Lubbers zet plan-Simons op sterk water tot 1 januari 1994

DEN HAAG, 10 APRIL. Wat premier Lubbers betreft gaat het plan-Simons, in ieder geval tot 1 januari 1994, op sterk water. Dat blijkt uit de notitie die hij vorige week in de ministerraad overhandigde. Eind januari pleitte de premier al voor een “voorzichtiger tempo”. Staatssecretaris Simons heeft inmiddels de overheveling, per 1 januari 1993, van de huisarts naar de volksverzekering AWBZ geschrapt, en zei onlangs in een interview in de Staatscourant dat hij niet uitsloot dat op die datum “geen enkele verstrekking” (dus ook de kraamzorg niet) zou verhuizen.

Interessanter dan Lubbers' conclusie is de wijze waarop hij die onderbouwt. De premier constateert dat “een jarenlang terughouden van tarieven nu dreigt weg te spoelen” omdat men op de valreep, voor het nieuwe stelsel van kracht wordt, de prijzen van verrichtingen nog snel even verhoogt. Vervolgens vertalen de particuliere verzekeraars die hogere tarieven “mechanisch” in premies ten laste van de burgers. Het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg, dat de prijzen per verrichting dwingend voorschrijft, krijgt van Lubbers een forse veeg uit de pan. Moet bij het COTG “niet krachtig op de rem gedrukt worden”, zo vraagt hij zich af.

In economisch betere tijden zouden premieveranderingen nog wel draagbaar zijn. Maar nu staat de koopkracht toch al onder druk, in het bijzonder die van ambtenaren. De modale overheidsdienaar gaat er volgens het Centraal Planbureau in 1992 liefst 2,25 procent op achteruit. Daarbij speelt het feit dat ambtenaren meer ziektekostenpremies moeten betalen een grote rol. Ambtenaren zijn immers allen particulier verzekerd. Hun AWBZ-premie is, door de overheveling van medicijnen naar de AWBZ, dit jaar verhoogd, maar daar staat geen of een te kleine daling van hun particuliere premie tegenover. Het Centraal Planbureau berekende deze week dat, nu de particuliere maatschappijen medicijnen uit de AWBZ-kas vergoed krijgen, ze hun premies met 15 procent kunnen laten dalen. Omdat ze worden geconfronteerd met hogere rekeningen van ziekenhuizen - die onder druk van de ziekenfondsen hun tekorten versneld wegwerkten - blijft daarvan volgens het Planbureau slechts 6 procent over. En ook van die premiedaling komt in de praktijk weinig terecht.

Inmiddels worstelt het kabinet met de koopkrachteffecten. Lubbers gooit nu de handdoek in de ring. Hij kiest voor een “korte termijn beleid” dat tot doel heeft “de premies volksgezondheid zo laag mogelijk te laten zijn”. Weliswaar moeten ook de “eventuele structurele nadelen” worden “afgewogen”, maar toch.

De premier uit in zijn notitie ook meer fundamentele bezwaren tegen het plan-Simons. Er zijn sterke aanwijzingen, stelt hij, dat “precies tegen de bedoelingen in men voor meer verzekerd is en minder zelf betaalt”. Dat doet zich inderdaad voor bij particulier verzekerden die voorheen de kosten van medicijnen die de huisarts voorschreef zelf betaalden, en die deze kosten nu wèl verzekerd weten, via de AWBZ.

Lubbers eindigt zijn betoog vragenderwijs. Hij vraagt zich af of er niet “in de verkeerde volgorde gewerkt is”. Vervolgens doet hij een suggestie: laten we ons nu op de WTZ (Wet toegang ziektekostenverzekering) concentreren.

Die WTZ werd in 1986 door staatssecretaris Van der Reijden ingevoerd, en verplicht de particuliere verzekeraars bejaarden, studenten en mensen die teveel betalen voor een derde klasverzekering als verzekerden te accepteren. Dat gebeurt via een standaardpolis met een maximumpremie. Als de maatschappijen op deze polissen geld tekort komen, krijgen ze dat uitgekeerd uit een fonds dat wordt gevoed met WTZ-bijdragen die worden omgeslagen over alle particulier verzekerden.

Die opzet heeft een absurde consequentie: voor WTZ-verzekerden dragen de verzekeraars geen enkel financieel risico. Let wel: nu al valt 40 procent van de schade-uitkeringen door partiucliere verzekeraars onder de WTZ, en dat percentage stijgt. Door budgettering of anderszins zou dat financiële risico moeten worden vergroot. Dit alternatief voor het plan-Simons past in feite in de Dubbeldekker-variant (het plan-Simons is gebaseerd op het plan-Dekker uit 1987) van de Rotterdamse hoogleraar Van de Ven. Daarbij worden in eerste instantie geen verstrekkingen overgeheveld naar de AWBZ, maar groeien ziekenfondsen en particuliere verzekeraars geleidelijk naar elkaar toe. Het uiteindelijke doel blijft hetzelfde: meer competitie, meer kostenbeheersing en meer solidariteit.