"De Akropolis, is dat nou de moeite waard?'

Na de boycot van Nederlandse produkten in Griekenland, kan Nederland wel wat positieve publiciteit gebruiken. Jan Paul Crielaard, adjunct-directeur van de Archeologische School der Nederlanden, die met opheffing wordt bedreigd, heeft een idee. Kunnen Nederlandse multinationals de Nederlandse archeologie niet gaan ondersteunen?

“Kortgeleden was ik op bezoek bij een mevrouw die in Nederland een nieuw archeologisch blad wilde uitgeven. Niet weer zo'n saai blad. Een beetje glossy moest het worden. Toen we op het balkon van haar hotelkamer het uitzicht bewonderden, wees ze naar het Parthenon, en vroeg: "Die Akropolis, is dat nou de moeite waard om daar eens heen te gaan?”'

De anekdote van Jan Paul Crielaard (27), adjunct-directeur en enig personeelslid van de Archeologische School der Nederlanden in Athene veroorzaakt enige hilariteit bij zijn gehoor van Nederlandse zakenlieden en hun dames, aangevuld met enkele journalisten. En plaatsvervangend schaamtegevoel. Er zijn er bij die vandaag op Crielaards uitnodiging voor het eerst voor de Propyleeën - de monumentale "deuren' naar de Akropolis - staan: “U weet toch hoe dat gaat op zakenreizen: de hele dag besprekingen, 's avonds moet je nog uit dineren, en voor musea en culturele dingen heb je nooit eens tijd.”

Bovenop de tafelberg tekent het Parthenon zich scherp af tegen een blauwe hemel. Uitzonderlijk, want vaak gaat de Dorische tempel, opgericht ter ere van stadsgodin Athena, gehuld in een sluier van smog. De luchtvervuiling heeft in enkele decennia de marmeren bouwstenen meer aangetast dan zon en wind gedurende de bijna vijfentwintig eeuwen daarvoor.

Het bezoek aan de Akropolis vindt plaats ten tijde van de boycot-actie tegen Nederlandse produkten. Een beetje schichtig om zich heen kijkend - “niet zo luid praten jongens, je weet maar nooit met die Grieken” - sjokt de groep volgzaam achter Crielaard aan. De archeoloog blijkt een boeiend causeur die de Klassieke Oudheid doet herleven, en weet waarover hij het heeft. Een strikvraag van een collega-journalist die goed wil laten uitkomen dat hij zijn klassieken kent, pareert hij onmiddellijk: “Nee, dit zijn niet de Cyclopische muren, maar die van ná de Tweede Verwoesting door de Perzen.”

“Is het u trouwens opgevallen dat de Oude Grieken op hun manier bijzonder puriteins waren, en dat er geen enkel "naakt' vrouwenbeeld op de Akropolis staat?” Inderdaad, alle beelden zijn "aangekleed', maar de vrouwelijke welvingen zijn wél duidelijk zichtbaar onder de in marmer uitgehouwen plooien van de gewaden. De "natte' stijl dus, bekend van Playboy, die dames in witte T-shirts uit de branding laat verrijzen. Alweer een bewijs dat de Oude Grieken het allemaal al eerder verzonnen hadden.

Crielaard en cultureel attaché Harry Molenaar hadden bedacht dat er iets gedaan moest worden om wat meer interesse op te wekken voor de in 1982 opgerichte School. Dat werd dus een rondleiding op de Akropolis voor Nederlandse managers, met Crielaard als gids. De School, die archeologisch werk in onder andere Arkadië, Thessalië en Aetolië begeleidt, wordt al enkele jaren met opheffing bedreigd. En dit jaar is de subsidie ook nog stopgezet. Over die stopzetting is Crielaard slecht te spreken: “We zijn zonder dat we een nieuwe moeder hadden, door WVC te vondeling gelegd”. In januari moest hij de huur voor het schamele vierkamer-flatje waarin de School gevestigd is, zelf voorschieten. Gelukkig kwam eind februari de Universiteit van Amsterdam met 40.000 gulden over de brug. Maar van een structurele oplossing is nog geen sprake.

