David Grossman, Israel en het pijnlijke dilemma van de Westbank; "Ik ben iemand die stikt in stiltes'

"Wij mensen kunnen alleen maar met opgeheven hoofd door het leven gaan als we erin slagen niet te zien hoe we in elkaar steken.' Schrijver David Grossman (38), gisteren op uitnodiging van het Nieuw Israelietisch Weekblad vanuit Jeruzalem in Nederland aangekomen, wordt door kritici vergeleken met literaire grootheden als Garcia Marquez en Nadine Gordimer. Interview over een dubieuze democratie, inhumaan taalgebruik, schrijvers die doden en seksualiteit als brug tussen joden en Palestijnen.

Hij is een verrader. Een linkse hond. Een partijdig chroniqueur. Hij koestert een sympathie voor de Palestijnen die hem tot vijand van zijn eigen, joodse volk maakt.

Onzin, hij is een Nobelprijswinnaar in spe. Een verlichte geest die behoort tot de fine fleur van het land. Een schrijvend geweten. Hij neemt het op voor de onderdrukten op de Westelijke Jordaanoever.

Het Israelische politiek-culturele debat kenmerkt zich niet door een overdosis subtiliteit, glimlacht David Grossman. De uiteenlopende oordelen over zijn ideeën en werk weerspiegelen dat: ""Ik zwem in een zee van emotionele en emotionerende kwalificaties.'' Maar de auteur raakt dan ook voortdurend aan de blootliggende zenuw die bezette gebieden heet, ""want zo noem ik ze, in de taal van onze wrede vijanden, die op dat punt gewoon gelijk hebben''.

Peinzend over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook constateerde Grossman begin jaren tachtig: ""Ik ben overwinnaar van een ander volk, en ik voel het niet. De overwonnenen voelen het; ze ademen in een plastic zak. Als ik wil hoef ik het niet eens te zien.'' Hij besloot wel te zien en tegelijkertijd de ogen van zijn lezers te openen: hij trok naar de Westbank, naar Judea en Samaria, naar het Land van de Aartsvaderen, naar ""dat niervormige gebied waar zij, die anderen leefden''. ""Ik moest me begeven in de haard van mijn grootste angst en huivering, ik moest de onzichtbare Arabieren in de ogen kijken.'' Vervolgens schreef hij Over de grens, een verslag van zijn ontmoetingen met joodse settlers die vanuit een "bunkermentaliteit' redeneerden, met ouders van Palestijnse terroristen, met de bevolking van vluchtelingenkampen en met Arabische intellectuelen. Tegenover hen toonde hij zoveel compassie en begrip dat veel joden twijfels ventileerden over zijn vaderlandsliefde.

Ook in zijn romans (waaronder De glimlach van het lam, Zie: liefde en De grammatica van het gevoel) verhaalt Grossman regelmatig over de bezette gebieden. Hij hanteert daarbij een onconventionele stijl: realiteit, imaginaire beelden, allegorieën en symboliek smelten samen tot wat critici een "literair delirium' noemen. In dat opzicht wordt de auteur vergeleken met Gabriel Garcia Marquez en Salman Rushdie. Als het gaat om de morele dilemma's die hij opwerpt, vallen de namen van Nadine Gordimer en Joseph Conrad. Niet de minsten, maar Grossman wordt dan ook woordvoerder van zijn generatie genoemd. Op de cover van "The Jerusalem Report' heette hij onlangs Israels hottest writer.

Grossman zegt te schrijven omdat hij “niet wil collaboreren met de mechanische dimensie van de wereld”. Hij ziet zijn werk als een missie, blijkt uit het voorwoord van Over de grens: ""Ik acht het de taak van de schrijver om een vinger op de zere plek te leggen, om op een nieuwe manier, in een taal waarvoor de lezer zich nog niet heeft leren afschermen, te beschrijven hoe gecompliceerd de bestaande situatie is. (...) De schrijver moet in herinnering brengen dat menselijkheid en moraal nog steeds belangrijk zijn, en hij moet waarschuwen voor de toekomst die voortvloeit uit het heden.”

Werkt dat, heeft het zin?

