JOHN MAJOR; Persoonlijke zege van Mister Nice

John Major heeft zijn afkomst, zoon van een circusartiest, waargemaakt - op meer dan een manier: niet alleen versloeg Major overtuigend zijn Labour-rivaal Neil Kinnock, de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen, hij rekende ook overtuigend af met zijn eigen imago. Major kreeg in 1990 de leiding van de Conservatieve Partij en het premierschap in de schoot geworpen toen de partij genoeg kreeg van Margaret Thatcher. Dat hij dat cadeau ook daadwerkelijk waard is en verdient mocht hij gisteren voor het eerst bewijzen. En dat is precies wat hij heeft gedaan. Vanaf vandaag is John Major - alle voorspellingen ten spijt - premier bij de gratie van de kiezer. Het is een prestatie, de zoon van een trapeze-artiest waardig.

Dat de rustige, 48-jarige premier met het uitgestreken gezicht het heeft gered was eigenlijk in strijd met alle conventionele denkbeelden over verkiezingen in moeilijke tijden: het zou niet meer dan logisch zijn geweest als de Britten na dertien jaar Conservatief bewind iets anders zouden hebben gewild, zeker nu aan de hardnekkigste recessie sinds de jaren dertig ondanks al Majors verzekeringen van het tegendeel almaar geen eind lijkt te komen. Het aantal werklozen is de afgelopen jaren dramatisch gestegen, er was de complete volksopstand over de poll tax, het kostte Major allengs meer moeite zich en zijn land te onttrekken aan de druk van de EG-partners in de richting van meer integratie. Het heeft de afgelopen twee jaar negatieve berichten geregend en het is geen wonder dat Major er gisterochtend uitzag alsof hij een gifbeker kreeg voorgezet: de glimlach was van hout en het verbale zelfvertrouwen schraal en wat minder overtuigend dan dat van Neil Kinnock. Vergeten waren de hoge scores voor Majors persoonlijke populariteit tijdens de hoogtijdagen van de Golfoorlog.

John Major heeft vaker voor hete vuren gestaan. Hij kon ooit worden gerekend tot de kansarmen: op zijn zestiende ging hij van school af, hij werkte als arbeider en was enige tijd werkloos voordat hij bij een bank terechtkon en tijdens een verblijf in Nigeria aan een snelle carrière begon. Al voor zijn twintigste sloot hij zich aan bij de Conservatieve Partij. Zijn meer dan bescheiden begin heeft hem er nooit toe gebracht zich tot het socialisme te bekeren. “Ik ken het socialisme”, zei Major tijdens de verkiezingscampagne, “Groot-Brittannië heeft het niet nodig. Je moet je niet schuldig voelen over je succes. Je moet er trots op zijn.”

De self-made man John Major stelde zich op zijn 21ste kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ook politiek ging het daarna snel bergopwaarts. In 1979 werd hij lid van het Lagerhuis, tien jaar later werd hij door premier Thatcher benoemd tot minister van de schatkist. Voor hij kroonprins van de Iron Lady werd - een van vele kroonprinsen - was Major ook minister van buitenlandse zaken.

Zo snel was de carrière van Major verlopen dat hij zelfs bij zijn aantreden als premier goeddeels onbekend was bij het grote publiek. In een van de talrijke opiniepeilingen die kort voor Thatchers vertrek in 1989 werden gehouden bleek meer dan de helft van de ondervraagden geen naam te kunnen verzinnen bij de foto van Major die hun werd voorgehouden. Dat is in korte tijd veranderd, en bovendien ten gunste, want veel Britten vinden Major wat hij volgens ingewijden ook in werkelijkheid is: charmant, warm, vriendelijk en min of meer onverstoorbaar. “I hate people who patronize”, heeft Major nog niet zo lang geleden gezegd in een opmerking die met name Neil Kinnock zich mag aantrekken.

Major wekt de indruk een bescheiden man te zijn. Zelfs zijn rivaal Kinnock kan, zij het licht snierend, in Lagerhuisdebatten soms spreken van Nice Mr. Major. Hij heeft niet de passie van Kinnock en evenmin de theatrale en dramatische strijdvaardigheid van Margaret Thatcher. Hij is een gewone man op een ongewone post, wat grijs, wat onopvallend. Niet overtuigend, volgens politieke waarnemers. Maar niet zij beslissen tijdens verkiezingen: de kiezer vindt Major kennelijk wel overtuigend, een man met wie hij zich kan identificeren. Gisteren scoorde Nice Mr. Major met 42 procent van de stemmen nagenoeg even hoog als Thatcher in 1987 onder makkelijker omstandigheden. En dat is een persoonlijke zege voor de premier.