet voor de slechte omstandigheden waaronder zwarten in het heden leven.' De meeste blanken zijn er volgens Hacker van overtuigd dat de zwarten gedurende de afgelopen vijfentwintig jaar in ieder geval gelijke kansen hebben gehad, zo niet regelrecht in het voordeel zijn geweest. ""En kijk eens wat ze ervan terecht brengen', is dan het onuitgesproken oordeel.

MILJOEN DOLLAR

Wat blanken altijd vergeten te betrekken in hun overwegingen is het enorme maatschappelijke voordeel van het blank zijn. Een voordeel dat ze bij hun geboorte meekregen en waarvan ze niet beseffen hoe ver het zich uitstrekt. Althans tot het moment waarop ze met de mogelijke gevolgen van een gedaanteverwisseling worden geconfronteerd. Hacker noemt een experiment, waarbij aan blanken de hypothetische vraag werd voorgelegd wat hun een redelijke financiële compensatie leek in het geval zij van de ene dag op de andere zwart zouden worden door een foutje van de overheid. Behalve de huidkleur zou er niets veranderen in de omstandigheden van de ondervraagde. Gemiddeld meende men dat een miljoen dollar schadevergoeding per resterend levensjaar adequaat zou zijn. Dat is dus de waarde van blank zijn in Amerika, concludeert Hacker droog.

Reglementair bestaat er geen racisme in Amerika, maar in het dagelijks leven maken zwarten het genoeg mee. Ze worden vaker voorbij gereden door taxichauffeurs. Een lichte aarzeling van het personeel bij het betreden van sommige restaurants is niet ongebruikelijk. Hun creditcards worden nauwkeurig gecheckt. Ze kunnen er maar beter voor zorgen geen snelheidslimieten te overschrijden in de auto, want houdt de politie ze aan, dan kan dat onaangenaam uitpakken. Loop je als zwarte jongere 's avonds laat door een rustige buurt, dan zie je alle tegemoetkomende voetgangers snel de straat oversteken. Loop je overdag langs een rij voor een stoplicht stilstaande auto's, dan hoor je, tsjak, tsjak, iedereen van binnenuit zijn portier afsluiten.

Dit soort discriminatie wordt ingegeven door een statistisch racisme: de taxichauffeur hoeft helemaal niets tegen zwarten te hebben, hij weet alleen dat relatief veel straatrovers zwart zijn, en zelfs als de zwarte potentiële passagier er goedgekleed middleclass uitziet, dan kan hij wel de verkeerde buurt als bestemming hebben, waarna de taxichauffeur alsnog de kans loopt beroofd te worden. Zo rationeel als deze overwegingen lijken voor degene die ze erop nahoudt en ernaar handelt, zo pijnlijk en racistisch komen ze aan bij degene die er het object van is, maar niets kwaads in de zin had.

Het duidelijkste voorbeeld van de strikte scheiding tussen blank en zwart is het gesegregeerde wonen. Er zijn nauwelijks geïntegreerde woonwijken in de VS, terwijl immigranten van waar dan ook vandaan gemakkelijker in blanke wijken geaccepteerd worden dan zwarten. De meeste Amerikanen zeggen voorstander te zijn van meer evenwichtig samengestelde wijken, maar er blijkt een omslagpunt van 8 % te zijn (op de hele bevolking maken zwarten 12 % van het totaal uit). Zodra de grens van 8 % zwarte huishoudens overschreden wordt in een blanke wijk, beginnen de blanken te verhuizen. Er trekken andere zwarten in de vrijgekomen huizen, aangetrokken als ze zich voelen door een relatief blanke (veilige!) woonomgeving, waarna de blanken nog meer haast maken met verhuizen, en binnen de kortste keren is de hele wijk zwart. Welvarend, middle class, aangenaam om in te verkeren, maar zwart en dus apart.

Deze gesegregeerde manier van wonen heeft gevolgen voor de sociale contacten en het onderwijs: allebei automatisch gesegregeerd. Weliswaar zijn er "busing' programma's om zwarte kinderen naar blanke scholen te transporteren (andersom komt vanzelfsprekend niet voor), maar je moet daar als ouder flink gemotiveerd voor zijn. Het is voor kinderen niet prettig om ver van hun buurt naar school te gaan en het is ook niet prettig om anders te zijn dan de meerderheid van de klas. Op geïntegreerde middelbare scholen vormen blanke en zwarte leerlingen toch afzonderlijke subgroepen.

TOEGANGSNORMEN

In de geschiedenis van zwarten in Amerika heeft segregatie ook voordelen gehad, zoals voor alle minderheden geldt dat ze kracht kunnen putten uit het onder elkaar zijn. Het bestaan van zwarte universiteiten is daar een voorbeeld van. Deze zijn voor het grootste deel gevestigd in het zuiden en stammen uit de tijd dat het ondenkbaar was dat zwarten en blanken op dezelfde campus zouden kunnen verkeren. Nu worden zwarten juist aangemoedigd om naar blanke universiteiten te gaan (de meeste universiteiten hanteren lagere toegangsnormen om het percentage zwarten op te voeren), maar dat betekent niet dat de zwarte instituties afkalven. De tendens is eerder om deze in stand te houden. Voor studenten is het wel rustig dat ze ergens kunnen wonen en studeren zonder het gedoe en de vervreemding van het horen tot een minderheid. Veel blanken komt deze afschei-dingstendens goed uit. In het gezelschap van zwarten zijn ze zich te bewust van hun blankheid, ze voelen zich een beetje ongemakkelijk omdat ze niet de verkeerde dingen willen zeggen of doen, dus ze klagen niet als zwarten liever onder elkaar willen zijn.