In het in 1990 gesloten culturele verdrag tussen Griekenland en Nederland is onder andere een akkoord tot stand gekomen over de uitwisseling van studenten bij veldwerk-projecten. In de Griekse wet staat dat, wil een land opgravingen in Griekenland doen, het daar een permanente vertegenwoordiging met een vast adres moet hebben. Vandaar het appartementje dat voor Archeologische School der Nederlanden moet doorgaan. Dat steekt volgens Crielaard schril af bij de instituten van andere landen. Die van de Engelsen, Amerikanen, Duitsers en zelfs de Canadezen zijn enorm, met ruime slaapkwartieren voor studenten, uitgebreide bibliotheken, een beurzenstelsel, en wel twee of drie voordrachten per maand van gerenommeerde professoren. Maar ook de Scholen van de Fransen en Italianen mogen er wezen. Sommige instituten zijn al in de 19de eeuw opgericht, maar de laatste jaren zijn er ook "nieuwelingen' bijgekomen, zoals de Japanners, de Noren en de Finnen. “Finland, toch niet een rijk land, stelde vorig jaar zeven keer zoveel geld als Nederland beschikbaar voor archeologische activiteiten in Griekenland”, schampert Crielaard.

Nederland heeft, anders dan bijvoorbeeld Frankrijk met het Institut Français, en Duitsland met het Goethe Institut, maar één culturele instelling in Griekenland: de Archeologische School. Athene is het belangrijkste archeologische centrum ter wereld voor opgravingen, internationale samenwerking en wetenschappelijke informatie-uitwisseling. Als de School wordt opgeheven kunnen Nederlandse archeologie-studenten hier geen veldwerk - een verplicht onderdeel van de studie - meer verrichten. “Dan vermoord je in Nederland moedwillig een hele tak van wetenschap”, gromt Crielaard. Nederland telt nu nog vijf universiteiten met een archeologische faculteit.

Crielaard: “Hoewel "internationalisering' van universitaire studies een stokpaardje is van ons ministerie van Onderwijs, en onze regering ook nog zit te drammen voor een leerstoel Nederlands aan Griekse universiteiten, wil diezelfde overheid ons geen cent meer geven. Tja, die calvinistische koopmansgeest, hè.”

Vanuit zijn optiek kan hij de klacht van de Grieken dat Nederland zich tegenwoordig anti-Grieks en pro-Turks opstelt, alleen maar onderschrijven: voor Istanboel, dat uit archeologisch oogpunt veel minder belangrijk is dan Athene, stelt Nederland twee ton per jaar beschikbaar. En Rome, dat wél enigszins met Athene kan wedijveren in archeologische importantie, krijgt anderhalf miljoen. En daar zijn studiebeurzen en bijdragen voor opgravingen nog niet bijgeteld.

Crielaard vindt dat het Nederlandse bedrijfsleven, dat veel geld in Griekenland verdient, dringend aan sponsoring moet doen. De boycot heeft de Nederlandse zuivel- en vleesindustrie voor miljoenen schade berokkend. In plaats van alsmaar te jammeren en te klagen, moeten ondernemers er juist gebruik van maken dat ze door de boycot zo in de publieke belangstelling zijn gekomen. Negatieve publiciteit ombuigen naar positieve publiciteit, dat zou pas goed PR-beleid zijn. En ondernemingen als Shell, Philips, Nationale Nederlanden en ABN-Amro, die als voorwendsel aanvoeren dat ze als multinationals geen "nationale' activiteiten kunnen steunen, moeten eens kijken naar Franse en Duitse multinationals: die helpen hun archeologen wel degelijk. “Nederland wil altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten”, aldus Crielaard.

En is er niet nóg een argument? In Griekenland ligt de oorsprong van onze Westerse beschaving onder de grond. En daar werd de democratie "uitgevonden'. Alleen binnen een democratie is de kapitalistische, ondernemingsgewijze produktie mogelijk, waar de Westerse landen hun zakken mee vullen. Met dat in het achterhoofd zouden bedrijven best eens wat voor Nederlandse archeologen in Griekenland mogen doen.

Foto Reuter: Jan Paul Crielaard, adjunct-directeur Archeologische School in Athene