Luchtslag op de transatlantische route

De Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen zijn bezig met een "Blitzkrieg' op het Europese continent. De slag om de transatlantische routes is in volle gang.

De strijd tussen Europese vliegmaatschappijen en ambitieuze Amerikaanse "mega-carriers' om de lucratieve transatlantische routes laait hoog op nu het nieuwe hoogseizoen (1 april tot 1 oktober) is aangebroken. Vanuit de grote Europese hoofdsteden zijn maatschappijen als American, United en Delta de laatste tijd beticht van dumpingpraktijken ten koste van het oude continent.

Het conflict heeft zich inmiddels zo toegespitst dat Amerikanen dit jaar niet eens meer zeker zijn van hun "April in Paris'. Dat komt omdat acht Amerikaanse vliegmaatschappijen dit seizoen hun op Frankrijk gerichte capaciteit willen uitbreiden met niet minder dan veertig procent. Parijs meent dat daar gezien de matte ontwikkeling van het luchtvervoer geen enkele aanleiding toe bestaat en wil de Amerikaanse groei beperken tot vijftien procent. “Wij hebben hun gezegd dit jaar een half miljoen passagiers minder in Parijs af te zetten”, aldus een zegsman van Air France. “Maar de Amerikanen weigeren tot nu toe hun schema's aan te passen. Misschien zullen we ze leeg uit Parijs laten vertrekken.”

President Bernard Attali van de Franse maatschappij sprak vorige week: “Als we aan de Amerikaanse verlangens toegeven zou dat een grote overcapaciteit op de Frans-Amerikaanse luchtroutes veroorzaken, wat de rentabiliteit van alle maatschappijen op die routes ernstig zou schaden.”

Air France zag zijn aandeel in het Frans-Amerikaanse luchtverkeer de afgelopen vijf jaar tuimelen van vijftig naar dertig procent. De Amerikanen hebben uiteraard de resterende zeventig procent. De Fransen dreigen de Amerikaanse toevloed eenzijdig te beperken als er niet snel een akkoord komt. Het Amerikaanse ministerie van transport liet ommegaand weten dat in zo'n geval de Franse vliegbewegingen naar de VS ook kunnen worden beperkt.

Intussen is de tijdslimiet voor het bereiken van een akkoord - 1 april - ruimschoots verstreken en is deze gevoelige kwestie doorgeschoven naar het Elysée en het Witte Huis. Afgaand op ervaringen uit het verleden blijft er een behoorlijke kans dat er op het nippertje toch nog een compromis wordt bereikt. Maar zelfs dan zal het blijven spannen, en niet alleen tussen Parijs en Washington.

Ook andere Europese vliegmaatschappijen klagen steen en been over de Amerikaanse "Blitzkrieg' boven de Atlantische Oceaan. In januari mopperde president Jürgen Weber van de Lufthansa dat de Amerikaanse maatschappijen zoveel capaciteit op de Duitse markt "dumpen' dat het aandeel van zijn bedrijf in het Duits-Amerikaanse vliegverkeer is teruggelopen van zeventig naar dertig procent. Weber eist nu van Bonn een bevriezing van de Amerikaanse capaciteit in afwachting van een nieuw bilateraal luchtvaartakkoord. Daarin zou moeten worden vastgelegd dat Duitsers of Amerikanen maximaal zestig procent van het Duits-Amerikaanse vliegverkeer mogen beheersen.

Ook Alitalia's topman Giovanni Bisignani laat in deze heikele kwestie regelmatig van zich horen. De Italiaan, tevens president van de Association of European Airlines, roept de Europese maatschappijen op één front tegen de VS te maken als er geen behoorlijk Frans-Amerikaans akkoord komt.

KLM-zegsman P. Welhüner toont minder opstandigheid. “Wij zijn al jaren zo actief op de Atlantische routes dat de Amerikanen in de richting van Schiphol eigenlijk nog bezig zijn met een inhaalrace.” Toch beklemtoont ook hij dat de Europeanen in de VS dezelfde mogelijkheden behoren te hebben als andersom.