Two Nations is een deprimerend boek, omdat er geen enkele tendens in wordt beschreven die als positief geduid zou kunnen worden. Ook als de politiek zich ermee bemoeit gaat het fout. De Democratische partij bijvoorbeeld trekt zich van oudsher het lot van de zwarten aan; zij hebben de notie van positieve discriminatie zo niet ontwikkeld, dan toch overgenomen en toegepast. In de partij zelf zijn zwarten ruim vertegenwoordigd, sterker dan de 12 % die de bevolkingsopbouw in evenredigheid zou vereisen. Dit alles met de goede bedoelingen om zwarten zichtbare functies in de maatschappij te geven (rolmodellen) en zo het begrip gelijke kansen inhoud te geven. Het gevolg is, schrijft Hacker, dat de blanken in toenemende mate Republikeins stemmen en er in geen tien jaar een Democraat als president is geweest. Het is hetzelfde mechanisme als de integratie van woonwijken en scholen. Zodra zwarten ergens een poot aan de grond krijgen, trekken blanken zich eruit terug.

SLAVERNIJ

Waarom dit zo is, kan Hacker niet duidelijk maken. Zijn analyse reikt niet verder dan de erfenis van de slavernij: de gedachte al dan niet bewust dat mensen wier voorouders slaven waren toch iets minderwaardigs moeten hebben. Kortom racisme. Het is een wat onbevredigende analyse, omdat de zwarte bevolking als geheel in de rol van slachtoffer wordt geplaatst, terwijl er twee belangrijke uitzonderingsgroepen bestaan: de zwarte middenklasse en verrassend genoeg de zwarte vrouwen. Ook al woont de zwarte middenklasse gesegregeerd en verdienen ze minder dan blanken met vergelijkbare banen, ze beschouwen zichzelf in ieder geval niet als mislukkelingen en slachtoffers.

Wat de zwarte (arme) vrouwen betreft, die krijgen te maken met tienerzwangerschappen en armoedeproblemen, maar van discriminatie door blanken hebben ze minder last. Er is geen verschil in salaris tussen blanke en zwarte vrouwen - wel verdienen beide groepen minder dan blanke mannen in vergelijkbare banen, maar dat is sekse-discriminatie. Zwarte vrouwen hebben minder moeite dan zwarte mannen met het vinden van werk. Werkgevers voorzien geen problemen, omdat zwarte en blanke vrouwen redelijk goed met elkaar kunnen samenwerken, en ook bijvoorbeeld geïntegreerd lunchen, wat bij mannen weinig voorkomt.

Het probleem met deze betrekkelijke uitzonderingen is dat zij zich meer conformeren aan de blanke cultuur en daardoor last met de groepssolidariteit krijgen. Zwarte scholieren houden op een gegeven moment vaak op met hun best te doen, omdat ze door hun vrienden voor "oreo' worden uitgescholden (een chocoladekoekje met een witte crème-vulling). Alsof academisch succes een typisch blanke waarde is en een beetje swingen op dure sneakers typisch zwart. Het verschil tussen zwarte meisjes en zwarte jongens in schoolsucces wordt steeds groter in het voordeel van de meisjes.

Het gaat onderhand de kant op dat de zwarte vrouwen alles moeten opknappen: ze krijgen de kinderen, ze voeden ze alleen op, of geholpen door hun moeder, ze maken toch nog vaak hun school af met behulp van speciale programma's voor tiener-moeders, ze zitten vaak wel een tijd in de bijstand, maar vinden toch later vaak wel werk. Maar een man in huis die ook wat verantwoordelijkheid neemt is niet te vinden. Daar klagen die vrouwen ook over. Veel correctheid hebben de blanken niet aan de dag gelegd tegenover de zwarten, maar, zoals in Spike Lee's film Jungle Fever de ene sister tegen de andere zegt: ""Is het de schuld van de blanken dat de brothers ervan door gaan en hun vriendinnen laten opdraaien voor de kinderen?'

De criminaliteit werkt het racisme van blanken in de hand, maar een acuter probleem vormt het geweld dat zwarten onderling elkaar aandoen. De belangrijkste doodsoorzaak voor zwarte jongens tussen de 15 en 25 jaar is moord door een andere zwarte. Een geweldsspiraal die zo'n vijfentwintig jaar geleden begon met de opkomst van heroïne. Later kwamen daar cocaïne en crack bij. De Amerikaanse cultuur is altijd al gewelddadig geweest. Vuurwapens zijn toegestaan en drugs zijn verboden. Als dit eens omgedraaid werd, zou het heel wat doden schelen.