Onverwachte winst Conservatieven bij Britse verkiezingen

LONDEN, 10 APRIL. De Britse Conservatieve Partij is vanmorgen onder John Major begonnen aan een vierde achtereenvolgende regeringsperiode, een unicum in deze eeuw. De partij heeft opnieuw een absolute meerderheid in het Lagerhuis, zij het van een veel geringere omvang dan die Margaret Thatcher in 1987 in de wacht sleepte.

De Tories verloren weliswaar belangrijke zetels, maar niet genoeg om Labour en de Liberale Democraten aan een verwachte overwinning te helpen.

De verbijstering over de binnenkomende uitslagen groeide in de loop van de nacht bij politici en waarnemers gelijkelijk. Geprogrammeerd door opiniepeilingen, die vrijwel unaniem voorspelden dat Neil Kinnock de nieuwe premier kon worden, durfden zij pas tegen vijf uur vanochtend voor waar aan te nemen wat de uitslagen hun vertelden.

De Conservatieven hielden verrassend vast aan hun aandeel in de uitgebrachte stemmen (42,3 procent), Labour won een kleine 4 procent (35,3 procent) en de Liberale Democraten bleven steken op een teleurstellende 17 procent. Dat levert in een Lagerhuis met 651 afgevaardigden naar verwachting een zetelverdeling op van 334 voor de Tories, 272 voor Labour en 21 voor de Liberale Democraten.

De voorlopige analyse is dat kiezers, hoewel in principe bereid tot hogere uitgaven voor een betere gezondheidszorg en beter onderwijs, uiteindelijk toch in meerderheid gestemd hebben voor de partij die lagere belastingen en economisch herstel belooft.

Een stralende John Major, na anderhalf jaar nu eindelijk gesteund door een rechtstreeks mandaat van de kiezer, kwam vanmorgen tegen zes uur in Downing Street terug met de woorden: “Het is prettig om terug te zijn.” De premier moet zijn kabinet herschikken, nu een aantal van zijn directe politieke bondgenoten zijn zetel heeft verloren. Het spectaculairste slachtoffer onder hen is Chris Patten, partijvoorzitter en leider van de alom bekritiseerde campagne van de Conservatieve Partij, die Bath moest afstaan aan de Liberale Democraten.

Op de beurs in Londen heerste vanmorgen een eufore stemming nu de onzekerheid gepaard gaand met een eventueel aantreden van een Labourregering of van een coalitie uit de weg is geruimd. De zogenaamde "Footsie' opende 150 punten hoger, het pond noteerde meteen 2,5 pfennig hoger ten opzichte van de Duitse Mark en optimistische analisten suggereerden dat misschien vandaag al ruimte zou blijken te zijn voor een verlaging van de bankrente (10,5 procent).

Pag 5: Kinnock wil aanblijven als partijleider

Een duidelijk teleurgestelde Neil Kinnock, hervormer van de Labour-partij, zei dat hij zou aanblijven als leider. Maar na twee onder zijn leiding verloren verkiezingen hangt er onherroepelijk een schaduw over zijn toekomst. De analyse over de oorzaak van het verlies van Labour moet nog op gang komen, maar zelfs Labour-prominenten geven toe dat het er niet naar uitziet dat Labour nog ooit in de nabije toekomst zal winnen.

Paddy Ashdown, de leider van de Liberale Democraten, moest eveneens zijn teleurstelling wegslikken over het feit dat zijn partij niet de belangrijke rol kan spelen die een minderheidsregering voor hem zou hebben gecreëerd. Het onderwerp van hervorming van het Britse kiesstelsel naar evenredige vertegenwoordiging lijkt daarmee van de agenda te zijn afgevoerd. Maar Liberale Democraten voorspellen dat Labour de wens tot afschaffen van het eerste-over-de-streep-systeem snel tot zijn eigendom zal maken, “nu het er naar uitziet dat het onder het bestaande systeem nooit meer zal kunnen winnen”.

Alle prognoses over winst en verlies zijn in de uitslag van deze verkiezingen op hun kop gezet. Ook opiniepeilingsbureaus als Harris, Gallup en Mori kunnen vanmorgen aan intensief zelfonderzoek beginnen. Zelfs in Schotland, gedoodverfd als begraafplaats voor de Conservatieve aspiraties, kwam de partij van John Major nog op 2 zetels winst uit: 11 in plaats van 9 van de 72 Schotse zetels. De minister voor Schotland, Ian Lang, zei dat de Schotten door deze uitslag én tegen nationalisme én tegen socialisme “nee” hadden gezegd. De Schotse Nationalisten, die met hun pleidooi voor totale onafhankelijkheid voor Schotland minder appelleerden dan voorspeld, gaven de schuld aan Labour, dat volgens hen de oppositie tegen de Tories verdeeld had door “de valse indruk te wekken dat het de sleutels tot Downing Street nr 10 al in de zak had”. Voor de Schotten betekent de uitslag dat ze niet hun door Labour en Liberale Democraten beloofde eigen parlement krijgen, maar een handhaving van de Unie onder bestuur vanuit Westminster. John Major heeft echter beloofd dat hij de situatie van de Schotten opnieuw zal bezien.

Labour won weliswaar ten minste 40 zetels, maar raakte daarmee niet aan de 97 die het voor een absolute meerderheid nodig had. In plaats van een voorspelde voorkeursverlegging in stemgedrag van gemiddeld zeker 7 procent nationaal, bracht Labour het niet verder dan een "swing' van gemiddeld 2,5 procent in zijn richting, zij het met regionale uitschieters tot 11 procent. In Londen, waar Labour slechts de helft van de voor een meerderheid benodigde 21 zetels haalde, was de actrice Glenda Jackson een van de zeldzame successen voor Kinnocks partij: zij won het modieuze Hampstead and Highgate.

In het nieuwe parlement heeft de politieke arm van de IRA, Sinn Féin, geen afgevaardigde meer. Het kiesdistrict West-Belfast gaf een meerderheid van 500 stemmen aan de SDLP-kandidaat dr. Joe Hendron. Hij zal de zetel opnemen die Sinn Fens MP Gerry Adams sinds zijn verkiezing in 1983 altijd vrijwillig onbezet heeft gelaten.

Foto: De Britse premier Major (links) krijgt applaus van de Conservatieve partijvoorzitter Chris Patten als ze uit het partijhoofdkwartier in Londen naar aanhangers op straat kijken. Patten slaagde er bij de verkiezingen van gisteren niet in zijn zetel in het Lagerhuis te behouden. (Foto AP)