Voor energiereuzen is ‘groen’ geen luxe meer, maar een kwestie van overleven

Energie

Miljardenverliezen, verdampend eigen vermogen: de oude energiebedrijven proberen wanhopig het tij te keren.

Foto Getty Images

De comfortabele wereld van de traditionele energiebedrijven in Noordwest-Europa is in een paar jaar tijd veranderd in een nachtmerrie. Woensdag maakte topman Johannes Teyssen van het Duitse Eon bekend dat zijn bedrijf over 2016 een verlies had moeten nemen van 16 miljard euro. In totaal heeft Eon sinds 2011 een opgeteld verlies geleden van ruim 25 miljard. Nog een cijfer waar je niet vrolijk van wordt: het eigen vermogen van Eon daalde in een jaar tijd van ruim 19 miljard naar 1,3 miljard.

Eon was vóór de Duitse Energiewende de grootste energieproducent en tuimelde het diepste. Maar ook concurrent RWE moest in 2016 (opnieuw) miljarden afschrijven op de conventionele elektriciteitscentrales. Reden: de aanhoudend lage stroomprijs als gevolg van de Duitse energietransitie. De Duitse stroom opgewekt met zon en wind is niet alleen gesubsidieerd, maar heeft ook voorrang op het net.

Het effect van de Duitse Energiewende beperkt zich niet tot Duitsland. Ook de centrales van Eon en RWE in Nederland zuchten onder de lage elektriciteitsprijzen.

Het effect beperkt zich evenmin tot Duitse energiebedrijven. Ook het Zweedse Vattenfall en het Franse Engie (voormalig GDF-Suez) worden hard geraakt door de veranderde markt. De energiereuzen hebben hun gezamenlijke omzet die in 2010 nog rond de 450 miljard euro lag, zien halveren. Tientallen miljarden zijn afgeschreven op – soms gloednieuwe – centrales die niet meer rendabel zijn.

Groene toekomst

Ze hebben inmiddels allemaal de vlucht naar voren gekozen. Eon en RWE door zich op te splitsen in een groene tak, waarin de duurzame productie uit wind en zon zijn ondergebracht, en een fossiele tak. Vattenfall en Engie met duurzaam beleid binnen de bestaande structuur.

Het dramatische verlies dat Eon woensdag meldde, was deels een gevolg van de splitsingsoperatie waarbij de conventionele opwekking, bijvoorbeeld in de nieuwe kolencentrale op de Maasvlakte, werd ondergebracht in Uniper.

Bij de splitsing was Uniper in de eigen boeken gewaardeerd op ruim 15 miljard euro, maar toen deze conventionele tak in september naar de beurs werd gebracht, bleken de aandeelhouders Uniper op slechts 4 miljard euro te waarderen.

„De beursgang heeft het waardeverlies van de conventionele stroomopwekking genadeloos aan het licht gebracht”, schreef de Duitse zakenkrant Handelsblatt donderdag.

Onder leiding van de Nederlander Peter Terium lijkt RWE het spel slimmer te hebben gespeeld. Hier werd juist de groene tak afgesplitst en met succes naar de beurs gebracht. Innogy, zoals die groene tak heet, waarin ook de netwerken zijn ondergebracht, heeft nu een geschatte marktwaarde van ruim 18 miljard euro. Dat bleek de afgelopen dagen toen het Franse Engie belangstelling leek te hebben voor Innogy, dat het bedrijf in één klap tot een duurzame kampioen zou kunnen maken. De Fransen zijn in hún vlucht naar voren bezig afstand te doen van alle kolencentrales. Ook daar is het devies: groen én gereguleerde inkomsten uit netwerken. Wie de netwerken heeft, weet zich immers verzekerd van voorspelbare inkomsten.

Atomausstieg kost miljarden

Intussen slepen de oude bedrijven ook nog een loodzware last aan kernenergie met zich mee. Ook hier bepaalt Duitsland het spel. De regering-Merkel heeft in de zogeheten Atomausstieg bepaald dat alle kerncentrales in 2022 dicht moeten, wat in veel gevallen ontmantelingskosten met zich meebrengt die eerder moeten worden opgebracht dan gedacht – nog los van de gederfde inkomsten uit stroomverkoop. Het Constitutionele Hof heeft bepaald dat de eigenaren van de kerncentrales recht hebben op een vergoeding, maar de hoogte is nog niet bepaald.

Op korte termijn moeten de bedrijven echter al wel 23 miljard storten in een staatsfonds voor de opslag van kernafval. Daarmee neemt de Duitse overheid de verantwoordelijkheid voor de opslag over. Eon heeft daarvoor in de jaarcijfers van 2016 al een post geboekt van ongeveer 10 miljard, RWE een post van bijna 7 miljard.

Begin 2017 is de comfortabele energiewereld van nog geen tien jaar geleden nauwelijks meer te herkennen. De grote bedrijven happen naar adem en proberen onder nieuwe namen nieuwe lucht te krijgen.

De herschikking is in volle gang. Eon hoopt Uniper te kunnen verkopen en daarmee het nieuwe, groene Eon extra kansen te geven. Engie ontkent belangstelling te hebben voor Innogy, maar de geruchten houden aan. Dat Engie bezig is met een drastische koerswijziging bleek deze week ook door de overname van het Nederlandse laadpalenbedrijf EV-Box, een dienstverlener voor elektrisch vervoer.

Voor de oude Europese energiereuzen is ‘groen’ geen luxe meer, maar een kwestie van overleven.

    • Renée Postma