Beschutting van rituelen

Als ik naar de de kerk ga, ga ik niet naar die waarin ik ben grootgebracht. In de kerk van mijn jeugd heeft namelijk de wind van de vernieuwing gewaaid, leidend tot eigentijdse liturgische vormen. Toen ik er na enkele jaren afwezigheid een keer terugkwam voelde ik me onthand, omdat op geen enkel moment voorspelbaar was wat van mij werd verwacht. Hoewel dit probleem zich door de ontkerkelijking nog maar voor weinig landgenoten voordoet, is het illustratief voor wat zich op allerlei levensterreinen heeft afgespeeld sinds men argwanend ging kijken naar traditie, ceremonie en ritueel.

Net als de meeste culturen kende de onze tot voor enige tijd de traditie om belangrijke gebeurtenissen te laten verlopen met behulp van vaste reeksen van samenhangende handelingen, vaak met gebruik van symbolen. Ze waren in de loop van de gezamenlijke geschiedenis gegroeid tot een vast patroon, waarvan van tijd tot tijd een detail werd bijgesteld, maar zonder dat het door en door bekende stramien verdween. Dat gold voor het ritueel van de kerkelijke liturgie, maar vooral ook voor die bij ingrijpende gebeurtenissen.

De meeste rituelen in de meeste culturen hebben te maken met overgangen in levensfasen. De puberteitsrituelen die door cultureel antropologen zijn beschreven zijn daarvan waarschijnlijk de bekendste voorbeelden. Rituelen markeren niet alleen een overgang, ze helpen de betreffende mensen ook de overstap te maken. Zij hoeven dat niet op eigen kracht te doen, noch zelf te bedenken wat de beste manier is. Er is als het ware een toneelstuk geschreven waarin zij als spelers door het uitspreken van vaste teksten en het verrichten van vaste handelingen de grens worden overgetrokken. De teksten en handelingen zijn niet toevallig zoals ze zijn. In al dan niet symbolische vorm zijn ze de sleutel tot de belangrijkste waarden en normen in een cultuur. Een belangrijke functie van rituelen is ook dat zij helpen de bij de gebeurtenis behorende emoties te kanaliseren. In onze cultuur kenden geboorte, verjaardag, feestdag, huwelijk, begrafenis zo hun vertrouwde rituelen.

In een tijdperk waarin men streeft naar individualisering lijken zulke voorgevormde handelingen in strijd met het ideaal van zelfverwerkelijking en persoonlijke keuze. Formeel raakte uit. Origineel kwam in. Maar och arme, bijna iedereen kan bij bovengenoemde gebeurtenissen wel hoogstpersoonlijke emoties ervaren, terwijl het echter niet iedereen gegeven is op eigen kracht functionele vormen te bedenken, waarin de essentie van wat er gebeurt, de kern van de overgang, wordt verpakt.

Tot wat voor tenenkrommend gestuntel dat kan leiden, is regelmatig te horen in trouwzalen in het hele land. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand, ontdaan van de steun van vaste tekst, babbelt maar wat. En het allerergste zijn de momenten dat hij of zij - ik heb dat nu al een paar keer meegemaakt - zich verontschuldigt voor die paar formele zinnen die zijn overgebleven omdat ze volgens de wet nog steeds moeten worden gezegd. Bijna letterlijk: “Nu ga ik jullie een paar vragen stellen. Jullie weten wel welke, hè. Een beetje officieel, maar dat moet nu eenmaal even”. “Ja, en dan nu het officiële stukje van deze happening. Het is maar kort hoor. Maar de trouwbelofte doen we nog steeds formeel. Ik hoop niet dat u daarvan schrikt.”

Op zulke momenten verlang ik naar ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die zonder enige persoonlijke noot de oude teksten dreunde waarmee al enkele generaties lang mensen aan elkaar werden getrouwd. Zonder gegiechel (“Ja hoor, neemt u maar even rustig de tijd om elkaar te kussen.”) zonder toespelingen (“Zoals jullie zien is er in dit trouwboekje plaats voor veel kinderen, ouderwets hè!”) en zonder nog een keer doen alsof je je handtekening zet omdat de flitser het zo net niet deed. Inderdaad formeler.

Wie wil breken met rituelen wegens de drang naar eigenheid neemt zichzelf niet alleen een emotionele steun af, maar maakt volgens mij ook onvoldoende onderscheid tussen vorm en inhoud. Ook bij traditionele vormen blijft de invulling altijd persoonlijk, want die zit in je eigen hoofd. Zelfs hoe traditioneler de vorm, des te intiemer de invulling kan zijn. De vaste rituele handeling geeft de gedachten de vrije hand.

In de kerk waar ik met enige regelmaat naar toe ga en waar alles min of meer bij het oude is gebleven, voel ik mij veel vrijer dan daar waar men tot een moderne viering is gekomen. Dat komt waarschijnlijk doordat je aan de traditionele liturgie in volstrekte gedachteloosheid kunt deelnemen. Daardoor ben je weinig rationeel, weinig cognitief bezig. De woorden en gebaren zijn door het vele gebruik inderdaad volkomen leeg en versleten geraakt. Maar juist daardoor is er ruimte voor het woordloze, het onzegbare, het allerindividueelste ook, dat je er in kunt leggen en dat verder niemand iets aangaat. Achter de façade van zeggen-zingen-doen-als-iedereen kunnen je gedachten hun eigen gang gaan. Je blijft anoniem. Het zegt degene die naast me in de kerkbank zit, niets over mij als hij me het Onze Vader hoort bidden, want dat doet de hele gemeente.

Tijdens zo'n moderne viering met veel ruimte voor het spontane moet je daarentegen goed je hoofd erbij houden. Als je een onbekend lied moet zingen, zijn de woorden niet leeggezongen en eisen je begrip op. De vernieuwing doet bovendien een appèl op een persoonlijke getuigenis die iedereen hoort en ziet. De vrijheid van de anonimiteit is dus verdwenen.

En zo is het ook in de trouwzaal. De vernieuwing, die bevrijding ten doel had, het juk wilde afschudden en benauwende banden wilde lostrekken heeft ons mèt de rituelen ook de beschutting van het formele gedrag afgenomen. Een grotere inbreuk op privacy ken ik niet.