""In ieder geval voor mijzelf. Ik zou niet durven beweren dat Israelische schrijvers in staat zijn de wereld te veranderen, maar net als de oude profeten moeten zij het brandende vuur in zichzelf blussen door te zeggen wat ze te zeggen hebben. En soms hebben woorden - Das Kapital, de bijbel - ook effect.''

Maar neem "Over de grens': een half jaar voordat de intifadah uitbrak, schreef u over de Palestijnse frustraties ("het zaad van de catastrofe') en berichtte u over "de opzettelijke blindheid voor de naderende ramp'. Premier Shamir betitelde het boek als "een verzinsel'.

""Ik had niet de illusie dat ik iemand zou beïnvloeden. Ik was allang blij dat men het bleek te willen lezen. Israel kent twee taboes: de holocaust en de intifadah. Maar ik ben iemand die stikt in stiltes. Ik haat het dictaat van de algemene atmosfeer. Mijn vingers zitten bij voorkeur aan dingen die om dikwijls onzinnige redenen niet mogen worden aangeraakt.''

Als programmamaker bij de Israelische staatsradio had Grossman - telg van een lang vóór de holocaust uit Polen vertrokken familie - jarenlang te maken met censuur. ""In zijn binnenste'', noteerde de schrijver eens, ""ziet de censor zichzelf vast als een beul met een zwaard. Woorden zijn levende wezens, en hij heeft als taak ze te onthoofden.'' Uiteindelijk koos Grossman voor "de waarheid van de literatuur', waardoor anderen hem nooit meer het zwijgen konden opleggen.

""Ik hoef me nu niet af te vragen of het wel verstandig is te zeggen dat Arafat gelukkig niet bij dat vliegtuigongeluk is omgekomen'', zegt hij. ""Zijn rol in het vredesproces is cruciaal. Wie anders kan de Palestijnen matigen? De intifadah heeft een januskop gekregen: bij gebrek aan echt succes raakt de Palestijnse massa ten prooi aan apathie, terwijl de rest - de "heroïsche' minderheid - aan de lopende band collaborateurs in eigen kring afmaakt en in de strijd met ons leger steeds meer gebruik maakt van guerrilla-methoden.''

U schrijft ook boeken voor de jeugd. In wat voor bewoordingen antwoordt u op de vraag van uw kinderen hoe het Israelisch-Palestijnse conflict moet worden opgelost?

""Ik leg uit dat er niet simpelweg good guys en bad guys zijn. Ik doe mentale oefeningen met ze, plaats ze in de schoenen van de Palestijnen: zouden jullie niet hetzelfde hebben gedaan? Ik leg ze uit dat de werkelijke strijd moet worden gevoerd tegen onze eigen angst. De menselijke uitdaging is de confrontatie met je vrees. Ik vind dat menige Israeli zich defaitist toont door zich daaraan over te geven.

""Het zó'n moeilijke zaak... Ja, in feite gaat het hier om een Griekse tragedie waarin recht tegenover recht staat. Om het allemaal nog erger te maken heeft de Grote Regisseur gezorgd voor een situatie waarin ieders leven aan een zijden draad hangt. Syrië heeft net honderd geperfectioneerde Scud-raketten gekocht, Iran werkt aan een atoombom, Gaddafi zou het liefst morgen in Jeruzalem staan, Bagdad blijft dreigen... en toch zeg ik tegen mijn kinderen: de Palestijnen hebben net zoveel recht op een eigen staat als wij. Ik hoop dat de VS druk in die richting blijven uitoefenen. Baker komt zeer decisief op me over, ik reken op hem. Hij zegt in feite: als jullie doorgaan met de bezetting, zul je dat op eigen kosten moeten doen. You can't have your cake and eat it. Uitstekend.''

U hoopt op een "een man met durf' aan het hoofd van de volgende Israelische regering. Zou het ook niet een rechtse man moeten zijn? Uw collega Amoz Elon denkt dat alleen een hardliner het zich kan veroorloven een vredescompromis te sluiten. Zie De Gaulle en Algerije, Nixon en Vietnam.

