Dat zat zo: ik had me verzoend met mijn lot, ik ...

Dat zat zo: ik had me verzoend met mijn lot, ik was bereid mijzelf dood te hongeren, ik neeg naar een snellere oplossing door me van een toren te werpen, maar ik had de pest aan die dreigbrieven, ik vond het absoluut niet leuk om aan een mes geregen of met kogels doorzeefd of met brandende olie overgoten in andermans fantasie te figureren.

In de tussentijd was tot mijn kennissenkring een commissaris van politie toegetreden. Met hem stelde ik me in verbinding. Ik las een paar passages voor en vroeg of hij soms kon uitleggen wat voor mensen daarachter zaten. Dat ze een hekel aan me hadden kon ik me voorstellen. Dat ze mijn dood wensten, oké. Maar ze wisten toch net als iedereen dat ik nog maar enkele weken te gaan had? Waarom dan al die moeite?

""Die mensen'', verklaarde mijn vriend bij de politie, ""zijn stakkers. Ze zijn bezeten van macht en ze denken dat een moordenaar meer macht heeft dan zijn slachtoffer, wat natuurlijk kolder is.''

Ik schrok me een ongeluk. Hij benaderde de zaak heel anders dan ik verwacht had. Ik had het over mensen die bepaalde brieven schreven, hij had het over mensen die een moord begingen. Ik tastte naar het zinloze knobbeltje aan mijn kaak en was sprakeloos.

""Dat soort idioten heb je altijd'', voegde mijn vriend bij de politie er nog aan toe, en dat vond ik ook al geen geruststelling. Ik beloofde hem een stel van die brieven te sturen, zodat hij ze door zijn mannetjes kon laten bekijken.

Nu begreep ik eindelijk de betekenis van deze dreigementen. De wereld mag dan aan je voeten liggen, was de boodschap, maar het is nooit de hele wereld, er blijft altijd wel een vijand over en één vijand volstaat voor je ondergang.

Die dagen zat ik veel op het balkon. Mijn lichamelijke activiteit bleef beperkt tot ademhalen. Ik keek naar de zee en naar de lucht en verwonderde mij over de helderheid van het licht dat over de wereld lag.

Zo kwam het besluit tot stand, dat ik aankondigde op de eerstvolgende directievergadering. ""Het is afgelopen'', zei ik met zwakke stem. ""Ik kan het echt niet meer opbrengen en voor die laatste paar weken wil ik naar het buitenland.''

Claire onderbrak het maken van notulen en begon te huilen, wat me van haar meeviel. Dingeman fronste zijn voorhoofd en wilde weten wat, zakelijk gesproken, de voordelen waren. Connie wierp een snelle blik op Wanda en zei opeens: ""Maar ik kan niet met je mee!''

""We blijven in de buurt'', beloofde ik. ""Als het nodig is, kun je in een halve dag bij me zijn.''

Connie scheen haar reactie te willen toelichten. Ze bedacht zich echter en bloosde en herhaalde, alleen iets heftiger: ""Maar ik kan niet met je mee!''

God, wat was ik trots op haar. Een menselijk wrak was ze geweest, nog maar een paar maanden tevoren. Nu stond ze volledig op eigen benen. Ze beet van zich af en trok haar eigen plan, zelfs van mij was ze niet langer afhankelijk. Dat hadden we dan toch maar bereikt! Mocht al het andere van de afgelopen tijd me ontvallen, deze prestatie zou overeind blijven. Ik hield van Connie.

De dagen daarna stonden in het teken van verandering. Over alles verbreidde zich een koortsige gloed van bevrijding. Langzaam drong de reikwijdte van de genomen beslissing tot me door. Dat ik op reis zou gaan was niet het belangrijkste. Het belangrijkste was dat ik voor het eerst weer iets had gedaan met de bedoeling te overleven.

Vreemd. Om mijn leven te redden besloot ik het land uit te gaan en achteraf moet je vaststellen dat juist deze stap iemand anders er toe aanzette me van mijn leven te beroven. Die samenhang der dingen, die logica - ik geloof dat ik die nog het meest zou missen als ik dood was.

(wordt vervolgd)