Dat moet anders

Vorige week had ik het over logica in televisieseries en wel in komische televisieseries.

Om helemaal precies te zijn in sit-coms, de Amerikaanse afkorting voor situation comedy, niet te verwarren met soaps, want soaps mogen wel leuk zijn, maar ze moeten vooral het publiek aan zich binden als een vervangende familie-die-veel-beleeft, zodat de eenzame kijker thuis kan meeleven met de op handen zijnde verloving, de nieuwe baby (niet zo vaak trouwens, want die kleintjes acteren zo slecht), met de scheiding, kortom, wat er bij hem thuis niet gebeurt, gebeurt er 's avonds wel op de buis en de mensen gaan inderdaad denken dat die acteurs bij hen in de straat wonen. Dat is de grote populariteit van Coronation Street en van EastEnders, die overigens voortreffelijk geacteerd en geregisseerd worden.

De Engelsen zijn ermee begonnen, voor de radio had je al Mrs. Dale's Diary, een dagelijks hoorspel langs dezelfde verhaallijnen, waarbij de meeleving net zo sterk was. Onze Radio Distributie-tijd eigenlijk, ook al vol hoorspelen.

Maar we zouden het over sit-coms hebben.

Zevenentwintig jaar geleden begon de toneelschrijver Johnny Speight een televisieserie te schrijven Till Death Us Do Part, een soort sit-com over een echtpaar dat we nu modaal zouden noemen. De man, een schreeuwlelijk, is tegen alles, de vrouw is een uitgebluste sloof die haast geen strijd meer geeft.

De BBC zond de serie uit en men had meteen succes, zozeer, dat Amerika het idee aankocht. Omdat men "Till Death' in pure vorm te hard vond voor het Amerikaanse publiek (ze zouden later Monty Python "te snel' vinden) besloot men de serie niet na te synchroniseren, ook niet te vertalen of te bewerken, maar opnieuw te schrijven, gebaseerd op het leven van een taxichauffeur, zijn vrouw, dochter en schoonzoon. Die laatste figuur ontbrak in Engeland, maar die achtte men nodig om tegengas te geven aan de racistische en egocentrische opvattingen van de hoofdpersoon Archie Bunker. Er ging geen aflevering voorbij waarin Archie weer eens tekeer ging tegen een maatschappelijk onderwerp en Meatball, zoals hij de schoonzoon noemde, gaf commentaar.

De Engelse serie had dat niet. Af en toe kwam de dochter in opstand, of een buitenstaander, maar meestal draaide de tirade van Alf (zoals Archie heet in de Engelse serie) dol in eigen tegenstrijdigheden, waarbij toch niets en niemand werd gespaard.

De monologen waren zo succesvol - niet in het minst vanwege de prachtige vertolking van de acteur Warren Mitchell - dat ze zelfs gebruikt werden voor een one-man-show genaamd Chairman Alf, waarin Mitchell bijna twee uur het publiek toedonderde en uitschold, in de rug gedekt door het succes en de bekendheid van de figuur uit de serie.

Met een korte onderbreking vorig jaar, heeft Speight zes afleveringen per jaar geschreven, zo'n 160 afleveringen totaal.

Wat is nu Speights gimmick?

Jennen. Sarren. En verstrikt raken in het eigen getier. Behalve enkele toneelstukken, waaronder het in Nederland opgevoerde ""Als er geen negers waren moesten ze worden uitgevonden'', schreef Speight ook sketches voor Monty Python en andere Britse komieken. Het hoofdmotief van de sketch (en van de aflevering van Till Death) is een uit het lood getrokken opvatting of ad absurdum uitgewerkt idee. Het moet zowel leuk als "erg' zijn - dat staat voorop. Die leukheid en die ergheid kennen hun eigen logica.

In een cartoon van Peter van Straaten staat alleen de noodzakelijke leukheid of ergheid voorop. We kijken dan niet of het nummer van de tram klopt, of waar die man vandaan komt. Daar gaat het immers niet om. Wat er niet bijhoort of er niet toe doet, wordt weggelaten. Er is zelfs iemand die gezegd heeft: televisie is de kunst van het weglaten, zoals ook een aquarel de kunst van het weglaten is.

Toen ik een stelletje delen van Speight bewerkte voor Nederland, eindigde er eentje met het ineenzakken van Freds vrouw Dora, die al zeer ziekelijk was. Het volgende deel begint met het condoléancebezoek in een kamer waar de lege rolstoel staat. Die lege rolstoel werkt dramatisch, de kijker is er na een seconde achter dat Dora gestorven is. Maar dat kon niet in Nederland, vond men. Nee, we moeten de begrafenis zien, zei men. Afgezien van de dure locatie-opname en de verloren tijd, wat moet er dan gebeuren op die begrafenis?, vroeg ik. Gewoon begraven, vond men. Dat u geen begrafenis gezien heeft, ligt louter aan tijd- en geldgebrek. Niet aan opvatting.

Het volgende punt was: waar was de schoonzoon van Fred? In Goes, zei ik. Die moet ook op de begrafenis zijn. Waarom? vroeg ik. Fred heeft een bloedhekel aan die man, die mensen hebben geen geld, die dochter logeert al weken bij haar ouders, dat huwelijk zit helemaal niet snor, waarom moet die werkeloze man dan naar de begrafenis komen? Komen er soms brieven van kijkers: waar is de schoonzoon? We hebben die man nog nooit gezien!

Maar ja hoor. Ik zie die aflevering op de televisie en pats, daar staat een vreemde vent in de keuken. De dochter zegt iets van: ga jij nou even naar binnen met de hapjes en dat wil hij dan weer niet, want pa heeft zo'n bloedhekel aan 'm. Exposé, babbeltekst, niet leuk, houdt de handeling op. Bovendien niet Speights idee, want als Speight die schoonzoon nodig had geacht, dan had-ie hem wel opgetrommeld.

Dan is er een aflevering waar Fred heel weinig aan het woord komt, overdonderd door het bezoek van twee vrouwen die om zijn gunsten kibbelen met de buurvrouw van boven. Nederlandse vraag: waar is de inwonende Surinamer? Weet ik veel, zei ik, zeker bij zijn zuster in Vlaardingen. Daar was-ie laatst ook, in een aflevering. Nee hoor. Slaghaggeles werd die schoonzoon erin geschreven, met opvulteksten. Weg dramatische omsingeling van Fred door die drie vrouwen.

Dat is nou de ellende hier. Mensen die nog nooit een toneelstukje geschreven hebben, proberen een buitenlandse beroemdheid te verbeteren. Op opvatting en logica. Dat doen ze ook met Shakespeare en al die anderen. Geen wonder dat het zo vaak niet om aan te zien is.