Bij Navo geen bezwaar tegen ideeën Ter Beek

DEN HAAG, 10 APRIL. Het opperbevel van de NAVO heeft geen principiële bedenkingen tegen de suggestie die minister Ter Beek van defensie ventileerde om bepaalde taken van de Nederlandse krijgsmacht af te stoten. Dat blijkt uit uitlatingen van generaal John Galvin, opperbevelhebber van de NAVO, na afloop van de eerste dag van de Atlantische ronde-tafelconferentie in de Ridderzaal in Den Haag.

In een recente toespraak voor het Nederlands Genootschap van Internationale Zaken zei Ter Beek geen omvangrijke landstrijdkrachten meer nodig te achten en te kiezen voor het beginsel van complementariteit: “Waar is Nederland goed in, waar zijn onze bondgenoten goed in en waaraan bestaat internationaal gezien behoefte?”

Generaal Galvin heeft geen bedenkingen tegen het afstoten van bepaalde taken, zolang dat past in de strategie van het bondgenootschap. “Niet ieder land hoeft alles te hebben. Zo hadden de Verenigde Staten in de Golf geen beschikking over mijnenvegers. Die werden toen door bondgenoten beschikbaar gesteld. Dat is in overeenstemming met het principe van de rationalisering die binnen het bondgenootschap geldt. Sommige landen hebben desondanks het gevoel dat ze over een complete strijdmacht moeten beschikken.” Galvin, die overigens zei niet in detail op de hoogte zijn van Ter Beeks toespraak, gaf de minister indirect gelijk: “Er is geen concrete bedreiging van een massale aanval meer aan te wijzen. De dreiging van vroeger had een heel ander karakter dan de gevaren van nu. Er zijn veel naties in een proces van diepgaande verandering. En veranderingen gaan vrijwel altijd gepaard met onzekerheid en geweld.”

Generaal Galvin heeft het volste vertrouwen dat de ideeën die Ter Beek heeft geopperd in overeenstemming met de afspraken binnen de NAVO verwezenlijkt zullen worden.

Pag.2: "Nederland is bekend als steunpilaar NAVO'

“Nederland heeft de reputatie een steunpilaar van de NAVO te zijn. Ik heb geen aanwijzingen dat Nederland van die lijn zal afwijken. Maar een minister van defensie moet vooruitkijken”, aldus generaal Galvin.

Galvin, die gisteren eerder op de dag in Brussel de vergadering bijwoonde van de militaire opperbevelhebbers van landen van de NAVO, het voormalige Warschaupact en van vier republieken van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (de Oekraïne ontbrak), meent overigens dat de tijd nog niet gekomen is dat de NAVO bepaalde wapensystemen zou kunnen afstoten. Zolang er nog landen zijn die beschikken over een groot militair potentieel, zul je bijvoorbeeld nog onderzeeërs en vliegtuigen voor onderzeebootbestrijding in dienst moeten houden, aldus Galvin.

Niet bekend

De secretaris-generaal van de Westeuropese Unie, dr. W. van Eekelen, wees vanmorgen tijdens de ronde-tafelconferentie op de sinds 1984 toenemende betekenis van de WEU, die haar voorlopige bekroning vond tijdens de top in Maastricht. “Voor de Westeuropese Unie markeert de top van Maastricht het einde van de reactiveringsfase van de organisatie en het begin van haar volledige operationele fase.” Van Eekelen zei de rol van de WEU niet beperkt te willen zien tot gebieden buiten Europa: “Een internationale organisatie op het gebied van de veiligheid met de naam Westeuropese Unie, zou een zeer lamme organisatie zijn als die rol beperkt zou zijn tot niet-Europese crises en gebeurtenissen.”