In de woestijn (6)

“Mijn voeten zijn moe van dat geloop door de woestijn. Ik ga slapen', zei ik tegen mijn vriend Jan.

“Mijn hoofd wordt zo zwaar, ik kan het bijna niet meer tillen. Ik ga dus ook maar slapen”, zei Jan. “Hou je je cowboyhoed ook 's nachts op?” vroeg ik. “Heb ik die nog op mijn hoofd? Dat ben ik helemaal vergeten”, zei Jan. Hij tilde de hoed van zijn hoofd en legde hem voor de ingang van onze palingfuik-tent in het zand. Op hetzelfde moment zagen we iets in het donker wegfladderen. Het was de zandharde postduif die we bij aankomst in de Sahara van Ali ben Ali ben Ali Tagelmust te leen hadden gekregen. Omdat we geen duiventil bij ons hadden, had Jan de duif onder zijn cowboyhoed gestopt. “Zonder duif heb ik een veel lichter hoofd”, zei Jan. “Hoeveel weegt een duif eigenlijk?” vroeg ik. “Ik ken alleen het gewicht van een dikke kolibri, dat is zes gram. Ik denk dat er ongeveer zeven dikke kolibri's in een duif gaan. Een duif weegt dus minstens tweëendertig gram”, zei Jan.

In het licht van het dromedariskeutel-vuurtje zagen we de zandharde duif op de uitgestoken hand van de Toeareg met de olijfgroene sluier landen. We hoorden de Toeareg iets tegen de duif mompelen terwijl hij voorzichtig over de rugveren van de vogel streek. “Ik ga de duif terughalen. Ga je mee?” zei Jan. Mijn hart klopte in mijn keel toen we de drie gesluierde mannen naderden. Ze zagen er nog angstaanjagender uit dan overdag. Je kon nu zelfs hun ogen niet meer zien. Hun hoofddoeken bedekten hun hele gezicht waardoor ze op mummies leken. Om zich tegen de ijzige, nachtelijke woestijnwind te beschermen, waren ze diep weggekropen in hun kameelharen mantels. Het rare was dat er blote voeten onder vandaan kwamen.

De gesluierde mannen hielden hun voeten zo dicht bij het vuur dat de vlammen bijna hun voetzolen raakten. “Goedenavond heren, ik kom mijn duif halen”, zei Jan. De Toeareg met de olijfgroene hoofddoek kwam overeind uit het zand en gaf ons plechtig een hand. “Vrienden, ik heb op uw bezoek gewacht. Mijn duif heeft mij opnieuw geluk gebracht. Want door deze zandharde vogel schaart u zich thans rond dit nederige dromedariskeutel-vuur, begrijpt u”, zei hij in het Frans. We herkenden de stem van de postduivenhouder Ali ben Ali ben Ali Tagelmust. “Meneer Tagelmust, dus u bent de leider van de karavaan”, zei Jan verbaasd. “Samen met mijn zoon Ibrahim en mijn neef Aramis”, antwoordde Ali ben Ali ben Ali Tagelmust. Meneer Tagelmust pakte een ijzeren theepotje van het vuur, dat hij eerst optilde om vanuit de hoogte een straal thee in een glas te laten neerdalen. Zulke thee hadden we nog nooit geproefd. Hij smaakte zoet en wrang tegelijk.

(wordt vervolgd)