Steen, schaar, papier, put

Twee weken geleden vertelde ik over een tienjarig meisje dat mij een handspel leerde. De regels zijn heel eenvoudig.

Een vuist is een steen. Twee gespreide vingers vormen een schaar. Een vlakke hand is een blad papier.

We houden ieder een hand op de rug. Op hetzelfde ogenblik steken we die als steen, schaar of papier naar voren.

Wie wint?

De schaar knipt het papier stuk. De steen verplettert de schaar. En het papier verovert de steen. Die zie je niet meer als het papier eromheen is gewikkeld. Alleen als we allebei hetzelfde laten zien wint niemand.

Doe het maar eens tot de tien. Het is een spannend spel. In een paar brieven, die op het stukje binnenkwamen, wordt het zelfs uitgebreid.

Met duim en wijsvinger kan nog een rondje worden gemaakt. Dit is een bron of put. De steen en de schaar verdwijnen daar natuurlijk in. Het lichte papier wint het opnieuw. Dat kan de bron afdekken, onzichtbaar maken. Als je het spel ook met de put speelt moet je nog beter nadenken welke vorm je aan je hand geeft. Je kunt nu snel in het voordeel komen. Ontdek het zelf maar.

Volgens het meisje komt het spel uit Japan. Ze had het van een Japanse tante geleerd. Toch is het nooit meer te achterhalen waar het werkelijk ontstond. Uit de binnengekomen brieven blijkt dat het ook in Rusland en Duitsland voorkomt. In Nederland was het al ver voor de oorlog bekend.

Misschien wordt het wel in alle landen van de wereld gespeeld. Let er eens op als je dit jaar met vakantie naar het buitenland gaat. Laat een vreemdeling een schaar, een steen, een stuk papier of een put zien. Daag hem uit voor de strijd.

Zou het spel soms al eeuwen oud zijn?