"Peilingen beinvloeden verkiezingen'

“Opiniepeilingen kunnen het gedrag dat ze willen meten zodanig beinvloeden dat ze als voorspelling waardeloos worden.” Dat schreef prof. W. A. Wagenaar, hoogleraar psychologie, eerder in deze krant als verklaring voor verkeerde voorspellingen van de uitslag van Tweede-Kamerverkiezingen. Het kan ook een verklaring zijn voor de verkiezingszege van de Britse conservatieven gisteren.

De meeste opiniepeilingen constateerden een voorsprong voor de Labour-oppositie. Veel kiezers denken bij Labour-regeringen aan inflatie en hoge belastingen. Kinnock is er blijkbaar niet in geslaagd verandering te brengen in dat imago van zijn partij. Kiezers die gisteren bij het verlaten van de stembureau's werden gevraagd waarom zij niet op Labour hadden gestemd, noemden vrees voor belastingverhoging als voornaamste reden. Dat was zelfs in de armste wijken zo, ondanks pogingen van Labour aan te tonen dat acht op de tien kiezers erop vooruit zouden gaan door de socialistische belastingplannen.

Vrees voor een Labour-zege is mogelijk ook geinspireerd door het beeld dat de partij vele jaren geleden bood met haar eis van eenzijdige ontwapening, de afwijzing van de EG en plannen voor vergaande nationalisaties. Ook het feit dat in een recenter verleden enkele extreem-linkse leden uit de partij zijn gezet op de verdenking bij een militante trotskistische beweging te behoren, kan een rol hebben gespeeld.

Er bestaat verder een verschil tussen de populariteit van een partij en die van haar leider. Uit de meeste peilingen kwam de partij van Kinnock als koploper naar voren, hoewel Kinnock als persoon minder populair is dan Major. Vorige maand had Major een voorsprong van 20 punten op Kinnock, die nooit bij meer dan 36 procent van de kiezers populair was. Dat kan het afschrikkende effect verklaren van opiniepeilingen die het premierschap van Kinnock voorspelden.