""Zulke theorieën kloppen totdat de geschiedenis ze weerlegt. Een "softliner' die de Palestijnen tegemoet komt zal zeker door de nationalisten worden aangevallen, maar ik zou niet weten waarom hij niet kan slagen. De Israeli's zijn veel gezagsgetrouwer en gehoorzamer dan veel Europeanen denken. We doen netjes wat de regering ons gebiedt. Altijd, overal. We betalen keurig op tijd waanzinnige hoeveelheden belasting, we vechten andermans oorlog in Libanon als dat wordt verlangd, we komen allemaal anderhalve maand per jaar op als reservist... Oh, we zijn zo braaf.''

U demonstreert soms begrip voor het harde optreden van conservatieven tegen Palestijnen: "Het is verdrietig maar natuurlijk voor een mens die veel heeft geleden anderen te laten lijden'.

""Ik zeg niet dat ik het leuk vind, ik zeg niet dat het goed is, ik zeg dat het zo functioneert. Oók bij de Palestijnen: tijdens de Golfoorlog stonden ze op de daken te juichen en te zwaaien naar de vliegende bommen die op weg waren naar ons, naar mij daar in die schuilkelder. Dat was dwaas, onverantwoordelijk en in moreel opzicht verwerpelijk, maar het vloeide voort uit jaren en jaren van wanhoop. Zij, en u, en ik: wij blijken in dergelijke omstandigheden vreugde te putten uit de pijn van anderen. Het menselijk karakter is een twijfelachtig fenomeen. Ik zeg weleens dat we alleen maar met opgeheven hoofd door het leven kunnen gaan als we erin slagen niet te zien hoe we in elkaar steken.''

Professor Leibowitz, wetenschapper en enfant terrible, steekt de hand heel diep in Israels eigen boezem als hij rept over de natie als "judeo-nazi-land'.

""Het is onmogelijk bezetter te zijn en tegelijkertijd integer te blijven. Maar Leibowitz' opmerking is een goedkope slogan die ten onrechte suggereert dat Israel de Westelijke Jordaanoever heeft bezet om gaskamers voor Palestijnen op te trekken en een genocide te organiseren. Ik vind het te walgelijk om over te praten. Volgens mij ligt het genuanceerder, al is het nog steeds pijnlijk. Door de bezetting - die in '67 eigenlijk een verdedigingsdaad was - te continueren, door kinderen te slaan en neer te schieten, voorzien we onszelf van enorme littekens.

""We hollen onze eigen waarden uit. En dat terwijl we niet zelden pretenderen de kampioenen van de humanistische moraliteit en de rechtvaardigheid te zijn. Kijk, de menselijke ziel is geen machine waarvan je zomaar een onderdeel vervangt. Als je het ruim twintig jaar op een akkoordje gooit met je geweten, sluipt er volgens mij iets vreselijks in de genen van je kroost, je volk.''

David Grossman is reservist. Bij tijd en wijle ziet de schrijver zich gedwongen een militair uniform aan te trekken. ""En als het moet, zal ik mezelf en mijn land gewapenderhand verdedigen'', zegt hij. ""Ik weet enigszins wat het is: als adolescent moest ik in '73 dienen, als volwassene in '82. Godzijdank zit ik niet in een eenheid die direct deelneemt aan gevechten''.

Tot welk onderdeel behoort u dan?

""Kom op, als u de Israeli's een béétje kent verwacht u niet dat we daar uitleg over geven. Overigens zal ik onder geen voorwaarde als soldaat naar de bezette gebieden gaan''.

Wordt dat geaccepteerd?

""We zullen zien. Maar ik weiger pertinent. Een van de redenen luidt dat ik de militair Grossman niet zie vechten tegen de Palestijnen met wie de auteur Grossman intensief heeft verkeerd''.

Schrijver Amos Oz vertelde me vorig jaar dat hij heeft gedood en eventueel opnieuw een vijand zal doden: "Ik pak een revolver en ik schiet zijn hersens uit zijn hoofd. Een peacenik is niet persé een pacifist'

""Ook ik zal geen passief slachtoffer zijn. Daar hebben we genoeg van gehad.''

Als het aankomt op vernietigen of vernietigd worden, is Oz "bereid desnoods zelf op de knop van de atoombom te drukken'.