Pag 13: "We kunnen alleen de schade zoveel mogelijk beperken'

Zelfs British Airways, dat de vrijhandelsprincipes zo pleegt te bejubelen, steigert. Zo bepleitte bestuursvoorzitter Collin Marshall onlangs in een toespraak tot de Frans-Britse Kamer van Koophandel een direct moratorium op bilaterale Europees-Amerikaanse luchtvaartaakkoorden in afwachting van een nieuwe multilaterale overeenkomst tussen de EG en Washington. “Het huidige systeem van bilaterale luchtvaartakkoorden maakt Europa kwetsbaar voor de verdeel-en-heers taktieken waarin de VS meesters zijn”, sprak Marshall onverwacht grimmig maar niet zonder reden.

Vorig jaar wist BA zijn aandeel van 40 procent in het omvangrijke Brits-Amerikaanse luchtverkeer nog te handhaven. Wat van moeilijk te onderschatten belang is, want het Britse bedrijf behaalt eenderde van zijn omzet en 40 procent van zijn totale winst op de Atlantische routes.

De Amerikaanse concurrentie komt dit jaar echter met verhevigde kracht terug. American, Delta en United, die elk ruim twee keer zoveel vliegtuigen hebben als BA, gaan hun Atlantische vluchten dit seizoen met tientallen procenten opvoeren. “Onze president Lord King verwacht dat wij ons marktaandeel behouden”, aldus Mike Batt, directeur van BA's Noordamerikaanse routes. “Maar ook hij weet dat enig verlies mogelijk is. In feite praten we over het zoveel mogelijk beperken van de schade. Dat is de komende tijd de naam van het spel.”

De Amerikaanse maatschappijen hebben inderdaad indrukwekkende kaarten in handen. Zij beheersen de Amerikaanse markt - vier keer zo groot als de Europese - en kunnen hun reizigers vanaf ontelbare "spokes' (kleinere vliegvelden) naar "hubs' (grote vliegvelden) transporteren en vandaar naar Europa. Amerika's "mega-carriers' willen nu met Londen, Parijs en Frankfurt als knooppunten ook Westeuropese "hub and spoke'-netwerken ontwikkelen en die direct aansluiten op hun Amerikaanse systemen. Waarbij zij nog een groot voordeel hebben. Op grond van de vele bilaterale luchtvaartakkoorden die de Amerikanen met de afzonderlijke Europese landen sloten, hebben zij vele rechten om binnen Europa verbindingen tussen die landen te onderhouden.

Kreupele of verdwenen reuzen als TWA en PanAm lieten destijds vele van die rechten "slapen', maar gespierde nieuwelingen als United en Delta zijn voornemens ze volop te benutten. Zo vliegt Delta dit jaar vanaf Frankfurt naar 27 andere Europese bestemmingen en heeft United soortgelijke ambities vanuit Parijs en Londen.

De rechten van Europese maatschappijen in de monolitische VS reiken veel minder ver. “Pas als de Europeanen een communitair luchtvaartbeleid ontwikkelen, kunnen zij op meer gelijkwaardige wijze met de VS onderhandelen”, zegt K. Veenstra, manager luchtvaartpolitiek van de Association of European Airlines in Brussel. “Het eerste stuk externe luchtvaartpolitiek van de EG, zoals dat naar voren komt in de relaties met de EFTA en de Oosteuropese landen, komt nu langzaam boven water”, aldus Veenstra. “Maar wij zijn er pas kort mee bezig en het blijkt een ingewikkeld proces.” Wel acht hij het goed mogelijk dat deze "onvermijdelijke ontwikkeling' naar een gemeenschappelijk Europees luchtvaartregime juist door de Amerikaanse expansiedrift zal worden versneld.