Spionnen uit oost en west om de tafel

SOFIA, 10 APRIL. Spionnen uit zo'n dertig landen hebben hun dekmantels van de Koude Oorlog gisteren in de Bulgaarse hoofdstad Sofia even afgelegd voor gezamenlijk overleg over de toekomst van het op één na oudste beroep na het tijdperk van het communisme.

“Het is verbazend om al die rivalen, die elkaar jarenlang naar het leven gestaan hebben, bij elkaar te zien zitten praten”, zei William Colby, voormalig directeur van de Amerikaanse Centrale inlichtingendienst (CIA).

Aan het overleg werd onder meer deelgenomen door vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, de voormalige Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Belangrijkste onderwerp van de tweedaagse sessie was de reorganisatie van de inlichtingendiensten in "post-communistische samenlevingen' en samenwerking van de verschillende diensten in het bestrijden van terrorisme en de drughandel.

De bijeenkomst werd mede georganiseerd door het Centrum voor Democratie in Washington, een "denktank' van rechtse signatuur. Allen Weinstein, voorzitter van het centrum, deed een onafhankelijk onderzoek naar de poging tot moord op de paus in 1981. Weinstein zei van het Bulgaarse ministerie van binnenlandse zaken opheldering te willen krijgen over de "Bulgaarse connectie' bij de moordpoging.

Het communistische bewind in Bulgarije, in november 1989 ten val gekomen, zou de moordenaar in spe, de Turk Mehmet Ali Agça, hebben bijgestaan. De Bulgaarse geheime dienst onderhield nauwe banden met de Sovjet-geheime dienst, de KGB. (Reuter)