""Ik kan alleen maar hopen dat we leiders hebben die het nooit zover laten komen. Ik vind dat een regering na een oorlog per definitie moet aftreden. Zelfs als de andere partij het geweld heeft geïnitieerd. Leiders die niet in staat blijken oorlogen te voorkomen, zijn het niet waard leiders te zijn.''

Afgelopen maandag kwam Grossmans nieuwe boek uit, een non-fictie werk.

""Het gaat over een probleem dat Israel onder ogen moet zien maar wenst te negeren: het probleem van de Israelische Palestijnen. Zeg maar de Arabieren die al sinds de oprichting van onze staat in '48 met ons "samenleven' en die Israelische staatsburgers zijn - stemrecht en al. Eenvijfde van de bevolking, maar we weten niets van ze, niets. Ik herken bij mezelf het efficiënte mechanisme van de verdringing: als je met tien vreselijke kwesties worstelt - en in Israel zijn we opgezadeld met honderd zaken die stuk voor stuk een existentiële bedreiging vormen - steek je af en toe je kop in het zand. Je voert een non-agenda-politiek. Je denkt jezelf te beschermen; totdat de waarheid in je gezicht explodeert.''

"Joden associëren het woord Arabieren meestal met misdadigers', schreef u enkele jaren geleden. Geldt de groep Israelische Palestijnen als een Paard van Troje?

""Precies. Veel joden zien ze als vermomde criminelen die we binnen onze muren moeten tolereren. We gebruiken hun namen niet eens. Die kennen we niet. We bedienen ons helaas van stereotypen - een inhumaan soort taalgebruik. De meeste Israeli's zijn zich er niet van bewust dat deze mensen in het geval dat er ooit een Palestijnse staat komt vrijwel allemaal in ons land willen blijven wonen. Ze beschouwen zichzelf als Palestijnen, maar ze nemen geen deel aan de intifadah. Sterker: als Israelische belastingbetalers financieren zij gedeeltelijk het leger dat hun broeders onderdrukt, dat Palestijnse huizen platwalst, dat "hun' bloed laat vloeien.

""Ik vergelijk de relatie tussen Israeli's en Israelische Palestijnen met een bot dat ooit brak en verkeerd werd gespalkt, zodat het ten eeuwige dage kwetsbaar blijft. Het lichaam heeft zichzelf geleerd voorzichtig rond dat bot te bewegen. Dat heeft iets illusoirs: er is een groot gevaar dat de druk op een dag te groot wordt, en dan zal de barst zich snel aftekenen. Wij joden moeten ons wijs, voorzichtig, genereus opstellen. Eén ding hebben we mee: de Israelische Palestijnen prefereren ondanks alles onze democratie. Een zeer dubieuze democratie, maar wel een democratie die gunstig afsteekt bij de systemen in Arabische landen. Hun geloof daarin moeten we niet beschamen - al was het maar om onszelf te beschermen.''

Grossman hoopt op een "bruggen slaande kracht: liefde, seksualiteit'. Net als in Zuid-Afrika, tekent hij aan, ontstaan er meer en meer verhoudingen tussen vertegenwoordigers van de ene en de andere bevolkingsgroep - ook op de Westbank. Volgens Grossman zijn de Palestijnen decennia lang door de Israeli's "gedepersonifieerd', als "lastige kinderen', als "seksloze wezens' bekeken. ""Op het moment dat we inzien dat Palestijnen mannen en vrouwen zijn,'' merkte hij recentelijk op, ""worden zij eindelijk mensen voor ons. Liefdesaffaires zijn de eerste tekenen van normalisering.'' Als de schrijver het citaat krijgt voorgelegd, schrikt hij. ""Ridiculiseer dit alsjeblieft niet. Ik wil alleen maar zeggen dat zij en wij meer op elkaar lijken en meer met elkaar "hebben' dan we vermoeden. We zijn geschapen en geboetseerd door het zelfde landschap - fysiek, geestelijk. Ik voel me soms veel meer verwant met Arabieren dan met Europeanen en Amerikanen. De bron is er.''

