Vos

Vandaag gaat het over schuwheid en daartoe nemen we de trein richting Arnhem, een zitplaats links, zo mogelijk bij het raam. Na Driebergen/Zeist rij je langs een dennenbos. Daar waar dit terugwijkt voor een paar huizen rond een stoffige akker, vermoedelijk maïs, dáár in de buurt ben ik deze winter op een zondagmorgen een vos tegengekomen.

We sloegen op hetzelfde moment hetzelfde pad in, hij aan de ene, ik aan de andere kant. Hij zag me, maar ik mag niet zeggen dat ik heb gezien dat hij me zag. Alsof hem plotseling te binnen schoot dat hij een heel ander pad van plan was geweest, zo draaide hij zich om. Verschijnen en verdwijnen in één beweging. Wat jammer was, want een vos is het aanzien wel wat langer waard.

Van mij had het dier natuurlijk niets te vrezen. Had-ie even gewacht, dan had-ie dat misschien begrepen. Maar nee, domweg op de loop. En was dit het enige, dan was schuwheid iets wat je zou ergeren.

Als je je echter voorstelt dat zo'n vos de bedoeling heeft van zijn leven iets moois te maken, dat hij met dat leven van hem regelmatig in riskante situaties terechtkomt en dat hij al een tijdje geleden tot de slotsom is gekomen dat hij zijn leven niet op het spel kan zetten zonder zichzelf op het spel te zetten . . . dan heb je met een dier van doen dat zichzelf belangrijk genoeg vindt om zuinig op te zijn. Dat is ontroerend.