In beroep gaan versus braaf betalen

De geruchtenstroom over de hoogte van de straf die het commissionairshuis Suez Kooijman van de beurs heeft opgelegd gekregen voor handel met voorkennis in aandelen HCS, houdt aan.

Door het wegstrepen van de vijf mogelijke strafmaten is de beursvloer nu uitgekomen op een boete van enkele tonnen. Immers, wanneer er een schorsing of ontzetting uit het lidmaatschap van de beurs was uitgesproken, had die openbaar gemaakt moeten worden. Dat is niet gebeurd.

Wanneer er anderzijds alleen een waarschuwing of berisping aan Suez Kooijman was uitgedeeld, was de commissionair de extra publiciteit rondom het beroep tegen de straf niet waard geweest. Een paar ton dus.

Maar waarom heeft Suez Kooijman beroep aangetekend tegen een boete van een paar ton? Gewoon braaf betalen, binnenskamers houden en wachten tot het overgaat, lijkt een betere strategie dan het aantekenen van beroep. Het gaat in de zaak HCS echter om meer dan de tuchtrechtelijke procedure van de beurs alleen. Parallel aan het onderzoek door de beurs loopt nog steeds een onderzoek door justitie naar de zaak HCS. Een strafrechtelijke veroordeling voor misbruik van voorkennis kan leiden tot een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar. Dat is andere koek. En ofschoon de uitkomst van het beursonderzoek los staat van de nog onbekende cunclusies van de economische controledienst, kan eerstgenoemde wel fungeren als vingerwijzing. Dat is het aantekenen van beroep wel waard.

Pas wanneer tegen de zomer de nieuwe Wet Toezicht Effectenverkeer in werking treedt, wordt handel met voorkennis een economisch delict. Daarmee krijgen de opsporingsambtenaren van de Economische Controledienst de bevoegdheid om in de boeken van van voorkennis verdachte personen te mogen kijken. Tot die tijd moeten zij zonder deze bevoegdheid werken.