Zoals iedere Israeli, zegt David Grossman, "durf ik in wezen niet over de toekomst te praten'. ""Je zult in Jeruzalem niemand tegenkomen die plannen heeft voor over tien of twintig jaar. Als ik speculeer over dingen die achter de horizon van de tijd liggen, voel ik me altijd ongemakkelijk - alsof ik een ongeschreven wet schend, alsof ik mezelf teveel tijd toedicht. Want misschien gebeurt er morgen iets... Of vandaag - vandaag is ook een prachtdag voor een ramp.''

Tegenover Adriaan van Dis verklaarde Grossman: ""Wij zeggen nooit "Mocht er weer een ramp komen...' Wij zeggen: "Bij de volgende ramp...'. Want dàt die ramp komt, is zeker. En we zijn er dermate op voorbereid dat ik soms het gevoel heb dat we in Israel ondanks de grote vitaliteit het leven als een latente dood ervaren''.

Beter kun je het niet uitdrukken, grapt de schrijver.

""Maar laat ik iets essentieels toevoegen. Iemand vertelde me laatst over de prenatale psychologie. Men onderzoekt de effecten op de foetus van alle grote mentale schommelingen waar de moeder doorheen gaat. Baby's die in een lichaam zitten dat wordt blootgesteld aan traumatiserende ervaringen, schijnen ter wereld te komen als extreem waakzame mensjes. Welnu, wij joden hebben een tweeduizend jaar lange zwangerschap achter de rug die is getekend door massamoorden, anti-semitisme, progroms, shoah, enzovoorts. Wij zijn de vleesgeworden waakzaamheid. Wij weten dat het nazi-beest elk moment weer de kop kan opsteken, wij weten hoe onbetrouwbaar het bestaan is.''

Een criticus schreef dat de verhouding tussen joden en Palestijnen voor u een literaire metafoor is voor de feilbaarheid van mensen, de onvolmaaktheid van het leven.

""Het is voor mij ondraaglijk dat ik als lid van de politieke entiteit Israel medeverantwoordelijk ben voor het feit dat andere mensen worden gediscrimineerd, gebruikt en gemanipuleerd. Sommige van uw lezers zullen spotten met mijn "bloedend' hart, maar ik meen het. Deze kwestie zie ik dus niet als een mogelijkheid tot literaire Spielerei - ik moet me hier gewoon mee bemoeien. En mijn manier, mijn gereedschap is taal. Ik gebruik het zo goed als ik kan om te voorkomen dat mijn kinderen over acht of tien jaar door het leger naar de Westbank worden gestuurd om te doden. Duizend boeken van David Grossman wegen niet op tegen een door de minister-president getekend bevel om militair in te grijpen, maar dat ontslaat mij niet van de plicht te doen wat in mijn vermogen ligt. Ik laat me niet hypnotiseren, aan banden leggen of verlammen. Al schrijvend creëer ik een ex territoria waarin ik kan leven en waar, hoop ik, ook veel van mijn lezers zich thuis voelen. Een bubble of freedom die ervoor zorgt dat ik niet ten onder ga aan de realiteit.''

"We hebben de kunst, opdat we niet sterven aan de werkelijkheid', haalt u ergens Nietzsche aan. Maar voor Auschwitzgetuige Primo Levi bleek kunst uiteindelijk toch geen reddingsboei. Hij kon op den duur geen vrede uit het schrijven putten en pleegde - denkt men - zelfmoord. Want "wat kan literatuur ten aanzien van menselijke gruweldaden en lijden?'

""Ik kan mijn leven niet begrijpen en organiseren zonder erover te schrijven. Daar ben ik niet trots op, want wat begon als de ultieme vrijheid is nu een absolute noodzakelijkheid voor me. Zonder die bezigheid kan ik nergens van genieten. Het geeft mijn leven zin. Zonder dat ik me in kwalitatief opzicht wil vergelijken met Primo Levi: we zijn vanaf twee tegengestelde polen gestart. Hij werd al schrijvend zo wanhopig dat de pen geen uitweg meer kon bieden. Ik was van meet af aan wanhopig maar word gered door mijn woorden.''

Van David Grossman verschenen bij uitgeverij Veen Over de grens en Zie: liefde. Van The Book of Internal Grammar is een vertaling in voorbereiding.

Foto: Bewoners van de nieuwe nederzettingen demonstreren op de bezette Westoever